vrijdag 27 januari 2006

Zorgwekkende zorgmijders

Het afgelopen jaar heb ik me wel eens afgevraagd hoe het zou zijn wanneer ik ooit weer eens 'gewoon werk' zou moeten doen. Een baan als burgemeester is zo anders dan heel veel ander werk. Ik wist dus dat een eventuele overstap in de toekomst groot zou worden. Gelukkig was ik daar dus wel op voorbereid en dat is maar goed ook. De stap ‘terug in de maatschappij’ is groot. Aan de andere kant merk ik wel dat het goed voor me is om een tijdje bezig te zijn met een vraagstuk dat weer helemaal nieuw voor me is.

Door het werk wat ik nu in Leiden doe, kom ik in aanraking met de bestuurlijk kant van de opvang van dak- en thuislozen. Ik heb het hier over lieden die je in de kleinere gemeenten niet zo snel zult tegenkomen. Het is een groep mensen met grote problemen op het gebied van harddrugsverslaving, vaak in combinatie met psychiatrische stoornissen en een heel scala van andere gezondheidsklachten, materiele en sociale problemen. Vaak is er sprake van uitstoting uit de samenleving. Ik maak nu kennis met (de problemen van) mensen die aan de bodem van het bestaan zitten en die ook niet meer in staat zijn zichzelf er weer bovenop te brengen. Soms willen ze zelfs niet meer geholpen worden. Zo kon ik de afgelopen week het nieuwe begrip ‘zorgwekkende zorgmijders’ aan mijn woordenschat toevoegen.

Net zoals in veel andere grotere steden is deze groep heel zichtbaar op straat aanwezig. Ze zijn vaak herkenbaar door persoonlijke vervuiling en verwarring maar soms ook door agressie en andere vormen van overlast. Wat mij betreft ligt er bij deze groep een belangrijke verantwoordelijkheid voor de overheid. Op de eerste plaats omdat deze mensen ook deel van onze samenleving uitmaken en dus een menswaardig bestaan moeten kunnen hebben. En op de tweede plaats omdat dezelfde overheid verantwoordelijk is voor de veiligheid van alle burgers. Ik zie nu hoe deze verantwoordelijkheid binnen een gemeente als Leiden wordt opgepakt. Als centrumgemeente doet men dat ten behoeve van de hele regio. De gemeente is bereid te investeren in voorzieningen voor de opvang van deze groep. Niet alleen omdat ze dan van de straat zijn en geen overlast veroorzaken, maar ook om deze mensen een kans te geven weer terug te keren in de samenleving. En soms lukt dat ook.

Dat geldt overigens niet alleen voor de gemeente. Na heel veel discussie heeft het gemeentebestuur onlangs een locatie aangewezen voor de vestiging van een grootschalige opvangvoorziening voor deze groep. Een voorziening die weinig mensen graag in hun buurt zien verschijnen en ook dit besluit is in de buurt weinig enthousiast ontvangen. Toch is er een groep uit de buurt ontstaan die het belang voor opvang wel zag en ook begrijpt dat het ergens moet gebeuren. Ze hebben zich bereid getoond om ruimte te maken voor de opvang van dak- en thuislozen in hun eigen wijk, wanneer er met de gemeente goede afspraken gemaakt konden worden over een pakket van maatregelen om de leefbaarheid van de wijk te gaan verbeteren. Mooi toch, dat heb ik wel eens anders meegemaakt. Ik herinner me nog hoe omwonenden bij de aanleg van een woonwagenkampje in Hillegom 6 jaar lang de hakken in het zand hebben gezet en ook niet bereid waren mee te denken over een plan voor de wijk. Het kampje is er met veel bestuurlijke druk uiteindelijk gewoon gekomen, alleen heeft de buurt een geweldige kans laten liggen om door de komst van het kampje de leefbaarheid in de wijk juist te verbeteren. Het kan dus ook anders, gelukkig maar.

Afgelopen week was ik in mijn rol als projectleider aanwezig bij de vergadering van de raadscommissie waar de vestiging van de opvanglocatie werd besproken. Een meerderheid van de commissie steunt het voorstel van het college. Er was terecht veel bewondering voor de rol van de betreffende buurt. Toen ik laat op de avond terugging naar het station voor mijn trein naar Hillegom kwam ik onderweg iemand tegen die vroeg of ik nog iets over had voor een dakloze. Ik had geen kleingeld bij me……..

Tot volgende week

3 opmerkingen:

  1. C.J.A.van der Vooren29 januari, 2006 21:33

    U had geen klein geld bij U
    Dan toch wel groot geld gegeven zeker?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Daar hoef ik toch zeker geen antwoord op te geven......

    BeantwoordenVerwijderen
  3. NEE NATUURLIJK NIET.
    het was maar een geintje?
    U vond het toch niet erg he?
    Het allerbeste met U

    BeantwoordenVerwijderen