
In maart 2000 hebben de Europese regeringsleiders in Lissabon afspraken gemaakt over de economische, sociale en ecologische ontwikkeling van Europa. Deze afspraken zijn de geschiedenis ingegaan als de
Lissabon Agenda. Een jaar later zijn in Gothenburg aanvullende afspraken gemaakt mbt milieu en duurzaamheid, de Gothenburg Agenda. Onderdeel van deze afspraken was dat Europa tegen 2010 de meest competitieve en dynamische
kenniseconomie van de wereld moest zijn.
Europa heeft verschillende manieren om dit soort indrukwekkende doelstellingen te behalen. Een belangrijk instrument is het beschikbaar stellen van subsidiegeld voor projecten die de realisatie van dit doel dichterbij brengen. Wie nu denkt dat de EU dit geld gewoon uitgeeft aan die projecten die de doelstelling het snelst dichterbij brengen, heeft het mis. In Europa hebben we een buitengewoon ingewikkeld en politiek systeem bedacht om dit geld uiteindelijk te verdelen over de projecten in de verschillende lidstaten.
Neem nu bijvoorbeeld het
Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Van het geld uit dit structuurfonds wordt eerst een verdeling gemaakt over de verschillende lidstaten. Daar is geen vastgestelde verdeelsleutel voor, de verdeling is mede een gevolg van lobbywerk van onze nationale overheid. Voor de periode 2007 tot 2013 heeft Nederland 830 miljoen euro binnen weten te halen. Voorwaarde voor gebruik is dat de subsidie door de Nederlandse overheid of bedrijven moet worden verdubbeld. De Nederlandse overheid heeft aangegeven 178,6 miljoen euro te willen investeren. De rest zou van private partijen moeten komen. Daardoor is er ruim 900 miljoen euro beschikbaar om over ons land te verdelen.
Vervolgens moet dit geld weer over projecten binnen Nederland worden verdeeld. Ook de Nederlandse regering wil weer voorkomen dat dit geld teveel naar één regio gaat. Om dit geld 'eerlijk' te verdelen is Nederland opgedeeld in 4 landsdelen. Leiden ligt in het
landsdeel west. Na een ingewikkeld proces van politieke besluitvorming waar kabinet, provincies en de 4 grote steden betrokken zijn is, er uiteindelijk 391 miljoen euro naar dit landsdeel gekomen.
Onlangs werd bekend dat de
Stichting BioPartner Academische Bedrijven Centrum Leiden een bedrag van 3,4 miljoen euro heeft ontvangen. Dit geld is bedoeld voor de uitbreiding van het gebouw met voorzieningen voor Bioscience bedrijven in Leiden die nog niet volwassen genoeg zijn voor de commerciële markt. Het gebouw en de daarbinnen te realiseren voorzieningen moet doorstroom mogelijkheden bieden voor bedrijven in de sector Life Sciences tussen de 5 en 10 jaar oud.
Momenteel lopen er nog een aantal andere aanvragen met een omvang van vele miljoenen. Willen we ook daarvoor succesvol worden dan zullen we ook vanuit Leiden bereid moeten zijn om daarvoor steun te zoeken bij de provincie, de grote steden en in Brussel.
De verdeling van geld uit Europa is een ingewikkeld proces waarbij de politieke lobby een belangrijk rol speelt. Leuk of niet, maar als wij willen dat dit soort gelden ook in Leiden en de regio terecht komt dan zullen we mee moeten doen aan dit ingewikkelde proces. Dan zullen wij bij de provincie maar ook in Brussel moeten lobbyen voor projecten die belangrijk zijn voor onze stad of regio. Als portefeuillehouder Europa was ik vandaag aanwezig bij een bijeenkomst op het
Zuid-Hollandse provinciehuis waar we een interessante discussie voerden over de manier waarop we onze regio in Brussel nog beter op de kaart kunnen krijgen.
Soms lijkt het wel dat de complexiteit van dit soort processen een politiek doel op zich is. Alleen overheden die echt de moeite nemen om zich hierin te verdiepen en die een stevige lobby kunnen ontwikkelen kunnen hierbij een rol spelen. En dan te bedenken dat Nederland binnen Europa nog steeds een netto betaler is. Er gaat dus meer Nederlands geld naar Europa dan dat wij totaal aan subsidies ontvangen.
Tot ziens in Brussel.