maandag 20 februari 2012

Fatsoenlijk

'Job Cohen is een man die deugt, en dat is een kwaliteit die tegenwoordig niet bij alle politieke partijen  vanzelfsprekend is.' was de tekst die ik afgelopen weekend nog twitterde. Een aantal mensen reageerde met instemming op dat bericht. Vanmiddag maakte Job Cohen bekend dat hij zich terugtrekt als fractievoorzitter en leider van mijn partij, de Partij van de Arbeid. Een besluit dat ik respecteer maar ook zeer betreur. Wanneer een bruggenbouwer, een verbinder en fatsoenlijk mens juist vanwege die kwaliteiten zichzelf genoodzaakt ziet om zich terug te trekken dan kun je dat alleen maar betreuren.

De tweedekamerfractie gaat op zoek naar een voorlopige fraktievoorzitter. De partij gaat op zoek naar een nieuwe leider. Ik hoop dat we hiervoor een hele goede kandidaat vinden. Wat mij betreft behoren de eigenschappen bruggenbouwer, verbinder en fatsoenlijk mens weer tot de basiseisen van deze functie, wel bij de Partij van de Arbeid. 

Tot ziens


donderdag 16 februari 2012

Retweet

Met wisselend succes ben in nu een paar jaar actief op twitter. In die tijd heb ik het aantal volgers zien groeien tot ruim 1300. Dat ging schoksgewijs. In periodes van verhoogde politieke activiteit gaat het harder dan gedurende rustige tijden. De meeste tweets verdwijnen vrij snel in het niets, maar soms leiden ze tot bijzondere reacties. Vandaag kreeg ik daar weer een mooi voorbeeld van.
Retweet

Ik zat op de zender politiek24 te kijken naar een plenair debat in de tweede kamer over het nieuwe Natuurakkoord. Tijdens dit debat gaf de staatssecretaris Henk Bleker een reactie op vragen uit de kamer over de gebiedsontwikkeling Oostvaarderswold. Hij wist te melden dat hij eerder in de week een gesprek had met twee Flevolandse gedeputeerden. Hij vervolgde met de mededeling dat hij niet zo vaak op twitter keek, maar dat hij had gelezen dat gedeputeerde Witteman na afloop van het overleg via twitter liet weten dat het een constructief overleg was. "Ik kan het zelf niet beter zeggen" zei hij vervolgens. Op die manier wist de staatssecretaris moeilijke vragen handig uit de weg te gaan.

Hiermee was wel mijn eerste ministeriƫle retweet een feit dat voor altijd vastligt in de handelingen van de kamer. Nu maar hopen dat het overleg over Oostvaarderswold zo constructief blijft dat ik binnenkort geen andere berichten hoef te twitteren.

Tot ziens.

maandag 6 februari 2012

Ongemakkelijk

Als de nieuwe wet op tijd klaar is, dan dragen de provincies de zorg voor de meest kwetsbare kinderen per 1 januari 2015 over aan de gemeenten. Veel provinciebestuurders voelen zich een beetje als ouders wiens kinderen het huis uit gaan. Je weet dat je verantwoordelijkheid over gaat, maar het blijft je wel mateloos interesseren hoe het straks met ze gaat. Om die reden stapte ik vanmiddag in de Hanzeliner naar Zwolle om daar een bijeenkomst bij te wonen die de VNG had georganiseerd voor gemeentebestuurders die zich voorbereiden op de nieuwe taak.

Ik ontmoette daar enthousiaste wethouders. Zij beseffen heel goed dat de gemeenten met een slimme aanpak belangrijke verbeteringen kunnen doorvoeren voor kinderen in de jeugdzorg. Daarbij krijgen ze kansen die er voorheen, met versnipperde verantwoordelijkheden, niet waren.

Met de toename in belangstelling en enthousiasme zie ik ook het aantal vragen toenemen. Vragen die vanmiddag nog lang niet allemaal beantwoord konden worden, ook niet door de aanwezige staatssecretaris van VWS.

Over het algemeen merk ik dat de gemeenten al aardig in hun rol zitten wanneer het gaat om de lichtere vormen van zorg. Wanneer het echter aankomt op zwaardere zorg op vrijwillige basis of zelfs gedwongen vormen van hulpverlening, dan zie ik nog veel terughoudendheid bij de wethouders in het land. Het onderwerp lijkt een beetje taboe.

In Nederland hebben we te maken met een kleine groep kinderen die voor hun veiligheid afhankelijk zijn van de overheid. Daarbij gaat het om kinderen van wie de ouders de verantwoordelijkheid voor een veilige opvoeding niet kunnen of willen dragen. Erik Gerritsen, directeur van het bureau Jeugdzorg Amsterdam, spreekt bij deze groep treffend over de 'ongemakkelijke waarheid'. Het gaat om gezinnen waar de overheid hard moet ingrijpen, soms zelfs tegen de wens van de ouders in. Als dat voor de veiligheid van het kind nodig is dan is dat gerechtvaardigd, maar het maakt je als overheid niet altijd populair. Het lastige imago van de bureaus Jeugdzorg hebben zij deels te danken aan het feit dat ze niet wegliepen voor deze lastige taak.

Op bijeenkomst zoals vandaag in Zwolle merk ik dat veel bestuurders moeite hebben met het feit dat ze deze zware taak straks gaan overnemen. In de praktijk gaat het om een relatief kleine groep kinderen, maar het gaat wel om een groot deel van het budget. Ik heb er vertrouwen in dat de gemeenten de jeugdzorgtaken op een goede manier van ons over gaan nemen. Voorwaarde is daarbij wel dat men ook de ongemakkelijke waarheid onder ogen durft te zien. Ik ben benieuwd wanneer de VNG de eerste bestuurdersbijeenkomst gaat organiseren onder de titel 'De ongemakkelijke waarheid in de Jeugdzorg'. Dan verwacht ik dat het goed komt.


Tot ziens.

woensdag 1 februari 2012

e-magazine

Als gedeputeerde ben ik bij de provincie Flevoland onder andere verantwoordelijk voor de communicatie met onze omgeving. Het is immers van groot belang om inwoners, bedrijven en instellingen goed te informeren over zaken die voor hen belangrijk zijn. Tot voor kort deden we dat vooral met hele fraaie drukwerkproducties die per post het land in gingen. Nu geloof ik meer in de kracht van nieuwe media en heb ik bovendien een opdracht om een forse besparing te realiseren op onze communicatie. Op grond daarvan zijn we binnen de provincie een nieuwe weg ingeslagen. Daar waar mogelijk communiceren we digitaal en als het kan een beetje flitsend. De laaste tijd zie ik steeds meer mooie voorbeelden voorbij komen.


Zo zag ik vandaag een verslag van de week van de jeugdzorg. Met een filmpje, interviews, tweets en foto's is het provinciale nieuwe digitale stageverslag jeugdzorg een fris en aantrekkelijk medium geworden. Statenleden, wethouders en professionals doen er hun verslag in. Kijkt u zelf maar via deze link.


Tot ziens.

donderdag 26 januari 2012

Aanmoediging

Vanmiddag kreeg ik van de Natuur en Milieufederatie Flevoland een aanmoedigingsprijs voor mijn werk aan het Oostvaarderswold. Echt zo'n moment om een beetje verlegen van te worden. Uit alle reacties die ik de afgelopen maanden voorbij zag komen wist ik dat er veel supporters zijn voor dit project, maar dit is toch wel een mooi gebaar. Zo'n aanmoedigingsprijs is juist wanneer het gaat om het Oostvaarderswold iets om direct weer door te geven aan al die ambtenaren en politici die bij het onderwerp betrokken zijn. Zonder een aanmoediging uit de samenleving is zo'n politiek en maatschappelijk complex project ook door hen immers nooit tot een goed einde te brengen.

Overigens was mijn manier van communiceren, o.a. via dit weblog, mede aanleiding om deze aanmoediging te geven. Dat is wel bijzonder omdat alle gevoeligheden bij dit onderwerp juist met zich meebrengen dat ik uiterst terughoudend ben in mijn communicatie over dit project dat al weken lang mijn agenda beheerst.

Tot ziens.

dinsdag 24 januari 2012

Buitengewoon Noordoostpolder

Het is feest in de Noordoostpolder. Het is dit jaar precies 50 jaar geleden dat de gemeente is opgericht en bovendien is het 70 jaar geleden dat de polder droog viel. Voor mijn collega's en mij was dat reden om afgelopen donderdag en vandaag af te reizen naar Emmeloord om samen met bestuurders en inwoners het feest mee te vieren.

Ik heb de gemeente Noordoostpolder het afgelopen jaar leren kennen als een bijzondere gemeente. Bij mijn eerste verkenningen was ik al onder de indruk van de sociaal culturele geschiedenis van de gemeente en de geweldige landschappelijke kwaliteit die ik daar aantrof. De Noordoostpolder heeft een oppervlakte van 59.620 ha en is daarmee 25 keer zo groot als mijn vorige woonplaats Leiden. De gemeente telt ruim 46.000 inwoners. Emmeloord fungeert als centrumplaats en wordt op fietsafstand omringd door de dorpen: Bant, Creil, Ens, Espel, Kraggenburg, Luttelgeest, Marknesse, Nagele, Rutten, Tollebeek en het werelderfgoed Schokland.

Vanmiddag was ik aanwezig bij een symposium dat helemaal ging over het dorp Nagele. In de jaren vijftig is het nieuwe Nagele ontworpen door architecten van de architectengroepen 'De Acht' en 'Opbouw', zoals Cornelis van Eesteren, Aldo van Eyck, Gerrit Rietveld en de tuinarchitecte Mien Ruys. Nagele is een van de weinige plekken waar de anno 1950 moderne architecten op grotere schaal hun ideeƫn konden verwezenlijken.

Van 1947 tot 1949 hield onder andere Van Eesteren zich bezig met de situering van het nieuwe dorp Nagele. Het plan voor het dorp is door Van Eesteren uitgewerkt aan de hand van eerste schetsen van Rietveld. Het dorp is gebouwd volgens een streng en recht stedenbouwkundig plan. Beide groepen architecten waren voorstanders van gekoppelde woningen in rechte lijnen. De bebouwing moest openheid en strakheid uitstralen en gebruikmaken van glas en beton. Op de tekentafel ontstond het idee voor een dorp met platte daken.

Het resultaat is nu nog steeds te zien in de Noordoostpolder. Het dorp Nagele is internationaal beroemd geworden en trekt daardoor nog steeds veel toeristen uit binnen- en buitenland. De film die cineast Louis van Gasteren (foto) 50 jaar geleden maakte over de bouw van het dorp heeft aan die bekendheid bijgedragen.

Nu, 50 jaar, later is Louis van Gasteren teruggekeerd naar het dorp en heeft hij opnieuw een film gemaakt over het dorp van nu. Ik mocht vanmiddag in aanwezigheid van de hoogbejaarde filmmaker de premiere van de film bijwonen. In die film is vooral te zien hoe de uittocht van de landarbeiders en de vergrijzing van de bevolking het dorp hebben veranderd. De hedendaagse vraagstukken houden opnieuw architecten bezig.

Tot ziens.

zondag 1 januari 2012

Gelukkig Nieuwjaar

En natuurlijk wens ik ook alle trouwe lezers van mijn weblog een geweldig 2012. Dat alle mooie voornemens waarheid mogen worden. Ik zie het nieuwe jaar met vertrouwen tegemoet. Er is veel werk aan de winkel. Mijn komende verhuizing naar Lelystad, de besluitvorming met betrekking tot het Oostvaarderswold en de overdracht van de provinciale jeugdzorg naar de gemeenten zijn daarvan wel de belangrijkste, maar er is veel meer te doen.

Ik hoop 2012 vooral het jaar zal worden van respect, verdraagzaamheid, vriendschap en liefde voor elkaar.


Tot ziens.







zondag 11 december 2011

Urk

Tijdens de provinciale Gaaf conferentie van vorig jaar mocht ik de jaarlijkse Gaaf-prijs uitreiken aan de mensen van het jongerenwerk op Urk. Voor een project om jongerencoaches aan te stellen, mocht ik een bedrag van 10.000 euro overhandigen. Ik heb toen afgesproken dat ik een keer langs zou komen om met eigen ogen te zien hoe dit geld werd besteed. En zo kon het gebeuren dat ik gisterenavond met een jongerenwerker in het koude dorpscentrum heb rondgehangen.

Urk is in veel opzichten een bijzondere gemeente. Maar liefst 50% van de inwoners is jonger dan 25 jaar, dat is dus twee keer zoveel als in de rest van Nederland. Maar Urk kan ook omschreven worden als de meest kerkelijke gemeente van Nederland. Op Urk dient een ieder te leven volgens de regels van de kerk. Het is in mijn ogen de combinatie van heel veel jonge mensen en strenge kerkelijke regels die het jongerenwerk handen vol werk bezorgen.

Een zaterdagavond op straat in het oude dorp heeft een bijzondere indruk op me gemaakt. Het zijn vooral de jongeren tussen pakweg 15 en 25 jaar die de straten van het centrum bevolken. Ze lopen voortdurend luidruchtig heen en weer tussen de verschillende horecagelegenheden. Tussendoor scheuren de scooters, met 2 of zelfs 3 personen op de buddyseat, fles bier nog in de hand. Waar je ook kijkt zie je de jongens stoeien, kleine vechtpartijtjes lopen zo nu en dan uit de hand. De meiden lopen daar in kleine groepjes tussendoor en proberen in - zeker bij deze koude- veel te schaarse kleding de aandacht te trekken. Alcohol, drugs en sex spelen een belangrijke rol in het leven van deze jonge mensen op zaterdagavond. Het contrast met de geloofsgemeenschap van heel andere normen en waarden kan bijna niet groter zijn. Pogingen om de overlast in het centrum terug te dringen door het verminderen van het aantal horecagelegenheden hebben een averechts effect. De overlast verplaatst zich naar een groot aantal illegale jeugdhonken op het bedrijventerrein waar van toezicht al helemaal geen sprake meer is.

Jonge mensen die hier opgroeien moeten stevig in hun schoenen staan om de 'verleidingen' te kunnen weerstaan. Dat er veel zijn die dat niet kunnen, werd mij deze avond duidelijk uit alle verhalen die ik van de jongeren zelf mocht horen. Mijn waarneming is dat het kleine dorp Urk te maken heeft met problematiek, die ik alleen uit de grote stad ken.

Binnen de provincie Flevoland ben ik bestuurlijk verantwoordelijk voor de zwaardere jeugdzorg. De verantwoordelijkheid voor de preventie ligt in de eerste plaats bij de jongeren en hun ouders. De gemeente heeft daarbij een ondersteunende rol, bijvoorbeeld door in het kader van preventief jeugdbeleid subsidie te verstrekken. Bijvoorbeeld aan het Jongerenwerk, waar de beroepskrachten zich samen met heel veel vrijwilligers, het lot van deze jeugd aangetrokken hebben. Al deze mensen vangen met heel veel liefde de jongeren op die in de knel dreigen te komen. Daarmee voorkomen ze heel veel nieuw leed in de samenleving. Of dat uiteindelijk genoeg is, vraag ik me af. Grootstedelijke problemen los je mijns inziens alleen op met een grootstedelijke aanpak en daarvoor zijn de middelen op Urk onvoldoende.

Het was na afloop te laat om nog naar huis te gaan en dus heb ik de nacht op Urk doorgebracht in pension 'De Kroon'. Een kamer met uitzicht op zee en een prima ontbijt. Toen ik zondag vertrok was het rustig in het dorp.

Tot ziens.

donderdag 1 december 2011

Op stap met mijn 1000ste volger

Een tijdje geleden beloofde ik op Twitter dat degene die zich als mijn 1000ste volger zou aanmelden, met mij op stap mocht tijdens mijn werkzaamheden. Vanmiddag was het zover. Met Mieke Roth (op twitter @miekeroth), ben ik vanmiddag in het kader van 'Gaaf on tour' naar Emmeloord geweest om haar een klein inkijkje te gunnen in wat ik als gedeputeerde jeugdzorg doe.

GAAF staat voor aansluiting jeugdzorg en jeugdbeleid in gemeenten.Wij hebben bij de onderwijscombinatie AVES gesproken met bestuurders van de gemeente Noordoostpolder en lokale partijen uit de zorg en het onderwijsveld.
We kregen boeiende presentaties te zien van de deelnemers. De presentaties lieten duidelijk zien dat de samenwerking tussen maatschappelijke partijen in de Noordoostpolder buitengewoon krachtig is.

Als gedeputeerde ben ik trots op die grote inzet, die bovendien heel goed aansluit op de provinciale jeugdzorg. Daardoor vallen er geen kinderen meer tussen de wal en het schip. Of beter gezegd: we maken de ruimte tussen wal en schip eenvoudigweg te klein om er nog tussen te kunnen vallen.

En wat vond Mieke er van? Ik zal vragen of ze haar reactie onder dit weblog wil schrijven.

Wilt u mij ook volgen op Twitter? Dat kan mijn twitternaam is @mwitteman. Voor mijn 2000ste volger ga ik alvast weer een leuke verassing bedenken.

Tot ziens.

woensdag 30 november 2011

Geen cent meer naar Oostvaarderswold

'Geen cent rijksgeld meer naar het Oostvaarderswold', die uitspraak kwam ik de afgelopen dagen met enige regelmaat tegen in de pers. Meestal werd deze uitspraak opgetekend uit de monden van landelijke politici, maar ook binnen onze Provinciale Staten hoorde ik deze geluiden. Het zijn uitspraken die in sommige politieke kringen blijkbaar goed vallen, maar in feite leggen deze politici een enorme rekening bij de inwoners van Flevoland.

Ik zal uitleggen waarom, maar eerst nog even terug naar de vraag waarom we het OostvaardersWold willen realiseren. Het OostvaardersWold creƫert ruimte voor nieuwe economische ontwikkeling. Niet alleen in het gebied zelf, maar ook door compensatieruimte te bieden voor natuur die elders in de provincie verdwijnt op plekken waar nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructuur komen. Zonder OostvaardersWold gaat Flevoland op slot; nieuwe bouwprojecten zullen stagneren, er wordt niets gedaan aan de wateroverlast die op ons afkomt en onze toekomstige inwoners zullen niet de kwaliteit leefomgeving krijgen die we ze nu voorspiegelen. Bovendien lopen we de kans op duizenden nieuwe banen mis.

Voor het Rijk was altijd belangrijk dat de natuur deze oppepper kreeg. Op zich mag het Rijk natuurlijk van mening veranderen, maar dan niet over de rug van de inwoners van Flevoland. Als OostvaardersWold niet doorgaat, dan zijn we met elkaar desondanks 140 miljoen euro kwijt. Dat is geld dat we tot nu toe hebben uitgegeven aan planontwikkeling en grondaankopen, of dat we de komende tijd nog moeten betalen als schadevergoeding aan boeren. Allemaal kosten die we hebben gemaakt nadat we met het rijk harde afspraken hadden dat zij een deel van deze kosten zouden dragen. Het enige met tegenwaarde wat wij nog overhouden is de grond, maar die hebben we in opdracht van het Rijk inmiddels doorgeleverd het Flevo-landschap. Bovendien is de waarde van die grond inmiddels gedaald omdat het een natuurbestemming heeft gekregen. Dat zou dus een enorme kapitaalvernietiging zijn.
De hamvraag is natuurlijk: wie gaat die 140 miljoen euro betalen? Het lijkt mij logisch dat de partij die opdracht gaf tot de realisatie van het OostvaardersWold, ook de rekening betaalt.

Ik vergelijk het maar met een situatie waarin ik opdracht geef om een huis te bouwen. De architect heeft een mooi plan gemaakt, de vergunningen zijn verleend, de grond is gekocht en een aannemer is hard aan het werk gegaan. Hij is inmiddels zover dat het dak er bijna op zit. Als ik op dat moment de aannemer zou vertellen dat ik me heb bedacht en dat ik bovendien de laatste rekening niet meer kan betalen, is de kans groot dat deze dat niet accepteert. Sterker nog: als ik de woning niet wil afnemen, vindt de aannemer met succes de rechter aan zijn zijde.

Met het OostvaarderWold is het niet anders. Het Rijk gaf de opdracht, spoorde ons daarna nog eens aan of het sneller kon; er liggen harde afspraken dat het rijk de kosten voor haar rekening zou nemen. Alleen, omdat het sneller moest, vroeg het rijk ons geld voor te schieten. Ook dat ligt vast op papier.
Flevoland is met deze rijksopdrachten loyaal aan de slag gegaan. We hebben veel gronden gekocht, plannen uitgewerkt, samenwerking gezocht met andere partijen. We hebben veel overeenkomsten met derden gesloten. Allemaal precies volgens de afspraken die we met het rijk hebben gemaakt.

Een kabinet dat in zo’n laat stadium besluit niet meer mee te willen werken met een project als het OostvaardersWold, moet toch begrijpen dat de kosten die inmiddels zijn gemaakt gewoon betaald moeten worden.

Voor de provincie Flevoland werkt het niet anders dan bij de aannemer die bijna klaar is met het huis. Op grond van harde afspraken moeten deze kosten door het Rijk worden betaald.

Iedereen die roept dat er geen cent rijksgeld meer naar het Oostvaarderwold mag, zegt dus in feite dat het Rijk haar afspraken niet moet nakomen en vindt dus blijkbaar dat Flevoland de gemaakte kosten maar voor haar eigen rekening moet nemen. Daarmee krijgen de inwoners van Flevoland een enorme rekening gepresenteerd. Dat is een bedrag van maar liefst € 350 voor elke inwoner van onze mooie provincie. Dat bedrag is zo hoog, dat we het niet eens via onze eigen belasting (de provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting) aan onze inwoners kunnen opleggen. Want om inwoners te beschermen tegen exorbitante tegenvallers, zit er een maximum aan het verhogen van deze belasting.
Ik denk dat het goed is dat we investeren in onze provincie. OostvaardersWold is een investering in nieuwe banen, in het voorkomen van wateroverlast, in het bieden van nieuwe recreatieruimte en ruimte om te groeien. Maar zelfs als je een grote tegenstander bent van deze ontwikkeling, dan nog zou je niet moeten willen dat onze inwoners de rekening van rijksbeleid moeten betalen. En dus kan het provinciebestuur van Flevoland niet anders dan het Rijk houden aan haar afspraken.

Tot ziens.

Passende zorg

Het was druk in het provinciehuis vanmiddag. Zo'n 200 mensen die werkzaam zijn in het onderwijs, jeugdzorg, welzijn of bij de gemeenten in Flevoland, kwamen bij elkaar rond het thema passend onderwijs en jeugdzorg op de jaarlijkse GAAF conferentie.

Voor regelmatige lezers van mijn weblog is GAAF inmiddels een bekende term. Onder de noemer GAAF (Gemeenschappelijke Actieprogramma Aansluiting Flevoland) zijn we in Flevoland al jaren bezig om de provinciale jeugdzorg goed aan te laten sluiten op andere vormen van zorg voor jeugdigen. Met GAAF willen we bereiken dat als een kind zorg nodig heeft, er maar ƩƩn hulpplan bestaat, waar alle hulpverleners zich aan houden. Dus: nauwer samenwerken, minder rompslomp en kortere lijnen die het mogelijk maken om snel in te grijpen bij problemen. 'Passend onderwijs' was door de werkers in de jeugdzorg als thema van deze GAAF conferentie aangedragen. Met een goede reden: het blijkt dat een aanzienlijk aantal van de jongeren in de jeugdzorg - de inschatting is rond de 30% - ook ondersteuning krijgen op school.

Onvermijdelijk waren ook alle komende veranderingen in de jeugdzorg op deze conferentie onderwerp van gesprek. Staatsecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten schreef onlangs aan de kamer dat de zorg voor een jeugdige in de toekomst moet zijn afgestemd met wat er op school aan ondersteuning wordt geboden. Uit de presentatie van hoofdgast LƩon Wever, directeur jeugdzorg van het Ministerie van VWS, bleek dat er op dit gebied nog heel veel vragen onbeantwoord zijn.

Gelukkig komen de werkers ondanks die onduidelijkheid met veelbelovende initiatieven. Een groot aantal van deze initiatieven was tijdens de conferentie te zien in de vorm van flitspresentaties. Dat leverde veel goede voorbeelden van samenwerking tussen zorg en onderwijs op. Steeds vaker kan gespecialiseerde ondersteuning snel op school of thuis snel ingezet vanuit de zorg.

Volgens traditie mocht ik aan het einde van de conferentie de GAAF stimuleringsprijs uitreiken. Er waren dit jaar maar liefst 13 inzendingen, een record. De winnaar was het project Sterk in de klas, een samenwerkingsproject waarin Triade gespecialiseerde hulp biedt aan basisschoolkinderen die grote kans maken uit te vallen uit het onderwijs. De GAAF stimuleringsprijs, een geldbedrag van €10.000, mag Triade besteden aan deskundigheidsbevordering van medewerkers of aan zaken die een relatie hebben met het initiatief, bijvoorbeeld (les)materialen voor versterking van het schoolklimaat.

De jaarlijkse GAAF conferentie is belangrijk voor iedereen die zich in de provincie bezig houdt met Jeugdzorg. Er werden vandaag weer veel nieuwe contacten gelegd en ideeƫn uitgewisseld. Wat mij betreft moeten we deze jaarlijkse traditie in stand houden, ook wanneer de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg in onze provincie over gaat naar de gemeenten.

Tot ziens.

maandag 28 november 2011

Artikel 35b Provinciewet

Volgens artikel 35b van de Provinciewet moet een gedeputeerde woonachtig zijn in de provincie waar hij of zij werkt. Provinciale Staten kan in bepaalde gevallen vrijstelling van deze verplichting verlenen voor de periode van 1 jaar. Omdat ik bij de installatie van het huidige college op 18 mei van dit jaar buiten de provincie woonde heb ik deze vrijstelling gekregen. Ik heb bij die gelegenheid met de Staten afgesproken dat ik die vrijstelling slechts 1 keer zou vragen.

Vandaag tekende ik de koopovereenkomst voor een nieuwe woning in Lelystad. Als het allemaal een beetje mee zit kan ik me in januari melden bij de gemeente Lelystad om me in te schrijven als inwoner. Daardoor voldoe ik vanaf dat moment helemaal aan de eisen in de Provinciewet en dat is natuurlijk wel zo prettig.

Tot ziens.



Location:Lelystad