dinsdag 22 april 2008

KNVB

Binnen Leiden zijn 11 voetbalverenigingen actief. Dat is veel voor een stad met bijna 118.000 inwoners. Op basis van landelijke kengetallen zou er binnen onze stad slechts ruimte zijn voor 6 tot 8 gezonde verenigingen. Dat het er in Leiden veel meer zijn, kan voor een deel te verklaren zijn door het feit dat onze inwoners op sportgebied bovengemiddeld aktief zijn. Daarmee valt echter niet alles te verklaren.

Alle verenigingen vissen in dezelfde vijver wanneer het gaat om het aantrekken van nieuwe leden. Gevolg hiervan is dat de verenigingen in Leiden relatief klein blijven. Een gevolg daarvan is dat de kwaliteit van de vereniging zowel in organisatorisch als sportief opzicht achteruit gaat.


Nu gaat de gemeente niet over het aantal verenigingen. Daar gaan de besturen van die verenigingen helemaal zelf over. Wanneer echter de kwaliteit van het aanbod achteruit gaat, voelen we daarbij wel een betrokkenheid. Daarom hebben de clubs samen met gemeente en KNVB vorig jaar een convenant gesloten waarin afspraken zijn gemaakt om iets te gaan doen aan de verbetering van de kwaliteit en vitaliteit van 'onze' voetbalverenigingen. De financiering van dit project is afkomstig uit het Grote Stedenbeleid.

Vanavond was ik aanwezig bij een bijeenkomst van de gezamenlijke voorzitters van de Leidse voetbalverenigingen. Daar werden door de KNVB de resultaten gepresenteerd van een breed kwaliteitsonderzoek dat vorig jaar onder de Leidse voetbalclubs is gehouden. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek zullen wij de komende periode samen met de clubs een groot aantal verbeteracties gaan inzetten. Speerpunten zijn daarbij:

- het verbeteren van waarden en normen
- het zoeken van samenwerking met Hogeschool en ROC voor ondersteuning van de clubs
- opzetten van een Leidse scheidsrechterspoule
- het rekruteren van meer en beter kader.

De voorzitters zijn gemotiveerd om te gaan werken aan de broodnodige kwaliteitsverbetering. Daarvoor kunnen ze van mij alle support verwachten. Clubs die ondanks alle inzet toch onder de maat blijven presteren zullen daar uiteindelijk zelf de conclusies uit moeten trekken.

Tot ziens.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen