zaterdag 14 april 2007

50 miljoen

Als wethouder Ruimtelijke Ordening krijg ik met grote regelmaat bezoek van projectontwikkelaars. Als ik het simpel uitdruk zijn dat mensen die grond of onroerend goed binnen de gemeente kopen, dit vervolgens met veel geld ontwikkelen tot iets hoogwaardigers, om het daarna weer met winst te verkopen. Omdat voor het ontwikkelen van dergelijke projecten vaak een wijziging van het bestemmingsplan nodig is, hebben ze de gemeente nodig om zo'n plan te realiseren. Dat is ook het geval wanneer ze grond willen kopen die eigendom van de gemeente zelf is.

Het aantal plannen dat we op die manier op ons bordje krijgen is groot en omdat de tijd van onze ambtenaren kostbaar is, beoordelen we vooraf of een plan interessant genoeg is om er energie in te steken. Daarbij is een aantal zaken van belang. Zo moet het plan passen binnen het beleid van de gemeente en moeten we het gevoel hebben dat we met een partij aan de tafel zitten die ook werkelijk in staat is dat plan te realiseren. Zo zullen wij een plan voor grootschalige kantorenontwikkeling niet snel steunen wanneer we in de praktijk te maken hebben met een overschot aan kantoren. Ook heb ik meer dan eens meegemaakt dat een ontwikkelaar een plan om onduidelijke reden terugtrekt, terwijl de gemeente er veel energie in heeft gestoken. Dat soort dingen willen we natuurlijk voorkomen.

Om die reden kunnen we niet alle initiatieven die op ons bordje komen honoreren. Dat is 'all in the game' en de meeste ontwikkelaars accepteren dat ook gewoon. Ze proberen het later gewoon nog eens een keer of passen een plan zodanig aan dat het voor ons wel interessant kan zijn.

Dat niet iedereen begrip heeft voor die werkwijze bleek vanmorgen weer eens toen ik het Leidsch Dagblad onder ogen kreeg. De voorpagina opende met de kop 'Leiden laat 50 miljoen euro lopen'. In het artikel waren de uitlatingen te lezen van een ontwikkelaar die de gemeente niet had kunnen overtuigen van de kwaliteit van zijn plan. Beetje jammer dat hij dit via de krant meent te moeten spelen.

Inmiddels heeft de CDA fractie schriftelijke vragen gesteld aan het college naar aanleiding van deze artikelen. Dat geeft ons de kans om eens haarfijn uit te leggen waarom dit allemaal zo is gelopen. Ik doe mijn best om de antwoorden zo snel mogelijk bij de raad te krijgen.

Tot ziens.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen