donderdag, januari 26, 2012

Aanmoediging

Vanmiddag kreeg ik van de Natuur en Milieufederatie Flevoland een aanmoedigingsprijs voor mijn werk aan het Oostvaarderswold. Echt zo'n moment om een beetje verlegen van te worden. Uit alle reacties die ik de afgelopen maanden voorbij zag komen wist ik dat er veel supporters zijn voor dit project, maar dit is toch wel een mooi gebaar. Zo'n aanmoedigingsprijs is juist wanneer het gaat om het Oostvaarderswold iets om direct weer door te geven aan al die ambtenaren en politici die bij het onderwerp betrokken zijn. Zonder een aanmoediging uit de samenleving is zo'n politiek en maatschappelijk complex project ook door hen immers nooit tot een goed einde te brengen.

Overigens was mijn manier van communiceren, o.a. via dit weblog, mede aanleiding om deze aanmoediging te geven. Dat is wel bijzonder omdat alle gevoeligheden bij dit onderwerp juist met zich meebrengen dat ik uiterst terughoudend ben in mijn communicatie over dit project dat al weken lang mijn agenda beheerst.

Tot ziens.

dinsdag, januari 24, 2012

Buitengewoon Noordoostpolder

Het is feest in de Noordoostpolder. Het is dit jaar precies 50 jaar geleden dat de gemeente is opgericht en bovendien is het 70 jaar geleden dat de polder droog viel. Voor mijn collega's en mij was dat reden om afgelopen donderdag en vandaag af te reizen naar Emmeloord om samen met bestuurders en inwoners het feest mee te vieren.

Ik heb de gemeente Noordoostpolder het afgelopen jaar leren kennen als een bijzondere gemeente. Bij mijn eerste verkenningen was ik al onder de indruk van de sociaal culturele geschiedenis van de gemeente en de geweldige landschappelijke kwaliteit die ik daar aantrof. De Noordoostpolder heeft een oppervlakte van 59.620 ha en is daarmee 25 keer zo groot als mijn vorige woonplaats Leiden. De gemeente telt ruim 46.000 inwoners. Emmeloord fungeert als centrumplaats en wordt op fietsafstand omringd door de dorpen: Bant, Creil, Ens, Espel, Kraggenburg, Luttelgeest, Marknesse, Nagele, Rutten, Tollebeek en het werelderfgoed Schokland.

Vanmiddag was ik aanwezig bij een symposium dat helemaal ging over het dorp Nagele. In de jaren vijftig is het nieuwe Nagele ontworpen door architecten van de architectengroepen 'De Acht' en 'Opbouw', zoals Cornelis van Eesteren, Aldo van Eyck, Gerrit Rietveld en de tuinarchitecte Mien Ruys. Nagele is een van de weinige plekken waar de anno 1950 moderne architecten op grotere schaal hun ideeën konden verwezenlijken.

Van 1947 tot 1949 hield onder andere Van Eesteren zich bezig met de situering van het nieuwe dorp Nagele. Het plan voor het dorp is door Van Eesteren uitgewerkt aan de hand van eerste schetsen van Rietveld. Het dorp is gebouwd volgens een streng en recht stedenbouwkundig plan. Beide groepen architecten waren voorstanders van gekoppelde woningen in rechte lijnen. De bebouwing moest openheid en strakheid uitstralen en gebruikmaken van glas en beton. Op de tekentafel ontstond het idee voor een dorp met platte daken.

Het resultaat is nu nog steeds te zien in de Noordoostpolder. Het dorp Nagele is internationaal beroemd geworden en trekt daardoor nog steeds veel toeristen uit binnen- en buitenland. De film die cineast Louis van Gasteren (foto) 50 jaar geleden maakte over de bouw van het dorp heeft aan die bekendheid bijgedragen.

Nu, 50 jaar, later is Louis van Gasteren teruggekeerd naar het dorp en heeft hij opnieuw een film gemaakt over het dorp van nu. Ik mocht vanmiddag in aanwezigheid van de hoogbejaarde filmmaker de premiere van de film bijwonen. In die film is vooral te zien hoe de uittocht van de landarbeiders en de vergrijzing van de bevolking het dorp hebben veranderd. De hedendaagse vraagstukken houden opnieuw architecten bezig.

Tot ziens.

zondag, januari 01, 2012

Gelukkig Nieuwjaar

En natuurlijk wens ik ook alle trouwe lezers van mijn weblog een geweldig 2012. Dat alle mooie voornemens waarheid mogen worden. Ik zie het nieuwe jaar met vertrouwen tegemoet. Er is veel werk aan de winkel. Mijn komende verhuizing naar Lelystad, de besluitvorming met betrekking tot het Oostvaarderswold en de overdracht van de provinciale jeugdzorg naar de gemeenten zijn daarvan wel de belangrijkste, maar er is veel meer te doen.

Ik hoop 2012 vooral het jaar zal worden van respect, verdraagzaamheid, vriendschap en liefde voor elkaar.


Tot ziens.







zondag, december 11, 2011

Urk

Tijdens de provinciale Gaaf conferentie van vorig jaar mocht ik de jaarlijkse Gaaf-prijs uitreiken aan de mensen van het jongerenwerk op Urk. Voor een project om jongerencoaches aan te stellen, mocht ik een bedrag van 10.000 euro overhandigen. Ik heb toen afgesproken dat ik een keer langs zou komen om met eigen ogen te zien hoe dit geld werd besteed. En zo kon het gebeuren dat ik gisterenavond met een jongerenwerker in het koude dorpscentrum heb rondgehangen.

Urk is in veel opzichten een bijzondere gemeente. Maar liefst 50% van de inwoners is jonger dan 25 jaar, dat is dus twee keer zoveel als in de rest van Nederland. Maar Urk kan ook omschreven worden als de meest kerkelijke gemeente van Nederland. Op Urk dient een ieder te leven volgens de regels van de kerk. Het is in mijn ogen de combinatie van heel veel jonge mensen en strenge kerkelijke regels die het jongerenwerk handen vol werk bezorgen.

Een zaterdagavond op straat in het oude dorp heeft een bijzondere indruk op me gemaakt. Het zijn vooral de jongeren tussen pakweg 15 en 25 jaar die de straten van het centrum bevolken. Ze lopen voortdurend luidruchtig heen en weer tussen de verschillende horecagelegenheden. Tussendoor scheuren de scooters, met 2 of zelfs 3 personen op de buddyseat, fles bier nog in de hand. Waar je ook kijkt zie je de jongens stoeien, kleine vechtpartijtjes lopen zo nu en dan uit de hand. De meiden lopen daar in kleine groepjes tussendoor en proberen in - zeker bij deze koude- veel te schaarse kleding de aandacht te trekken. Alcohol, drugs en sex spelen een belangrijke rol in het leven van deze jonge mensen op zaterdagavond. Het contrast met de geloofsgemeenschap van heel andere normen en waarden kan bijna niet groter zijn. Pogingen om de overlast in het centrum terug te dringen door het verminderen van het aantal horecagelegenheden hebben een averechts effect. De overlast verplaatst zich naar een groot aantal illegale jeugdhonken op het bedrijventerrein waar van toezicht al helemaal geen sprake meer is.

Jonge mensen die hier opgroeien moeten stevig in hun schoenen staan om de 'verleidingen' te kunnen weerstaan. Dat er veel zijn die dat niet kunnen, werd mij deze avond duidelijk uit alle verhalen die ik van de jongeren zelf mocht horen. Mijn waarneming is dat het kleine dorp Urk te maken heeft met problematiek, die ik alleen uit de grote stad ken.

Binnen de provincie Flevoland ben ik bestuurlijk verantwoordelijk voor de zwaardere jeugdzorg. De verantwoordelijkheid voor de preventie ligt in de eerste plaats bij de jongeren en hun ouders. De gemeente heeft daarbij een ondersteunende rol, bijvoorbeeld door in het kader van preventief jeugdbeleid subsidie te verstrekken. Bijvoorbeeld aan het Jongerenwerk, waar de beroepskrachten zich samen met heel veel vrijwilligers, het lot van deze jeugd aangetrokken hebben. Al deze mensen vangen met heel veel liefde de jongeren op die in de knel dreigen te komen. Daarmee voorkomen ze heel veel nieuw leed in de samenleving. Of dat uiteindelijk genoeg is, vraag ik me af. Grootstedelijke problemen los je mijns inziens alleen op met een grootstedelijke aanpak en daarvoor zijn de middelen op Urk onvoldoende.

Het was na afloop te laat om nog naar huis te gaan en dus heb ik de nacht op Urk doorgebracht in pension 'De Kroon'. Een kamer met uitzicht op zee en een prima ontbijt. Toen ik zondag vertrok was het rustig in het dorp.

Tot ziens.

donderdag, december 01, 2011

Op stap met mijn 1000ste volger

Een tijdje geleden beloofde ik op Twitter dat degene die zich als mijn 1000ste volger zou aanmelden, met mij op stap mocht tijdens mijn werkzaamheden. Vanmiddag was het zover. Met Mieke Roth (op twitter @miekeroth), ben ik vanmiddag in het kader van 'Gaaf on tour' naar Emmeloord geweest om haar een klein inkijkje te gunnen in wat ik als gedeputeerde jeugdzorg doe.

GAAF staat voor aansluiting jeugdzorg en jeugdbeleid in gemeenten.Wij hebben bij de onderwijscombinatie AVES gesproken met bestuurders van de gemeente Noordoostpolder en lokale partijen uit de zorg en het onderwijsveld.
We kregen boeiende presentaties te zien van de deelnemers. De presentaties lieten duidelijk zien dat de samenwerking tussen maatschappelijke partijen in de Noordoostpolder buitengewoon krachtig is.

Als gedeputeerde ben ik trots op die grote inzet, die bovendien heel goed aansluit op de provinciale jeugdzorg. Daardoor vallen er geen kinderen meer tussen de wal en het schip. Of beter gezegd: we maken de ruimte tussen wal en schip eenvoudigweg te klein om er nog tussen te kunnen vallen.

En wat vond Mieke er van? Ik zal vragen of ze haar reactie onder dit weblog wil schrijven.

Wilt u mij ook volgen op Twitter? Dat kan mijn twitternaam is @mwitteman. Voor mijn 2000ste volger ga ik alvast weer een leuke verassing bedenken.

Tot ziens.

woensdag, november 30, 2011

Geen cent meer naar Oostvaarderswold

'Geen cent rijksgeld meer naar het Oostvaarderswold', die uitspraak kwam ik de afgelopen dagen met enige regelmaat tegen in de pers. Meestal werd deze uitspraak opgetekend uit de monden van landelijke politici, maar ook binnen onze Provinciale Staten hoorde ik deze geluiden. Het zijn uitspraken die in sommige politieke kringen blijkbaar goed vallen, maar in feite leggen deze politici een enorme rekening bij de inwoners van Flevoland.

Ik zal uitleggen waarom, maar eerst nog even terug naar de vraag waarom we het OostvaardersWold willen realiseren. Het OostvaardersWold creëert ruimte voor nieuwe economische ontwikkeling. Niet alleen in het gebied zelf, maar ook door compensatieruimte te bieden voor natuur die elders in de provincie verdwijnt op plekken waar nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructuur komen. Zonder OostvaardersWold gaat Flevoland op slot; nieuwe bouwprojecten zullen stagneren, er wordt niets gedaan aan de wateroverlast die op ons afkomt en onze toekomstige inwoners zullen niet de kwaliteit leefomgeving krijgen die we ze nu voorspiegelen. Bovendien lopen we de kans op duizenden nieuwe banen mis.

Voor het Rijk was altijd belangrijk dat de natuur deze oppepper kreeg. Op zich mag het Rijk natuurlijk van mening veranderen, maar dan niet over de rug van de inwoners van Flevoland. Als OostvaardersWold niet doorgaat, dan zijn we met elkaar desondanks 140 miljoen euro kwijt. Dat is geld dat we tot nu toe hebben uitgegeven aan planontwikkeling en grondaankopen, of dat we de komende tijd nog moeten betalen als schadevergoeding aan boeren. Allemaal kosten die we hebben gemaakt nadat we met het rijk harde afspraken hadden dat zij een deel van deze kosten zouden dragen. Het enige met tegenwaarde wat wij nog overhouden is de grond, maar die hebben we in opdracht van het Rijk inmiddels doorgeleverd het Flevo-landschap. Bovendien is de waarde van die grond inmiddels gedaald omdat het een natuurbestemming heeft gekregen. Dat zou dus een enorme kapitaalvernietiging zijn.
De hamvraag is natuurlijk: wie gaat die 140 miljoen euro betalen? Het lijkt mij logisch dat de partij die opdracht gaf tot de realisatie van het OostvaardersWold, ook de rekening betaalt.

Ik vergelijk het maar met een situatie waarin ik opdracht geef om een huis te bouwen. De architect heeft een mooi plan gemaakt, de vergunningen zijn verleend, de grond is gekocht en een aannemer is hard aan het werk gegaan. Hij is inmiddels zover dat het dak er bijna op zit. Als ik op dat moment de aannemer zou vertellen dat ik me heb bedacht en dat ik bovendien de laatste rekening niet meer kan betalen, is de kans groot dat deze dat niet accepteert. Sterker nog: als ik de woning niet wil afnemen, vindt de aannemer met succes de rechter aan zijn zijde.

Met het OostvaarderWold is het niet anders. Het Rijk gaf de opdracht, spoorde ons daarna nog eens aan of het sneller kon; er liggen harde afspraken dat het rijk de kosten voor haar rekening zou nemen. Alleen, omdat het sneller moest, vroeg het rijk ons geld voor te schieten. Ook dat ligt vast op papier.
Flevoland is met deze rijksopdrachten loyaal aan de slag gegaan. We hebben veel gronden gekocht, plannen uitgewerkt, samenwerking gezocht met andere partijen. We hebben veel overeenkomsten met derden gesloten. Allemaal precies volgens de afspraken die we met het rijk hebben gemaakt.

Een kabinet dat in zo’n laat stadium besluit niet meer mee te willen werken met een project als het OostvaardersWold, moet toch begrijpen dat de kosten die inmiddels zijn gemaakt gewoon betaald moeten worden.

Voor de provincie Flevoland werkt het niet anders dan bij de aannemer die bijna klaar is met het huis. Op grond van harde afspraken moeten deze kosten door het Rijk worden betaald.

Iedereen die roept dat er geen cent rijksgeld meer naar het Oostvaarderwold mag, zegt dus in feite dat het Rijk haar afspraken niet moet nakomen en vindt dus blijkbaar dat Flevoland de gemaakte kosten maar voor haar eigen rekening moet nemen. Daarmee krijgen de inwoners van Flevoland een enorme rekening gepresenteerd. Dat is een bedrag van maar liefst € 350 voor elke inwoner van onze mooie provincie. Dat bedrag is zo hoog, dat we het niet eens via onze eigen belasting (de provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting) aan onze inwoners kunnen opleggen. Want om inwoners te beschermen tegen exorbitante tegenvallers, zit er een maximum aan het verhogen van deze belasting.
Ik denk dat het goed is dat we investeren in onze provincie. OostvaardersWold is een investering in nieuwe banen, in het voorkomen van wateroverlast, in het bieden van nieuwe recreatieruimte en ruimte om te groeien. Maar zelfs als je een grote tegenstander bent van deze ontwikkeling, dan nog zou je niet moeten willen dat onze inwoners de rekening van rijksbeleid moeten betalen. En dus kan het provinciebestuur van Flevoland niet anders dan het Rijk houden aan haar afspraken.

Tot ziens.

Passende zorg

Het was druk in het provinciehuis vanmiddag. Zo'n 200 mensen die werkzaam zijn in het onderwijs, jeugdzorg, welzijn of bij de gemeenten in Flevoland, kwamen bij elkaar rond het thema passend onderwijs en jeugdzorg op de jaarlijkse GAAF conferentie.

Voor regelmatige lezers van mijn weblog is GAAF inmiddels een bekende term. Onder de noemer GAAF (Gemeenschappelijke Actieprogramma Aansluiting Flevoland) zijn we in Flevoland al jaren bezig om de provinciale jeugdzorg goed aan te laten sluiten op andere vormen van zorg voor jeugdigen. Met GAAF willen we bereiken dat als een kind zorg nodig heeft, er maar één hulpplan bestaat, waar alle hulpverleners zich aan houden. Dus: nauwer samenwerken, minder rompslomp en kortere lijnen die het mogelijk maken om snel in te grijpen bij problemen. 'Passend onderwijs' was door de werkers in de jeugdzorg als thema van deze GAAF conferentie aangedragen. Met een goede reden: het blijkt dat een aanzienlijk aantal van de jongeren in de jeugdzorg - de inschatting is rond de 30% - ook ondersteuning krijgen op school.

Onvermijdelijk waren ook alle komende veranderingen in de jeugdzorg op deze conferentie onderwerp van gesprek. Staatsecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten schreef onlangs aan de kamer dat de zorg voor een jeugdige in de toekomst moet zijn afgestemd met wat er op school aan ondersteuning wordt geboden. Uit de presentatie van hoofdgast Léon Wever, directeur jeugdzorg van het Ministerie van VWS, bleek dat er op dit gebied nog heel veel vragen onbeantwoord zijn.

Gelukkig komen de werkers ondanks die onduidelijkheid met veelbelovende initiatieven. Een groot aantal van deze initiatieven was tijdens de conferentie te zien in de vorm van flitspresentaties. Dat leverde veel goede voorbeelden van samenwerking tussen zorg en onderwijs op. Steeds vaker kan gespecialiseerde ondersteuning snel op school of thuis snel ingezet vanuit de zorg.

Volgens traditie mocht ik aan het einde van de conferentie de GAAF stimuleringsprijs uitreiken. Er waren dit jaar maar liefst 13 inzendingen, een record. De winnaar was het project Sterk in de klas, een samenwerkingsproject waarin Triade gespecialiseerde hulp biedt aan basisschoolkinderen die grote kans maken uit te vallen uit het onderwijs. De GAAF stimuleringsprijs, een geldbedrag van €10.000, mag Triade besteden aan deskundigheidsbevordering van medewerkers of aan zaken die een relatie hebben met het initiatief, bijvoorbeeld (les)materialen voor versterking van het schoolklimaat.

De jaarlijkse GAAF conferentie is belangrijk voor iedereen die zich in de provincie bezig houdt met Jeugdzorg. Er werden vandaag weer veel nieuwe contacten gelegd en ideeën uitgewisseld. Wat mij betreft moeten we deze jaarlijkse traditie in stand houden, ook wanneer de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg in onze provincie over gaat naar de gemeenten.

Tot ziens.

maandag, november 28, 2011

Artikel 35b Provinciewet

Volgens artikel 35b van de Provinciewet moet een gedeputeerde woonachtig zijn in de provincie waar hij of zij werkt. Provinciale Staten kan in bepaalde gevallen vrijstelling van deze verplichting verlenen voor de periode van 1 jaar. Omdat ik bij de installatie van het huidige college op 18 mei van dit jaar buiten de provincie woonde heb ik deze vrijstelling gekregen. Ik heb bij die gelegenheid met de Staten afgesproken dat ik die vrijstelling slechts 1 keer zou vragen.

Vandaag tekende ik de koopovereenkomst voor een nieuwe woning in Lelystad. Als het allemaal een beetje mee zit kan ik me in januari melden bij de gemeente Lelystad om me in te schrijven als inwoner. Daardoor voldoe ik vanaf dat moment helemaal aan de eisen in de Provinciewet en dat is natuurlijk wel zo prettig.

Tot ziens.



Location:Lelystad

vrijdag, november 25, 2011

Gaaf on Tour

In onze provincie is het al jarenlang ‘goed gebruik’ dat de gedeputeerde jeugdzorg met enige regelmaat bij gemeenten langs gaat om te praten over de manier waarop de provinciale jeugdzorg aansluit op het gemeentelijke jeugdbeleid. Beide vormen van Jeugdzorg zijn eigenlijke communicerende vaten. Als de gemeente minder inzet op preventie komen meer kinderen de zwaardere (en dus ook duurdere) provinciale jeugdzorg. Andersom kan het dus ook, meer geld van de gemeente voor preventie leidt tot minder beroep op duurdere provinciale zorg. Om dat te bereiken werken provincie en gemeenten in Flevoland samen. Deze samenwerking is vastgelegd in het ‘Gemeenschappelijk Actieprogramma Aansluiting Flevoland’, kortweg GAAF.

Vanmorgen zat ik in Lelystad om de tafel met de Stuurgroep Zorg en Veiligheid, onder voorzitterschap van wethouder Meta Jacobs (foto). We hebben daar onder andere gesproken over de overdracht van de provinciale jeugdzorg naar de gemeente waar het kabinet toe heeft besloten. Die overdracht gaat werkelijk een megaoperatie worden. De bestaande samenwerking GAAF geeft ons een voorsprong voor de overdracht van de jeugdzorg in Flevoland.

Zoals u weet, ben ik voorstander van de overdracht van de jeugdzorg naar de gemeenten. Met namen omdat de gemeente het dichtst bij de eigen inwoners staat. Als het gaat om ondersteuning aan kinderen en gezinnen is de gemeente echt de spin in het web van allerlei partijen die een rol hebben in de jeugdzorg. Voordat we samen met die overdracht aan de slag kunnen gaan, is meer duidelijkheid vanuit het Rijk nodig. Ik maak me daarover nog steeds zorgen. Nog steeds biedt het kabinet te weinig helderheid over het proces. Bovendien gaat het Rijk bezuinigen in een periode waarin naar mijn mening juist extra geïnvesteerd moet worden in preventie. Dat maakt het allemaal heel ingewikkeld.

Voor Lelystad ligt er een extra probleem. In Lelystad maken veel meer kinderen en jongeren gebruik van de jeugdzorg dan gemiddeld in Nederland en Flevoland. De stuurgroepleden vanuit het onderwijs gaven aan dat voor het gebruik van het speciaal (basis)onderwijs hetzelfde geldt.

Meta Jacobs en de leden van de stuurgroep delen mijn zorgen maar laten gelukkig de schouders niet hangen. De wil is aanwezig om de politieke discussie over meer preventief aanbod aan te gaan vanuit de overtuiging dat dit zich zal terugverdienen.
Dit extra aanbod is volgens de stuurgroep vooral nodig voor de groep 18 tot 23 jarigen. De gemeente heeft aandacht voor specifieke problemen in deze leeftijdsgroep, zoals beperkte huisvestingsmogelijkheden (o.a. begeleid wonen). Voor een aanbod voor zwerfjongeren heeft de gemeente al budget vrijgemaakt.

We voerden vanmorgen een prettig en open gesprek. En daarbij begint het als we een succes van de transitie willen maken, want we kunnen het niet alleen!

Tot ziens.

woensdag, november 23, 2011

Rondetafelgesprek

Vandaag was ik in de statige zaal van de oude tweede kamer aan het Binnenhof in Den Haag. Daar organiseerde de vaste commissie voor Binnelandse Zaken een rondetafelgesprek over de plannen van het kabinet voor de Randstad. Ze hadden daarvoor o.a. gemeente- en provinciebestuurders uit de Randstad uitgenodigd.

Namens Flevoland heb ik laten weten dat wij geen principieel tegenstander zijn van fusie, maar dat dit dan wel een gevolg moet zijn van een keuze die door inwoners en provinciebestuur samen wordt gemaakt. Bovendien moet zo'n keuze ondersteund worden door de uitkomsten van een onderzoek waaruit blijkt dat zo'n fusie ook werkelijk voordelen heeft voor onze inwoners en bedrijven.


Vervolgens heb ik aangegeven dat het de Tweede Kamer zelf is geweest die ruim 25 jaar geleden heeft besloten tot de instelling van de provincie Flevoland. Daar waren destijds goede redenen voor en die gelden wat ons betreft nog steeds In die 25 jaar is een inmiddels een cultuur ontstaan van doorpakken, korte lijnen en samenwerken. De schaal van de provincie past goed bij de opgaven waarvoor we onszelf gesteld zien. Ik heb daarbij onderstreept dat wij een goed voorbeeld zijn van een provincie nieuwe stijl, die snel kan handelen wanneer dat nodig is. Tenslotte heb ik aan de hand van een aantal grote projecten binnen onze provincie laten zien dat onze, op samenwerking gerichte cultuur echt effectief is en dat daarvoor geen fusie nodig is.

Nadat alle sprekers hun verhaal hadden gehouden kregen de commissieleden de gelegenheid om vragen te stellen. Het werd een boeiende uitwisseling van argumenten. De komende tijd zal duidelijk moeten worden in hoeverre al deze informatie van invloed is geweest op de standpunten van de diverse partijen.

Tot ziens.

zondag, november 20, 2011

Zevenheuvels

Het leek alsof heel Nederland vanmorgen bedekt ging onder een dik pak mist, maar toen ik vanmorgen rond 12:00 uur in Nijmegen uit de trein stapte brak daar de zon door. Vandaag kwamen daar bijna 30.000 lopers bij elkaar voor wat wel het grootste loopevenment van Nederland wordt genoemd: De Zevenheuvelenloop. Met een groot PvdA-businessteam (foto) liep ik daar de 15 kilometer door de zonnige bossen rond Nijmegen. Na 1 uur en ruim 24 minuten kwam ik over de finisch. Voor verdere details kunt u hier klikken.





Tot ziens.

vrijdag, november 18, 2011

Oostvaarderswold

Vandaag is het precies een half jaar geleden dat het huidige college van VVD, PvdA, CDA en ChristenUnie werd geïnstalleerd. Zo'n half jaar is niet bepaald een mijlpaal die uitgebreid gevierd moet worden, maar deze keer markeerde deze periode voor mij persoonlijk wel een heel belangrijk doel. Bij het aantreden van het college kreeg ik als portefeuillehouder Oostvaarderswold immers de opdracht mee om binnen een half jaar met een voorstel te komen om de realisatie van het natuur- en recreatiegebied OostvaardersWold over te dragen aan een consortium van maatschappelijke organisaties. Het afgelopen half jaar heb ik samen met onze ambtenaren en de mensen van het Wereld Natuur Fonds, Het Flevo-landschap en Staatsbosbeheer keihard gewerkt om aan onze opdracht te voldoen. Ik kan u melden dat wij in onze opdracht geslaagd zijn. Afgelopen dinsdag heb ik de uiteindelijke plannen besproken met mijn collega's in het college van GS. Daar werden de plannen goed ontvangen, waarna we hebben besloten om e.e.a. voor te leggen aan de Provinciale Staten.

Wereld Natuur Fonds, Flevo-landschap en Staatsbosbeheer willen begin volgend jaar de stichting ter Ontwikkeling en Realisatie van het Oostvaarderswold oprichten. Deze stichting heeft als taak in 10 jaar de gebiedsontwikkeling te realiseren waarmee de provincie in 2005 is begonnen.

Het voorstel van de drie samenwerkende organisaties is een uitwerking van de intentieverklaring die ik namens de provincie in juni van dit jaar ondertekende met Wereld Natuur Fonds en Flevo-landschap. Staatsbosbeheer sloot zich daar later bij aan.

Het college van Gedeputeerde Staten is blij met het voorstel van de drie organisaties, omdat daarmee inhoud wordt gegeven aan het coalitieakkoord. Wij hebben gezocht naar een manier waarop de realisatie van het OostvaardersWold past in het nieuwe kabinetsbeleid. Natuur voor mensen, natuur met een belangrijke bijdrage aan de economie en natuur die niet alleen drijft op heel veel gemeenschapsgeld. Dit voorstel van Wereld Natuur Fonds, Flevo-landschap en Staatsbosbeheer sluit daar goed bij aan. Nu is het woord aan Provinciale Staten.

Besluitvorming door Provinciale Staten vindt de komende maanden plaats. Als zij akkoord gaan, zal de provincie komend voorjaar een realisatieovereenkomst sluiten met de drie maatschappelijke partners.

Tot ziens.