dinsdag 13 maart 2012

Rekenkamer slaat plank mis

Sinds 2005 kennen de provincies eigen rekenkamers. Deze werden destijds ingesteld als direct gevolg van de Wet dualisering provinciebestuur. De rekenkamers zijn onafhankelijk. Ze versterken de controlerende taak van Provinciale Staten en vergroten de publieke verantwoording. De rekenkamers hebben dus een belangrijke functie in het democratische bestel. Flevoland is samen met Noord- en Zuid Holland en Utrecht aangesloten bij de Randstedelijke Rekenkamer. Doorgaans worden de adviezen van de rekenkamer zeer serieus genomen door zowel de volksvertegenwoordiging als de bestuurders in de aangesloten provincies. 

Dat het in de praktijk ook anders kan gaan bleek vanmorgen toen de Randstedelijke Rekenkamer een nieuw onderzoek publiceerde naar aanleiding van het onderwerp 'onverantwoord wachten in de jeugdzorg'. 

De jeugdzorg is volop in beweging. Op 1 januari 2015 gaat de uitvoering van de gehele jeugdzorg in Nederland over naar de gemeenten. De gemeenten zijn nu al druk met de voorbereidingen van deze overdracht waarbij, mede onder druk van extra bezuinigingen, de hele uitvoering opnieuw wordt ingericht. Uitgangspunt daarbij is onder andere minder bureaucratie en meer vertrouwen in de professionals. Dat sluit goed aan bij het algemene idee dat het geld in de jeugdzorg vooral naar de zorg voor kinderen moet en vooral niet bedoeld is om een enorme bureaucratie in stand te houden.

Tegen deze achtergrond komt de Rekenkamer met een rapport waarin men in de eerste plaats op geen enkele wijze rekening houdt met het feit dat hun aanbevelingen onuitvoerbaar zijn omdat de jeugdzorg op korte termijn naar de gemeenten gaat, maar waarin men bovendien pleit voor verdere uitbreiding van de bureaucratie en minder vertrouwen in de professionals. Volgens de rekenkamer mogen we niet zomaar vertrouwen op het oordeel van onze professionals van het bureau Jeugdzorg. In plaats daarvan stellen ze voor om deze werkers op te zadelen met nog meer administratieve lasten. Het is jammer dat de rekenkamer, juist bij zo'n gevoelig onderwerp als wachtlijsten in de jeugdzorg, volstrekt voorbij gaat aan de realiteit van vandaag. Ze doet daarmee geen recht aan de grote inzet van de werkers in de zorg.

Begrijpelijk dat de kop boven de reactie van het Interprovinciaal Overleg (IPO)  vanmorgen luidde: 'Rekenkamer slaat plank mis'. Wat mij betreft moet het toch al zo schaarse geld in de jeugdzorg vooral naar de zorg voor kinderen gaan. Dit kan alleen wanneer we professionals in de zorg vertrouwen dat ze hun werk serieus nemen.  Ik kijk daarom met vertrouwen uit naar de discussie met Provinciale Staten over deze rapportage van de Rekenkamer



Tot ziens.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen