Als wethouder Sport ben ik een groot voorstander van sportvoorzieningen in de wijken. Mooie laagdrempelige plekken waar jonge mensen kunnen sporten zonder dat ze direct ook lid moeten worden van de plaatselijke sportvereniging. U kent ze wel de voetbalkooien en basketbalveldjes. Zeker tijdens de zomervakantie erg in trek bij de jonge sporters. De veldjes hebben ook een nadeel, als ze echt populair zijn dan kunnen ze ook de nodige geluidsoverlast voor de wijk veroorzaken. Een oplossing daarvoor kan wat mij betreft gevonden worden in het aanleggen van meer veldjes waardoor niet iedereen gebruik van dezelfde voorziening hoeft te maken.
Onlangs kreeg ik een verslag onder ogen van een wijkbijeenkomst in een Leidse woonwijk. Aanwezig waren zo'n 50 buurtbewoners om te praten over een plan van de gemeente om een nieuw basketbalveldje aan te leggen. De 50 bewoners waren mordicus tegen. Het nieuwe veldje zou immers jongeren van buiten de wijk aantrekken en overlast veroorzaken. Bovendien zouden er onder leiding van een jongerenwerker wedstrijden georganiseerd worden en dat wilde men al helemaal niet. Volgens de bewoners waren alle kinderen in de wijk lid van een sportvereniging en was er helemaal geen behoefte aan sportvoorzieningen in de wijk. De vertegenwoordiger van de gemeente die een moedige poging deed om de bewoners te overtuigen kon rekenen op hoon uit de zaal.
Het compromis dat uiteindelijk uit de bus kwam was een half basketbalveld, dus met 1 basket. Wat mij betreft een halve voorziening. Typisch iets dat is bedacht door mensen die zelf niet sporten. Jammer dat er niet meer jongeren aanwezig waren tijdens de betreffende buurtbijeenkomst.
Tot ziens.
Posts tonen met het label inspraak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inspraak. Alle posts tonen
maandag 17 augustus 2009
donderdag 4 juni 2009
Oostvlietpolder
Op de dag van de Europese verkiezingen had ik vanavond een informatieavond om tekst en uitleg te geven over de onlangs vastgestelde Startnotitie Oostvlietpolder.
De startnotitie geeft aan hoe het project Oostvlietpolder wordt voortgezet en welke uitgangspunten gehanteerd worden bij de planuitwerking. Daarbij is een belangrijk punt dat het college heeft besloten 9,7 hectare meer groen te realiseren dan oorspronkelijk de bedoeling was. Dat wil zeggen, als de Raad van State ons binnenkort groen licht geeft.
Met zo'n 70 a 80 bezoekers hadden we vanavond een goed gevulde burgerzaal. Zowel voorstanders als tegenstanders van de ontwikkeling gaven me de gelegenheid om onze plannen uiteen te zetten. Na afloop was er voldoende tijd voor vragen en discussie. Ik was tevreden over het verloop van de avond. Dat de aanwezigen dat ook waren kon ik afleiden uit een mooi applaus na afloop.
De ontwikkeling van de Oostvlietpolder is omstreden. Dat is iets waar ik bij de ontwikkeling van het gebied goed rekening mee zal moeten houden. Het huidige plan is een gevolg van een kwetsbaar politiek compromis. Een van de aanwezige tegenstanders zei daarover tegen mij na afloop van de bijeenkomst: als het dan toch door moet gaan, dan is het op deze manier wel veel beter dan de oorspronkelijke plannen van de gemeente.
De komende tijd gaan we, zoveel mogelijk samen met alle belanghebbenden, de plannen verder uitwerken.
Tot ziens.
De startnotitie geeft aan hoe het project Oostvlietpolder wordt voortgezet en welke uitgangspunten gehanteerd worden bij de planuitwerking. Daarbij is een belangrijk punt dat het college heeft besloten 9,7 hectare meer groen te realiseren dan oorspronkelijk de bedoeling was. Dat wil zeggen, als de Raad van State ons binnenkort groen licht geeft.
Met zo'n 70 a 80 bezoekers hadden we vanavond een goed gevulde burgerzaal. Zowel voorstanders als tegenstanders van de ontwikkeling gaven me de gelegenheid om onze plannen uiteen te zetten. Na afloop was er voldoende tijd voor vragen en discussie. Ik was tevreden over het verloop van de avond. Dat de aanwezigen dat ook waren kon ik afleiden uit een mooi applaus na afloop.
De ontwikkeling van de Oostvlietpolder is omstreden. Dat is iets waar ik bij de ontwikkeling van het gebied goed rekening mee zal moeten houden. Het huidige plan is een gevolg van een kwetsbaar politiek compromis. Een van de aanwezige tegenstanders zei daarover tegen mij na afloop van de bijeenkomst: als het dan toch door moet gaan, dan is het op deze manier wel veel beter dan de oorspronkelijke plannen van de gemeente.
De komende tijd gaan we, zoveel mogelijk samen met alle belanghebbenden, de plannen verder uitwerken.
Tot ziens.
zaterdag 28 februari 2009
Spam
Als wethouder doe ik erg mijn best om voor de inwoners van de stad bereikbaar te zijn. E-mail biedt daarvoor prima mogelijkheden. Veel mensen hebben dat in de gaten en maken daar dankbaar gebruik van.
Zo'n laagdrempelige manier van communiceren heeft echter ook zo zijn nadelen. Zo heb ik gisteren en vandaag tot nu toe al meer dan 130 e-mails ontvangen met een verzoek om in het dossier Koppenhinksteeg vooral de juiste beslissing te nemen. Allemaal standaard berichten met precies dezelfde tekst. Mensen kunnen deze tekst volautomatisch aan mij versturen via de site www.koppenhinksteeg.nl. Wat mij een beetje stoort is dat mensen op deze site niet kunnen zien naar hoeveel adressen hun bericht uiteindelijk gaat wanneer men op de knop 'verzend' klikt. De mensen van de Koppenhinksteeg maken daarmee van de oprecht bezorgde inwoners een soort illegale spammers. Opnieuw een voorbeeld hoe de mensen van de Koppenhinksteeg er telkens weer in slagen om afbreuk te doen aan het draagvlak wat ze ooit hadden onder inwoners en politiek.
Jammer dat sommige mensen denken dat ze hun doel eerder bereiken door mijn mailbox, en zonder twijfel ook die van vele andere bestuurders, op deze manier helemaal vol te stoppen. Bij mij wekken dit soort acties eerder ergernis. Gelukkig hebben we tegenwoordig als antwoord op de vele spam ook technieken in huis om dergelijke mail gewoon direct naar het digitale archief te sturen. Op die manier kan mijn andere mail gewoon doorkomen.
Tot ziens.
Zo'n laagdrempelige manier van communiceren heeft echter ook zo zijn nadelen. Zo heb ik gisteren en vandaag tot nu toe al meer dan 130 e-mails ontvangen met een verzoek om in het dossier Koppenhinksteeg vooral de juiste beslissing te nemen. Allemaal standaard berichten met precies dezelfde tekst. Mensen kunnen deze tekst volautomatisch aan mij versturen via de site www.koppenhinksteeg.nl. Wat mij een beetje stoort is dat mensen op deze site niet kunnen zien naar hoeveel adressen hun bericht uiteindelijk gaat wanneer men op de knop 'verzend' klikt. De mensen van de Koppenhinksteeg maken daarmee van de oprecht bezorgde inwoners een soort illegale spammers. Opnieuw een voorbeeld hoe de mensen van de Koppenhinksteeg er telkens weer in slagen om afbreuk te doen aan het draagvlak wat ze ooit hadden onder inwoners en politiek.
Jammer dat sommige mensen denken dat ze hun doel eerder bereiken door mijn mailbox, en zonder twijfel ook die van vele andere bestuurders, op deze manier helemaal vol te stoppen. Bij mij wekken dit soort acties eerder ergernis. Gelukkig hebben we tegenwoordig als antwoord op de vele spam ook technieken in huis om dergelijke mail gewoon direct naar het digitale archief te sturen. Op die manier kan mijn andere mail gewoon doorkomen.
Tot ziens.
zondag 21 december 2008
Linkedin.com
LinkedIn is een virtueel sociaal netwerk, actief sinds mei 2003. In december 2008 zijn er wereldwijd meer dan 30 miljoen geregistreerden. LinkedIn groeit de laatste jaren zeer sterk, met name in Nederland. Nederland is met circa 570.000 leden (2,7% van de totale populatie) procentueel bekeken een van de grootste gemeenschappen. De gemiddelde LinkedIn-gebruiker is 41, heeft 15 jaar werkervaring en verdient US$ 109.000,– per jaar.Binnen LinkedIn kunnen mensen zich weer aanmelden bij subgroepen. Een zo'n groep is het Leiden Netwerk waarbij op dit moment bijna 800 mensen aangesloten zijn. Elke deelnemer aan deze groep heeft de mogelijkheid om een virtuele discussie te voeren. Zo heb ik afgelopen week een discussie gestart met de vraag: 'Hoe moet een gemeente reageren op de crisis in de economie?'
Binnen vier dagen heb ik 10 uitgebreide reacties ontvangen, allemaal zinvol, soms opmerkelijk en buitengewoon betrokken. Na het kerstreces ga ik eens kijken hoe ik met deze reacties iets kan doen in mijn dagelijks werk als wethouder Economische Zaken.
Daarmee is LinkedIn voor mij een mooi nieuw instrument voor mijn bestuurlijke gereedschapkist.
Tot ziens op linkedin.com
zaterdag 8 maart 2008
Verrassing
Vorige week schreef ik in mijn weblog een verhaal over het, inmiddels verwijderde, condoomautomaat aan de gevel van het stadhuis. Vooraf twijfelde ik of ik over een dergelijk triviaal onderwerp wel moest schrijven in mijn weblog maar het effect van dit verhaal was veel groter dan ik vooraf had verwacht. Het stuk kreeg in de media veel aandacht en er kwamen veel positieve reacties van onze inwoners. Opeens was er veel belangstelling voor ons voornemen om de kwaliteit van de historische binnenstad de komende jaren flink op te krikken. Daarmee was de opzet van het stukje geslaagd.


Ook vandaag stond er weer een verwijzing in het Leids Dagblad. Journalist Aad Rietveld beschreef in zijn artikel dat de Leidse middenstand een paar weken geleden werd verrast met een gemeentelijk modellenboek waarin precies staat welke reclames wel en niet zijn toegestaan.
Ik viel over het woordje verrast. Het modellenboek gevelreclame is juist een voorbeeld van een voorschrift dat niet door de gemeente zelf is bedacht, maar door de centrummanager samen met de middenstanders is opgesteld. In tal van bijeenkomsten zijn de middenstanders betrokken geweest bij het opstellen van de regels. Middenstanders die zich nu nog overvallen voelen door de nieuwe regels, hebben waarschijnlijk even niet opgelet.
Tot ziens.
vrijdag 25 januari 2008
You've got mail!
Gisteren en vandaag heb ik, en vele raads- en collegeleden met mij, meer dan 70 e-mails ontvangen van verschillende bewoners van de wijk Stevenshof. Allemaal met dezelfde tekst, men is tegen de aanleg van de Rijnlandroute en vraagt de gemeenteraad een onafhankelijk onderzoek te laten instellen naar de nut en noodzaak van deze weg.U hoeft alleen maar eens te googlen op 'witteman rijnlandroute' om uit te vinden dat ik mijn mening over nut en noodzaak van deze wegverbinding nooit onder stoelen of banken heb gestoken. Al voor ik wethouder in Leiden was heb ik over dit onderwerp geschreven. Nu ik in Leiden woon, heb ik zelf kunnen constateren hoeveel verkeer zich dagelijks door de twee oost-west verbindingen door de stad perst. De verkeerssituatie op de Willem de Zwijgerlaan en de Churchillaan zijn daarvan het levende bewijs. Wanneer je daarbij telt met hoeveel procent het wegverkeer op deze routes de afgelopen jaren is toegenomen, is er mijns inziens weinig fantasie voor nodig om te zien dat dit een keer fout gaat. De mensen die in de buurt van deze wegen wonen, wijzen hun stadsbestuur daar al jaren lang op. Zo hebben de inwoners van Leiden-Noord mij tijdens een tweetal informatiebijeenkomsten in augustus 2006 ondubbelzinnig laten weten dat we hier iets aan moesten doen.
Begrijp me niet verkeerd, ik snap heel goed dat de bewoners van de Stevenshof daar heel anders over denken. Zij worden immers geconfronteerd met de gevolgen van de aanleg van een nieuwe weg die voor heel veel andere inwoners een verbetering zal betekenen.
Met het versturen van ruim 70 e-mails hebben ze hun situatie nog eens nadrukkelijk onder de aandacht gebracht en dat zal zeker invloed hebben op de besluitvorming. Het is uiteindelijk aan het gemeentebestuur en de provincie om naar afweging van alle belangen een beslissing te nemen. Nu al is duidelijk dat zo'n beslissing, hoe deze ook uitvalt, altijd op tegenstanders kan rekenen.
Tot ziens.
zaterdag 3 november 2007
Citizen’s Assembly (2)
Op 25 oktober schreef ik hier een stukje onder de titel Citizen's Assembly. In deze tekst maakte ik een aantal opmerkingen over het feit dat slechts een heel beperkt deel van onze inwoners gebruik maakt van inspraakmogelijkheden bij ruimtelijke ontwikkelingen. De letterlijke vraag die ik in dat artikel stelde was hoe we de inspraak bij trajecten in de Ruimtelijke Ordening zo kunnen organiseren dat alle belanghebbenden een redelijke vinger in de pap krijgen.

Volgens mij was dat een oproep aan mijn lezers om mee te denken over de vraag hoe inspraak toegankelijker kan worden gemaakt voor een veel bredere groep van belanghebbenden. Voor het Leidsch Dagblad was deze tekst aanleiding voor een stukje in de krant van 28 oktober. De kop boven het stukje was 'Witteman: Inspraak gaat te ver'. Via de site van het Leidsch Dagblad zijn inmiddels 30 reacties binnengekomen, de meeste ronduit negatief vanwege het feit dat men denkt dat ik inspraak vooral wil afschaffen. Ook op de andere Leidse sites verschijnen naar aanleiding van de publicaties in de krant allerlei negatieve stukken aan mijn adres.
Vervolgens tref ik in de krant van 1 november een, overigens geweldige cartoon, waar ik word afgeschilderd als de wethouder die niet van inspraak houdt.
Bedankt, vrienden van het Leidsch Dagblad. Jullie hebben me weer eens mooi neergezet. Natuurlijk vind ik het prima wanneer jullie uit mijn weblog schrijven, hoe meer hoe liever zou ik zeggen. Maar alstublieft, probeer de volgende keer in ieder geval de essentie van mijn verhaal over te nemen. In dit geval had de kop volgens mij gewoon moeten zijn 'Witteman: Inwoners beter betrekken bij ruimtelijke plannen'
Tot ziens
donderdag 25 oktober 2007
Citizen’s Assembly
'In de ruimtelijke ordening is driekwart van de insprekers man, meer dan de helft is hoger
opgeleid en 50 plus, en bijna iedereen is wit. Ook in buurtbeleid, zorg of welzijn zijn witten, hoger opgeleiden en ouderen oververtegenwoordigd. Het afwegen van eigenbelang en algemeen belang gaat al evenmin van een leien dakje. Veertig procent van de insprekers in ruimtelijke ordening vertoont NIMBY-gedrag (niet in mijn achtertuin). Dit zijn geen redenen om democratisering vaarwel te zeggen, maar juist om hem te vernieuwen.' Dat schreef columnist en hoogleraar actief burgerschap, Evelien Tonkens (foto) onlangs in een bijdrage op http://tonkens.volkskrantblog.nl/.
Het beeld dat zij schetst komt wel overeen met de praktijk zoals ik die in Leiden de afgelopen anderhalf jaar heb meegemaakt. Groepen insprekers zijn daardoor zelden represenatief voor de totale groep van belanghebbenden bij een bepaalde planontwikkeling. Zij vertegenwoordigen over het algemeen alleen dat deel van de inwoners dat tegen de plannen van de gemeente is. Daarbij kijken ze voornamelijk naar het eigenbelang en betrekken ze het belang van derden of het algemeen belang niet in hun reactie. Toch hebben deze mensen een onevenredig grote invloed op besluitvorming in onze stad. Tijdens de laatste raadsvergadering stemde een van de raadsfracties tegen een bouwplan, om het enkele feit dat er geen overeenstemming met de direct omwonende was.
Laat ik duidelijk zijn, wat mij betreft heeft iedereen het recht om voor zijn eigen belang op te komen. Daarbij hoort wel dat een overheid opkomt voor de belangen van derden en het algemeen belang. De vraag is natuurlijk hoe je de inspraak bij trajecten in de Ruimtelijke Ordening dan wel zo kunt organiseren dat alle belanghebbenden redelijke een vinger in de pap hebben.
Volgens Evelien Tonkens is dat best te organiseren. Via burgerfora, burgerjury’s, of de Duitse Planungscellen bijvoorbeeld. Of de Engelse citizen panels, de Deense consensus-conferenties of de Citizen’s Assembly in British Columia. Een kleine maar representatieve groep persoonlijk uitgenodigde groep burgers praten onder professionele begeleiding een beperkte tijd over een thema, en raadplegen daarbij deskundigen en belanghebbenden.
De komende periode krijgen we in Leiden te maken met een flink aantal ruimtelijke projecten die invloed hebben op de directe omgeving. Projecten waar we zullen moeten zoeken naar een redelijk evenwicht tussen de belangen van direct omwonenden en bijvoorbeeld belangen van woningzoekenden of belangen van de economie. Het lijkt mij interessant om daarbij eens na te denken over democratische vernieuwing. Misschien een mooi onderwerp voor de leden van onze commissie Ruimte en Bereikbaarheid om met dit onderwerp iets te doen. Het artikel van Evelien Tonkens kan daarvoor een goede start zijn. Het hele artikel kunt u lezen op http://www.volkskrantblog.nl/bericht/161793
opgeleid en 50 plus, en bijna iedereen is wit. Ook in buurtbeleid, zorg of welzijn zijn witten, hoger opgeleiden en ouderen oververtegenwoordigd. Het afwegen van eigenbelang en algemeen belang gaat al evenmin van een leien dakje. Veertig procent van de insprekers in ruimtelijke ordening vertoont NIMBY-gedrag (niet in mijn achtertuin). Dit zijn geen redenen om democratisering vaarwel te zeggen, maar juist om hem te vernieuwen.' Dat schreef columnist en hoogleraar actief burgerschap, Evelien Tonkens (foto) onlangs in een bijdrage op http://tonkens.volkskrantblog.nl/.Het beeld dat zij schetst komt wel overeen met de praktijk zoals ik die in Leiden de afgelopen anderhalf jaar heb meegemaakt. Groepen insprekers zijn daardoor zelden represenatief voor de totale groep van belanghebbenden bij een bepaalde planontwikkeling. Zij vertegenwoordigen over het algemeen alleen dat deel van de inwoners dat tegen de plannen van de gemeente is. Daarbij kijken ze voornamelijk naar het eigenbelang en betrekken ze het belang van derden of het algemeen belang niet in hun reactie. Toch hebben deze mensen een onevenredig grote invloed op besluitvorming in onze stad. Tijdens de laatste raadsvergadering stemde een van de raadsfracties tegen een bouwplan, om het enkele feit dat er geen overeenstemming met de direct omwonende was.
Laat ik duidelijk zijn, wat mij betreft heeft iedereen het recht om voor zijn eigen belang op te komen. Daarbij hoort wel dat een overheid opkomt voor de belangen van derden en het algemeen belang. De vraag is natuurlijk hoe je de inspraak bij trajecten in de Ruimtelijke Ordening dan wel zo kunt organiseren dat alle belanghebbenden redelijke een vinger in de pap hebben.
Volgens Evelien Tonkens is dat best te organiseren. Via burgerfora, burgerjury’s, of de Duitse Planungscellen bijvoorbeeld. Of de Engelse citizen panels, de Deense consensus-conferenties of de Citizen’s Assembly in British Columia. Een kleine maar representatieve groep persoonlijk uitgenodigde groep burgers praten onder professionele begeleiding een beperkte tijd over een thema, en raadplegen daarbij deskundigen en belanghebbenden.
De komende periode krijgen we in Leiden te maken met een flink aantal ruimtelijke projecten die invloed hebben op de directe omgeving. Projecten waar we zullen moeten zoeken naar een redelijk evenwicht tussen de belangen van direct omwonenden en bijvoorbeeld belangen van woningzoekenden of belangen van de economie. Het lijkt mij interessant om daarbij eens na te denken over democratische vernieuwing. Misschien een mooi onderwerp voor de leden van onze commissie Ruimte en Bereikbaarheid om met dit onderwerp iets te doen. Het artikel van Evelien Tonkens kan daarvoor een goede start zijn. Het hele artikel kunt u lezen op http://www.volkskrantblog.nl/bericht/161793
Tot ziens.
dinsdag 23 oktober 2007
AZC
Afgelopen vrijdag hebben we in het college besloten dat we de procedure voor de bouw van een tijdelijk asielzoekerscentrum in Roomburg stopzetten. Reden hiervoor is de uitkomst van een bodemonderzoek dat is gedaan in het kader van de aanvraag van een monumentenvergunning. Uit dit onderzoek is gebleken dat de bouw van het centrum schade kan veroorzaken aan het archeologisch monument dat zich onder het terrein bevindt.
Op basis van de normen zoals die wij eerder door de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten (RACM) hadden gekregen, hebben wij deze conclusie vorige week getrokken. Eigenlijk hadden we daarmee moeten wachten tot het RACM hierover een definitief besluit had genomen, maar dat zou nog zeker 4 weken op zich hebben laten wachten en gezien alle ontwikkelingen in de afgelopen maanden, wilden we de wijk niet nog langer in het ongewisse laten. Daarom hebben we dit voorgenomen besluit nu genomen vooruitlopend op de formele afhandeling van de ingezette procedure.
De locatie Roomburg was na een uitgebreid onderzoek de meest kansrijke locatie die we binnen Leiden konden vinden. Elke volgende locatie zou in mijn ogen minder scoren. Gezien de huidige politieke situatie ligt het daarom niet voor de hand dat het college nu nog verdere stappen gaat zetten. Indien het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een asielzoekerscentrum op een andere locatie in Leiden wil realiseren, zal hierover eerst met de gemeenteraad overleg moeten worden gepleegd. Dat is dan wat mij betreft een taak voor een nieuw te vormen college.
Tot ziens.
Op basis van de normen zoals die wij eerder door de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten (RACM) hadden gekregen, hebben wij deze conclusie vorige week getrokken. Eigenlijk hadden we daarmee moeten wachten tot het RACM hierover een definitief besluit had genomen, maar dat zou nog zeker 4 weken op zich hebben laten wachten en gezien alle ontwikkelingen in de afgelopen maanden, wilden we de wijk niet nog langer in het ongewisse laten. Daarom hebben we dit voorgenomen besluit nu genomen vooruitlopend op de formele afhandeling van de ingezette procedure.
De locatie Roomburg was na een uitgebreid onderzoek de meest kansrijke locatie die we binnen Leiden konden vinden. Elke volgende locatie zou in mijn ogen minder scoren. Gezien de huidige politieke situatie ligt het daarom niet voor de hand dat het college nu nog verdere stappen gaat zetten. Indien het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een asielzoekerscentrum op een andere locatie in Leiden wil realiseren, zal hierover eerst met de gemeenteraad overleg moeten worden gepleegd. Dat is dan wat mij betreft een taak voor een nieuw te vormen college.
Tot ziens.
vrijdag 12 oktober 2007
Bloemen
Even na 8 uur vanmorgen zat ik opnieuw aan tafel met de mensen van het Bracol-Zitman comite. De laatste commissievergadering was aanleiding geweest om hen toch nog een keer uit te nodigen voor een gesprek over het bouwplan op het Bracol terrein. Ik heb nog eens goed de tijd genomen om te luisteren naar de argumenten die zij inbrengen tegen bepaalde onderdelen van het bouwplan. Ik heb respect voor het feit dat deze mensen zich in blijven zetten voor de belangen van hun buurt. Van mijn kant heb ik geprobeerd te laten zien hoe ik als wethouder soms klem kom te zitten tussen de belangen van de buurt, de gemeente en de ontwikkelaar.
Als ik als wethouder alleen maar plannen kan realiseren waarover ik met de buurt volledige overeenstemming heb bereikt, zal de productie van woningen drastisch teruglopen. Terecht zullen dan de woningzoekenden en de gemeenteraad mij ook aanspreken op het feit dat dit college onvoldoende oog heeft voor de belangen van deze groep. Mijn opdracht is om in deze een evenwicht te zoeken tussen alle betrokken belangen. Het Bracolterrein is een beetje een symbool geworden voor allerlei andere locaties zoals het Crispijnterrein en de Sanderslocatie. Dat maakt de uitkomst van dit debat ook zo interessant. De vraag is of de raad kiest voor het openhouden van schaarse ruimte in de stad of voor het voldoen aan de vraag om extra (betaalbare) woningen.
Met betrekking tot het Bracolterrein dacht ik het evenwicht bereikt te hebben. Onduidelijk is of een meerderheid van de raad het met me eens is. Dat zal volgende week dinsdag blijken als de raad en besluit gaat nemen over dit plan. Voor die tijd zal ik de raad nog verslag uitbrengen van het gesprek van vanmorgen. Ik hoop dat er in dit verslag voor sommige fracties in de raad nog aanknopingspunten te vinden zijn om hun mening te herzien.
Als wethouder 'volkstuinen' mocht ik vanavond de prijsuitreiking doen van de bloemschikwedstrijd van volkstuinvereniging Ons Buiten. Gezellige mensen, geweldige bloemstukken en blije prijswinnaars.
Tot ziens.
Als ik als wethouder alleen maar plannen kan realiseren waarover ik met de buurt volledige overeenstemming heb bereikt, zal de productie van woningen drastisch teruglopen. Terecht zullen dan de woningzoekenden en de gemeenteraad mij ook aanspreken op het feit dat dit college onvoldoende oog heeft voor de belangen van deze groep. Mijn opdracht is om in deze een evenwicht te zoeken tussen alle betrokken belangen. Het Bracolterrein is een beetje een symbool geworden voor allerlei andere locaties zoals het Crispijnterrein en de Sanderslocatie. Dat maakt de uitkomst van dit debat ook zo interessant. De vraag is of de raad kiest voor het openhouden van schaarse ruimte in de stad of voor het voldoen aan de vraag om extra (betaalbare) woningen.
Met betrekking tot het Bracolterrein dacht ik het evenwicht bereikt te hebben. Onduidelijk is of een meerderheid van de raad het met me eens is. Dat zal volgende week dinsdag blijken als de raad en besluit gaat nemen over dit plan. Voor die tijd zal ik de raad nog verslag uitbrengen van het gesprek van vanmorgen. Ik hoop dat er in dit verslag voor sommige fracties in de raad nog aanknopingspunten te vinden zijn om hun mening te herzien.
Als wethouder 'volkstuinen' mocht ik vanavond de prijsuitreiking doen van de bloemschikwedstrijd van volkstuinvereniging Ons Buiten. Gezellige mensen, geweldige bloemstukken en blije prijswinnaars.Tot ziens.
zondag 7 oktober 2007
Leiden kan anders!
Als wethouder Ruimtelijke Ordening en Wonen heb ik dagelijks te maken met tegengestelde belangen. Vaak gaat het daarbij om grote belangen van bewoners, gemeenteraad, projectontwikkelaars en allerlei andere ondernemers, organisaties en maatschappelijke partijen. De kunst is om bij je besluiten zoveel mogelijk rekening te houden met alle belangen, zonder dat het besluit aan effectiviteit verliest. Een balans zoeken tussen daadkracht en draagvlak. Om dat goed te kunnen doen moet je vooral integer en eerlijk zijn. Inwoners van de stad moeten op je integriteit kunnen rekenen. Ze moeten er vertrouwen in hebben dat ik hun belangen zorgvuldig weeg ten opzichte van andere belangen.
Als wethouder moet je er alles aan doen
om te voorkomen dat je op dit gebied de schijn tegen krijgt. Daarom heb ik bijvoorbeeld de vaste gewoonte om geen feestelijke uitnodigingen aan te nemen van partijen waarmee ik nog onderhandel. Dat is een van de redenen dat ik bijvoorbeeld geen gehoor geef aan de uitnodiging voor het jaarlijkse Haring en Corenwijngala. Dit gala brengt in de aanloop naar de viering van Leidens Ontzet, de ondernemers van grote bedrijven bij elkaar zodat zij in contact kunnen komen met de vertegenwoordigers van de politiek. Ik begrijp uit de plaatselijke pers dat de organisatoren mijn afwezigheid op dit gala niet zo op prijs stellen. Maar hoe kunnen bijvoorbeeld inwoners van de stad die bezwaren hebben tegen bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen, mij nog serieus nemen als ik met de ontwikkelaars van dezelfde projecten breedlachend en met en glas in de hand in de plaatselijke pers verschijn?
Wat natuurlijk voor mij geldt, geldt in bredere zin ook voor het bestuur van de gemeente. Als partijen op het gebied van integer handelen elkaar niet respecteren en serieus nemen, dan gaat dat ten koste van het vertrouwen dat onze inwoners in het bestuur hebben. Daarbij maken mensen geen onderscheid tussen verschillende partijen. Daar ligt dus een gezamenlijk belang van alle politieke partijen.
om te voorkomen dat je op dit gebied de schijn tegen krijgt. Daarom heb ik bijvoorbeeld de vaste gewoonte om geen feestelijke uitnodigingen aan te nemen van partijen waarmee ik nog onderhandel. Dat is een van de redenen dat ik bijvoorbeeld geen gehoor geef aan de uitnodiging voor het jaarlijkse Haring en Corenwijngala. Dit gala brengt in de aanloop naar de viering van Leidens Ontzet, de ondernemers van grote bedrijven bij elkaar zodat zij in contact kunnen komen met de vertegenwoordigers van de politiek. Ik begrijp uit de plaatselijke pers dat de organisatoren mijn afwezigheid op dit gala niet zo op prijs stellen. Maar hoe kunnen bijvoorbeeld inwoners van de stad die bezwaren hebben tegen bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen, mij nog serieus nemen als ik met de ontwikkelaars van dezelfde projecten breedlachend en met en glas in de hand in de plaatselijke pers verschijn?Toch denkt in Leiden niet iedereen daar het zelfde over. Zo trof ik onlangs op Sleutelstad.nl de volgende reactie van duoraadslid Joost van Breukelen van de Stadspartij Leiden Ontzet.
'Hoewel ik goed geciteerd ben, ging het wat mijn uitlatingen betreft wel over een ander onderwerp. Namelijk het door een PvdA-wethouder (Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Witteman, vriend van Koning Franssen, u weet wel- goed voor die leuke vaste baantjes voor gehorigen en andere provinciale vazallen) verkwanselen van uniek Leids cultureel-, sociaal-, en zonder enige subsidie draaiend en leuk voor Leidenaren-) vastgoed bij de Burcht'
Een ander voorbeeld kwam gisteravond uit een vergadering van de commissie Ruimte en Bereikbaarheid. Het ging om de behandeling van het bouwplan op het Bracolterrein aan de Rijnkade. Mijn visie op deze zaak kunt u nog teruglezen in mijn bijdrage van zondag 16 september. De fractievoorzitter van het CDA, Jan Jaap de Haan (zie foto) presteerde het al in zijn eerste termijn om mij te beschuldigen van onfrisse praktijken, vluggertjes, verdeel en heers-strategien en nog veel meer zonder dat hij het op basis van de feiten kon waarmaken.
Het afgelopen jaar is er veel gesproken over de bestuurscultuur binnen de Leidse politiek. Ik stel voor dat we de komende tijd de bestuurlijke normen en waarden ook maar weer eens uit de kast halen. Gewoon weer als volwassen mensen met elkaar omgaan in het belang van de stad en haar inwoners. Leiden kan anders!
Tot ziens.
Tot ziens.
zondag 16 september 2007
Bracol
Op 12 juli 2006 schreef ik op deze plaats voor de eerste keer over het dilemma van het Bracol terrein aan de Rijnkade. Sinds die tijd is er veel gebeurd. De discussie rondom dit terrein bereikte afgelopen week een voorlopig hoogtepunt gedurende de behandeling hiervan in de commissie Ruimte en Bereikbaarheid.
Het betreft hier een binnenterrein aan de Rijnkade met rondom woningbouw. Op het binnenterrein waren van oudsher twee bedrijven (Bracol en Zitman) gevestigd, die in de buurt voor overlast zorgden. Toen Bracol in 1987 als eerste bedrijf besloot te vertrekken uit het gebied, zag de gemeente haar kans schoon om de buurt van toekomstige overlast te verlossen en werd dit bedrijf aangekocht om te zijner tijd een ontwikkeling naar woningbouw mogelijk te maken. De gemeente heeft in 1995 door een lokale architect een bouwplan laten ontwikkelen, maar voordat dit gerealiseerd kon worden, moesten eerst de resterende gronden van het bedrijf Zitman worden aangekocht. Uiteindelijk is dat in 1997 ook gelukt.
In 1998 kwam de gemeente in contact met een projectontwikkelaar, die eigenaar was van het huidige Scheltema-complex. Dit complex wilde de gemeente graag in handen krijgen voor de ontwikkeling van een culturele functie. Gemeente en ontwikkelaar kwamen tot overeenstemming, de gemeente kreeg het Scheltema-complex en daarvoor in de plaats werd met de ontwikkelaar afgesproken dat hij o.a. het Bracol-Zitmanterrein zou krijgen voor de ontwikkeling van een woningbouwproject. Ook de prijs die hij zou moeten betalen is toen bepaald. Om te voorkomen dat de ontwikkelaar opnieuw bedrijfsbebouwing zou ontwikkelen, werd eveneens afgesproken dat de gemeente eerst de procedure rond het bouwplan zou afhandelen en dat de grond vervolgens bouwrijp zou worden geleverd.
Omdat de bestemming van het terrein nog steeds bedrijvigheid was, was woningbouw in strijd met het bestemmingsplan. Om de woningen toch te realiseren werd een artikel 19 procedure gestart. De hoorzitting in het kader van deze procedure heb ik zelf voorgezeten. Ik herinner me dat nog goed. Het werd een lange zitting, waarin we met de omwonenden hebben doorgepraat over de kritiek die zij hadden op het plan. Tijdens die bijeenkomst wisten de bewoners mij ervan te overtuigen dat veel van de kritiek terecht was. Na afloop hebben we daarom besloten dat het hele plan van tafel moest. Een andere architect heeft vervolgens een nieuw plan gemaakt dat aan een belangrijk aantal wensen vanuit de buurt tegemoet kwam. In het kader van de artikel 19 procedure werd dit nieuwe plan door het college vastgesteld. Daar was ik best trots op, het was wat mij betreft een fraai staaltje van onze nieuwe bestuurscultuur, zo dacht ik toen nog. De bewoners hadden niet op alle punten gelijk gekregen, maar het plan was op basis van hun inbreng veel beter geworden.
De wensen van sommige bewoners om op deze plaats helemaal niet te bouwen, was gezien de besluiten van de gemeenteraad met betrekking tot dit terrein onmogelijk. Het college heeft immers een forse opdracht van de gemeenteraad meegekregen om meer nieuwbouwwoningen te bouwen. In een stad als Leiden lukt dat alleen als ook gebieden zoals het Bracol terrein daarvoor in aanmerking kunnen komen. Zo heeft het CDA onlangs nog vragen gesteld over het feit dat Leiden steeds minder gezinnen weet te huisvesten. Dit komt o.a. door het feit dat er onvoldoende eensgezinswonigen zijn. En de SP liet het Leidsch Dagblad vorige week nog schrijven dat de wachttijd voor een woning voor starters maar lieft 11 jaar zou zijn. Willen we die problemen oplossen, dan lijkt het mij logisch dat het college de plannen voor het Bracol terrein doorzet.
Nu het college de artikel 19 procedure helemaal heeft afgerond, kan de bouwvergunning worden afgegeven. Bewoners die dan nog steeds van mening zijn dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met hun wensen, krijgen dan ook de gelegenheid om formeel bezwaar tegen het plan te maken. Maar voor het zover was, moest eerst nog een financieel probleem worden opgelost. De gemeenteraad had destijds namelijk de verkoopprijs van de grond vastgesteld, maar dat was inmiddels alweer bijna 10 jaar geleden. In die periode is de prijs niet meer gestegen, maar de kosten wel. Bovendien hing er destijds ook een prijskaartje aan het uitkopen van de bedrijven. Dat alles maakt nu dat er een extra krediet nodig is om de zaak ook financieel af te ronden. Het college heeft een voorstel aan de commissie gedaan om het verschil bij te passen. En dat voorstel was deze week in de commissie aan de orde.
Mijn verbazing was groot toen bleek dat een groot deel van de sprekers tegen het voorstel was. Men ging volstrekt voorbij aan het feit dat er in het verleden afspraken zijn gemaakt met de projectontwikkelaar en dat deze zijn kant van de afspraken inmiddels netjes was nagekomen. Bovendien ging men volledig voorbij aan het feit dat er door ons college een volstrekt nieuw plan was gemaakt om tegemoet te komen aan de wensen van de buurt. En tenslotte ging men geheel voorbij aan het feit dat de artikel 19 procedure voor dit plan inmiddels door het college was afgerond en dat het haast onbehoorlijk is om zo'n procedure daarna over te gaan doen. Bovendien zal de ontwikkelaar bij een besluit om geen woningen meer te bouwen in dit gebied zeker een forse rekening ten laste van de gemeenschap brengen.
Nog het meest verbaasde me dat partijen die ons steunen bij de bouw van meer woningen, dit plan nu naar de prullenbak verwijzen. In de komende jaren zijn wij voor de bouw van nieuwe woningen immers voor een belangrijk deel afhankelijk van inbreilocaties zoals het Bracol terrein. Als bovenstaande lijn ook voor de toekomstige locaties wordt doorgezet, vrees ik voor de woningzoekenden in onze stad. Een dergelijke besluit voor het Bracol terrein zou in mijn ogen een bizar precedent kunnen scheppen.
De omwonenden van het Bracolterrein begrijp ik heel goed. Zij maken zich boos om het verlies van speelruimte en groen in de wijk. Dat is een te respecteren doel, maar daarbij gaat men voorbij aan het feit dat dit terrein eigenlijk bedoeld was voor de vestiging van bedrijvigheid. Dankzij de inzet van veel gemeenschapsgeld komen er nu nieuwe woningen in plaats van veel grotere bedrijfshallen.
De bewoners zouden het terrein het liefst helemaal niet bebouwen, maar de gemeenteraad heeft meer belangen te behartigen. Voor hen moet de betrouwbaarheid jegens partners en de zorgvuldigheid van besturen natuurlijk een belangrijke rol spelen. Daarnaast ligt bij de gemeenteraad ook een verantwoordelijkheid naar die inwoners die zich niet in deze discussie mengen; de mensen die vaak al jaren zoeken naar een passende woning. Voor deze mensen zijn de nieuwe woningen op het Bracol terrein bestemd. In mijn ogen kan een gemeenteraad, al deze belangen afwegend, niet tot een andere conclusie komen dan dat het collegevoorstel voor het Bracol terrein een goed voorstel is.
Het Leidsch Dagblad schreef de afgelopen week verscheidene malen over dit onderwerp. Daarbij schreven ze ook dat ik mijn politieke lot zou verbinden aan de ontwikkeling van het Bracol terrein. Ik weet niet van wie ze dat hebben vernomen, maar ik heb het zo in ieder geval niet gezegd.
4 oktober gaat de commissie opnieuw praten over de randvoorwaarden die ik mee krijg voor het gesprek met de omwonenden van het gebied. Ik wacht het af.
Tot ziens.
Het betreft hier een binnenterrein aan de Rijnkade met rondom woningbouw. Op het binnenterrein waren van oudsher twee bedrijven (Bracol en Zitman) gevestigd, die in de buurt voor overlast zorgden. Toen Bracol in 1987 als eerste bedrijf besloot te vertrekken uit het gebied, zag de gemeente haar kans schoon om de buurt van toekomstige overlast te verlossen en werd dit bedrijf aangekocht om te zijner tijd een ontwikkeling naar woningbouw mogelijk te maken. De gemeente heeft in 1995 door een lokale architect een bouwplan laten ontwikkelen, maar voordat dit gerealiseerd kon worden, moesten eerst de resterende gronden van het bedrijf Zitman worden aangekocht. Uiteindelijk is dat in 1997 ook gelukt.
In 1998 kwam de gemeente in contact met een projectontwikkelaar, die eigenaar was van het huidige Scheltema-complex. Dit complex wilde de gemeente graag in handen krijgen voor de ontwikkeling van een culturele functie. Gemeente en ontwikkelaar kwamen tot overeenstemming, de gemeente kreeg het Scheltema-complex en daarvoor in de plaats werd met de ontwikkelaar afgesproken dat hij o.a. het Bracol-Zitmanterrein zou krijgen voor de ontwikkeling van een woningbouwproject. Ook de prijs die hij zou moeten betalen is toen bepaald. Om te voorkomen dat de ontwikkelaar opnieuw bedrijfsbebouwing zou ontwikkelen, werd eveneens afgesproken dat de gemeente eerst de procedure rond het bouwplan zou afhandelen en dat de grond vervolgens bouwrijp zou worden geleverd.
Omdat de bestemming van het terrein nog steeds bedrijvigheid was, was woningbouw in strijd met het bestemmingsplan. Om de woningen toch te realiseren werd een artikel 19 procedure gestart. De hoorzitting in het kader van deze procedure heb ik zelf voorgezeten. Ik herinner me dat nog goed. Het werd een lange zitting, waarin we met de omwonenden hebben doorgepraat over de kritiek die zij hadden op het plan. Tijdens die bijeenkomst wisten de bewoners mij ervan te overtuigen dat veel van de kritiek terecht was. Na afloop hebben we daarom besloten dat het hele plan van tafel moest. Een andere architect heeft vervolgens een nieuw plan gemaakt dat aan een belangrijk aantal wensen vanuit de buurt tegemoet kwam. In het kader van de artikel 19 procedure werd dit nieuwe plan door het college vastgesteld. Daar was ik best trots op, het was wat mij betreft een fraai staaltje van onze nieuwe bestuurscultuur, zo dacht ik toen nog. De bewoners hadden niet op alle punten gelijk gekregen, maar het plan was op basis van hun inbreng veel beter geworden.
De wensen van sommige bewoners om op deze plaats helemaal niet te bouwen, was gezien de besluiten van de gemeenteraad met betrekking tot dit terrein onmogelijk. Het college heeft immers een forse opdracht van de gemeenteraad meegekregen om meer nieuwbouwwoningen te bouwen. In een stad als Leiden lukt dat alleen als ook gebieden zoals het Bracol terrein daarvoor in aanmerking kunnen komen. Zo heeft het CDA onlangs nog vragen gesteld over het feit dat Leiden steeds minder gezinnen weet te huisvesten. Dit komt o.a. door het feit dat er onvoldoende eensgezinswonigen zijn. En de SP liet het Leidsch Dagblad vorige week nog schrijven dat de wachttijd voor een woning voor starters maar lieft 11 jaar zou zijn. Willen we die problemen oplossen, dan lijkt het mij logisch dat het college de plannen voor het Bracol terrein doorzet.
Nu het college de artikel 19 procedure helemaal heeft afgerond, kan de bouwvergunning worden afgegeven. Bewoners die dan nog steeds van mening zijn dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met hun wensen, krijgen dan ook de gelegenheid om formeel bezwaar tegen het plan te maken. Maar voor het zover was, moest eerst nog een financieel probleem worden opgelost. De gemeenteraad had destijds namelijk de verkoopprijs van de grond vastgesteld, maar dat was inmiddels alweer bijna 10 jaar geleden. In die periode is de prijs niet meer gestegen, maar de kosten wel. Bovendien hing er destijds ook een prijskaartje aan het uitkopen van de bedrijven. Dat alles maakt nu dat er een extra krediet nodig is om de zaak ook financieel af te ronden. Het college heeft een voorstel aan de commissie gedaan om het verschil bij te passen. En dat voorstel was deze week in de commissie aan de orde.
Mijn verbazing was groot toen bleek dat een groot deel van de sprekers tegen het voorstel was. Men ging volstrekt voorbij aan het feit dat er in het verleden afspraken zijn gemaakt met de projectontwikkelaar en dat deze zijn kant van de afspraken inmiddels netjes was nagekomen. Bovendien ging men volledig voorbij aan het feit dat er door ons college een volstrekt nieuw plan was gemaakt om tegemoet te komen aan de wensen van de buurt. En tenslotte ging men geheel voorbij aan het feit dat de artikel 19 procedure voor dit plan inmiddels door het college was afgerond en dat het haast onbehoorlijk is om zo'n procedure daarna over te gaan doen. Bovendien zal de ontwikkelaar bij een besluit om geen woningen meer te bouwen in dit gebied zeker een forse rekening ten laste van de gemeenschap brengen.
Nog het meest verbaasde me dat partijen die ons steunen bij de bouw van meer woningen, dit plan nu naar de prullenbak verwijzen. In de komende jaren zijn wij voor de bouw van nieuwe woningen immers voor een belangrijk deel afhankelijk van inbreilocaties zoals het Bracol terrein. Als bovenstaande lijn ook voor de toekomstige locaties wordt doorgezet, vrees ik voor de woningzoekenden in onze stad. Een dergelijke besluit voor het Bracol terrein zou in mijn ogen een bizar precedent kunnen scheppen.
De omwonenden van het Bracolterrein begrijp ik heel goed. Zij maken zich boos om het verlies van speelruimte en groen in de wijk. Dat is een te respecteren doel, maar daarbij gaat men voorbij aan het feit dat dit terrein eigenlijk bedoeld was voor de vestiging van bedrijvigheid. Dankzij de inzet van veel gemeenschapsgeld komen er nu nieuwe woningen in plaats van veel grotere bedrijfshallen.
De bewoners zouden het terrein het liefst helemaal niet bebouwen, maar de gemeenteraad heeft meer belangen te behartigen. Voor hen moet de betrouwbaarheid jegens partners en de zorgvuldigheid van besturen natuurlijk een belangrijke rol spelen. Daarnaast ligt bij de gemeenteraad ook een verantwoordelijkheid naar die inwoners die zich niet in deze discussie mengen; de mensen die vaak al jaren zoeken naar een passende woning. Voor deze mensen zijn de nieuwe woningen op het Bracol terrein bestemd. In mijn ogen kan een gemeenteraad, al deze belangen afwegend, niet tot een andere conclusie komen dan dat het collegevoorstel voor het Bracol terrein een goed voorstel is.
Het Leidsch Dagblad schreef de afgelopen week verscheidene malen over dit onderwerp. Daarbij schreven ze ook dat ik mijn politieke lot zou verbinden aan de ontwikkeling van het Bracol terrein. Ik weet niet van wie ze dat hebben vernomen, maar ik heb het zo in ieder geval niet gezegd.
4 oktober gaat de commissie opnieuw praten over de randvoorwaarden die ik mee krijg voor het gesprek met de omwonenden van het gebied. Ik wacht het af.
Tot ziens.
dinsdag 4 september 2007
Ongetemde uitdaging
Het was een bijzondere dag vandaag. Dat begon al met de opening van het academisch jaar vanmorgen in de Pieterskerk. Als gastspreker was deze keer Pieter Winsemius uitgenodigd. Ik schreef op deze plaats vaker in positieve zin over deze man. Dat beeld heeft hij wat mij betreft vandaag nog eens bevestigd. Zijn inleiding boeide van begin tot eind. Ik zal het niet allemaal herhalen want de tekst is integraal op de site van de Universiteit Leiden terug te vinden. Zijn verhaal ging over, wat hij noemde, ongetemde uitdagingen. Grote belangrijke vraagstukken van deze tijd die er werkelijk toe doen maar waarvoor we de oplossing nog niet hebben gevonden. Als voorbeeld noemde hij o.a. de klimaatverandering en de problematiek in de achterstandswijken. Hij sprak over de rol die de Universiteit zou moeten spelen in het opleiden van mensen die in de toekomst de oplossingen voor dit soort ongetemde uitdagingen kunnen bedenken. Het is de moeite waard om zijn tekst er nog eens op na te lezen. Of zelfs terugkijken in streaming video.Voor mij was het overigens de eerste keer dat ik de Pieterskerk van binnen zag zonder de steigers onder het plafond. Deze zijn recent weggehaald waardoor nu het zicht op het gerestaureerde plafond helemaal zichtbaar is geworden. Het ziet er werkelijk prachtig uit.
Vanavond was ik in Leiden zuid-west voor de eerste informatieavond over een bouwplan op de hoek van de Zoeterwoudseweg en de Vrijheidslaan, de zogenaamde 'Sanderslocatie'. SLS Wonen heeft voor deze locatie een plan gemaakt voor de bouw van 126 woningen voor jonge starters of studenten. Driekamerwoningen met een huur tot 500 euro. Dat zijn de doelgroepen waarvoor we in de stad veel woningen tekort hebben. Wat dat betreft kunnen we niet genoeg van dit soort plannen binnen krijgen.
Vanavond bleek dat de direct omwonenden daar toch heel anders over dachten. Zij kijken op dit moment tegen een vestiging van de Praxis aan van een meter of 10 hoog en dat is heel wat anders dan woonbebouwing die pakweg 3 keer zo hoog is. Veel protest uit de zaal tegen de realisatie van dit plan dus waarbij ik het zo nu en dan zwaar te verduren kreeg. Dat het om mooie architectuur gaat die op 30 tot 40 meter afstand van de woningen komt te staan doet daar niets aan af.
Het dilemma is helder. Als we deze bebouwing doorzetten maken we heel veel startende woningzoekenden die eindelijk een woning kunnen krijgen heel gelukkig, maar zullen de omwonende dat mij absoluut niet in dank afnemen. Doen we helemaal niets, dan is het precies andersom. Dat is vaak het lot van de bestuurder. Het lijkt een ongetemde uitdaging.
Vanavond hebben we goed geluisterd naar de wensen die in de wijk leven met betrekking tot dit bouwplan. De komende tijd gaan we ons best doen om te kijken of we een compromis kunnen vinden, waardoor we beide partijen gelukkig maken. Of dat helemaal lukt weet ik niet. Ik weet wel dat die vrouw in het publiek die riep dat we alles toch al besloten hadden, en dat het plan wel gewoon door zou gaan, geen gelijk zal krijgen.Tot ziens
vrijdag 31 augustus 2007
AZC (4)
Rond de 400 bezoekers waren vanavond aanwezig bij de tweede informatiebijeenkomst over ons voornemen om een asielzoekerscentrum in de wijk Roomburg te vestigen. Dat waren minder mensen dan de vorige keer, maar de betrokkenheid van de zaal was er niet minder om. Binnen het stadhuis hebben we de afgelopen periode hard gewerkt om te bekijken op welke
punten wij tegemoet konden komen aan de wensen uit de buurt. Vanavond hadden we de gelegenheid om de buurt over deze zaken te informeren. Een groot aantal bewoners blijft van mening dat een AZC binnen de wijk ongewenst is, maar gelukkig waren er ook andere geluiden te horen.
De stukken die de afgelopen week in de media zijn verschenen over en mogelijke beschikbaarheid van het Marinevlieg
kamp Valkenburg hebben duidelijk verwachtingen gewekt bij een aantal bewoners. Het is jammer dat het zo gelopen is. Toch is al geruime tijd bekend dat deze locatie niet beschikbaar zou komen voor het centrum in Leiden. Tijdens het raadsdebat van 11 juli heb ik dit ook aan de gemeenteraad laten weten. Uit recente contacten met onze buurgemeente is opnieuw gebleken dat op het vliegkamp voor dit doel geen capaciteit beschikbaar komt. Ik hoop dat ik vanavond op dit punt de onduidelijkheid heb kunnen wegnemen.
Een en ander wil overigens niet zeggen dat het asielzoekerscentrum nu ook definitief in Roomburg komt. Het college gaat zich de komende tijd eerst buigen over de vele reacties die ongetwijfeld bij het Stadhuis binnen zullen komen. Pas wanneer dat achter de rug is gaan we aan de slag met de definitieve besluitvorming.
punten wij tegemoet konden komen aan de wensen uit de buurt. Vanavond hadden we de gelegenheid om de buurt over deze zaken te informeren. Een groot aantal bewoners blijft van mening dat een AZC binnen de wijk ongewenst is, maar gelukkig waren er ook andere geluiden te horen.De stukken die de afgelopen week in de media zijn verschenen over en mogelijke beschikbaarheid van het Marinevlieg
kamp Valkenburg hebben duidelijk verwachtingen gewekt bij een aantal bewoners. Het is jammer dat het zo gelopen is. Toch is al geruime tijd bekend dat deze locatie niet beschikbaar zou komen voor het centrum in Leiden. Tijdens het raadsdebat van 11 juli heb ik dit ook aan de gemeenteraad laten weten. Uit recente contacten met onze buurgemeente is opnieuw gebleken dat op het vliegkamp voor dit doel geen capaciteit beschikbaar komt. Ik hoop dat ik vanavond op dit punt de onduidelijkheid heb kunnen wegnemen.Een en ander wil overigens niet zeggen dat het asielzoekerscentrum nu ook definitief in Roomburg komt. Het college gaat zich de komende tijd eerst buigen over de vele reacties die ongetwijfeld bij het Stadhuis binnen zullen komen. Pas wanneer dat achter de rug is gaan we aan de slag met de definitieve besluitvorming.
Tot ziens.
Ps. de foto's komen van http://www.sleutelstad.nl/ waarvoor mijn dank aan Chris de Waard.
vrijdag 6 juli 2007
Big Bang
Via het Leidsch Dagblad van vanmorgen reageren de verschillende politieke partijen uit de gemeenteraad op het collegebesluit over de verplaatsing van het asielzoekerscentrum. Mijn verwachting was dat de partijen inmiddels wel een standpunt zouden hebben over de locatiekeuze van het college. Dat is toch het onderwerp waar de betrokken inwoners op zitten te wachten. In plaats daarvan komen bijna alle partijen met kritiek op de manier waarop wij de communicatie rondom dit besluit hebben georganiseerd.
Wij hebben ervoor gekozen om zo snel mogelijk na het collegebesluit over de locatiekeuze, dit nieuws in een keer breed openbaar te maken. Dus bewoners, gemeenteraad, pers, buurgemeenten en anderen hebben het nieuws allemaal tegelijk vernomen. Een uitzondering daarop vormden de fractievoorzitters die allemaal het nieuws een dag eerder kregen.
Een Big Bang noemen de communicatiedeskundigen dat. Een methode die in dergelijke situaties ook in Leiden vaker is gebruikt. Je kunt nu eenmaal niet klein beetje gaan vertellen dat er misschien een asielzoekerscentrum in de wijk komt. Ook vertrouwelijk vooroverleg voeren met een wijkvereniging voordat je zo'n besluit neemt zie ik niet zitten. Je kunt mijns inziens vertegenwoordigers van een wijk niet belasten met dit soort informatie als ze het niet door mogen vertellen, daarmee breng je ze in een hele lastige positie. Ervaringen uit het verleden leren ons dat hier veel nadelen aan zitten. Bovendien weten we dat de kans op uitlekken groter is naarmate meer mensen op de hoogte zijn. Dat wilden we deze keer voorkomen door voor de Big Bang te kiezen. Daardoor was nu iedereen in een vroeg stadium op de hoogte van het hele verhaal.
Is er dan op het gebied van de communicatie helemaal niets fout gegaan? Dat hoort u mij niet zeggen. Ondanks het feit dat wij het rondbrengen van de brieven tot in detail hadden voorbereid, hebben een aantal mensen de brief niet ontvangen. Verder is de brief ook niet goed aangekomen bij een aantal kopers van nieuwbouwwoningen die nog niet in de wijk wonen. Achteraf bleek dat we niet over alle adressen beschikten. Waar mogelijk hebben we dat achteraf recht gezet.
Zoals ik al zei, de fracties reageerden vooral op de manier van communiceren, maar niet op de inhoud van het besluit zelf. Bovendien heeft de raad inmiddels besloten dat men pas begin september met het college over dit besluit in debat wil gaan. Ik vraag me af of hieruit de conclusie mag worden getrokken dat er op dit moment politieke steun is voor de locatie aan de Besjeslaan. Ik kan me niet voorstellen dat als dat niet het geval is, men de wijkbewoners hierover in het ongewisse laat tot begin september. Daarvoor is het onderwerp immers veel te gevoelig.
Tot ziens.
Wij hebben ervoor gekozen om zo snel mogelijk na het collegebesluit over de locatiekeuze, dit nieuws in een keer breed openbaar te maken. Dus bewoners, gemeenteraad, pers, buurgemeenten en anderen hebben het nieuws allemaal tegelijk vernomen. Een uitzondering daarop vormden de fractievoorzitters die allemaal het nieuws een dag eerder kregen.
Een Big Bang noemen de communicatiedeskundigen dat. Een methode die in dergelijke situaties ook in Leiden vaker is gebruikt. Je kunt nu eenmaal niet klein beetje gaan vertellen dat er misschien een asielzoekerscentrum in de wijk komt. Ook vertrouwelijk vooroverleg voeren met een wijkvereniging voordat je zo'n besluit neemt zie ik niet zitten. Je kunt mijns inziens vertegenwoordigers van een wijk niet belasten met dit soort informatie als ze het niet door mogen vertellen, daarmee breng je ze in een hele lastige positie. Ervaringen uit het verleden leren ons dat hier veel nadelen aan zitten. Bovendien weten we dat de kans op uitlekken groter is naarmate meer mensen op de hoogte zijn. Dat wilden we deze keer voorkomen door voor de Big Bang te kiezen. Daardoor was nu iedereen in een vroeg stadium op de hoogte van het hele verhaal.
Is er dan op het gebied van de communicatie helemaal niets fout gegaan? Dat hoort u mij niet zeggen. Ondanks het feit dat wij het rondbrengen van de brieven tot in detail hadden voorbereid, hebben een aantal mensen de brief niet ontvangen. Verder is de brief ook niet goed aangekomen bij een aantal kopers van nieuwbouwwoningen die nog niet in de wijk wonen. Achteraf bleek dat we niet over alle adressen beschikten. Waar mogelijk hebben we dat achteraf recht gezet.
Zoals ik al zei, de fracties reageerden vooral op de manier van communiceren, maar niet op de inhoud van het besluit zelf. Bovendien heeft de raad inmiddels besloten dat men pas begin september met het college over dit besluit in debat wil gaan. Ik vraag me af of hieruit de conclusie mag worden getrokken dat er op dit moment politieke steun is voor de locatie aan de Besjeslaan. Ik kan me niet voorstellen dat als dat niet het geval is, men de wijkbewoners hierover in het ongewisse laat tot begin september. Daarvoor is het onderwerp immers veel te gevoelig.
Tot ziens.
woensdag 4 juli 2007
AZC (3)
Vanavond was de informatieavond naar aanleiding van het collegebesluit om een centrum voor asielzoekers te vestigen aan de Besjeslaan. Over dit besluit is de afgelopen dagen al veel te doen geweest en de spanning was behoorlijk opgelopen.
De schattingen lopen wat uiteen maar meer dan 400 bezoekers waren er zeker. Er heerste een gespannen sfeer. Samen met collega wethouder Gerda van den Berg ben ik aan het werk gegaan om de aanwezige bewoners zo goed mogelijk te informeren over ons besluit. Makkelijk is anders. Dit zijn niet echt de bijeenkomsten waar je aan denkt als je de politiek in gaat, het is veel leuker om mensen blij te maken met mooie plannen. De mensen zijn boos, teleurgesteld en voelen zich bedrogen. En dan kun je praten wat je wil, maar het vertrouwen van de zaal winnen kun je helemaal vergeten.
Zo'n bijeenkomst zet je wel aan het denken. Tegelijkertijd weet ik dat we op korte termijn wel een oplossing moeten vinden voor de opvang van 300 asielzoekers. Gezien onze geschiedenis van Leiden als 'stad van vluchtelingen' kunnen we onze
verantwoordelijkheid niet zomaar ontlopen. Niet voor niets wordt het logo van onze sleutelstad gedomineerd door een deur die wijd openstaat. Wanneer we niet de Besjeslaan, maar een andere locatie hadden aangewezen was de kans wel heel groot geweest dat er vanavond 400 andere mensen in de zaal hadden gezeten. Dat is natuurlijk het dilemma van dit soort beslissingen. De perfecte locatie bestaat natuurlijk helemaal niet.
Voordat we, naar verwachting half september, een definitief besluit gaan nemen moet er nog veel gebeuren. Naast het formele inspraaktraject heb ik me voorgenomen de komende periode veel aandacht te gaan besteden aan de dialoog met alle betrokkenen. Ik hoop dat het een dialoog kan worden op basis van de feiten. Want als een ding me vanavond ook duidelijk is geworden, dan is het wel dat veel mensen onnodig ongerust zijn geworden door de hoeveelheid indianenverhalen die rondom het asielzoekerscentrum de wereld in zijn geholpen. Ik hoop dat we hier vanavond iets van hebben weggenomen.
Tot ziens
De schattingen lopen wat uiteen maar meer dan 400 bezoekers waren er zeker. Er heerste een gespannen sfeer. Samen met collega wethouder Gerda van den Berg ben ik aan het werk gegaan om de aanwezige bewoners zo goed mogelijk te informeren over ons besluit. Makkelijk is anders. Dit zijn niet echt de bijeenkomsten waar je aan denkt als je de politiek in gaat, het is veel leuker om mensen blij te maken met mooie plannen. De mensen zijn boos, teleurgesteld en voelen zich bedrogen. En dan kun je praten wat je wil, maar het vertrouwen van de zaal winnen kun je helemaal vergeten.
Zo'n bijeenkomst zet je wel aan het denken. Tegelijkertijd weet ik dat we op korte termijn wel een oplossing moeten vinden voor de opvang van 300 asielzoekers. Gezien onze geschiedenis van Leiden als 'stad van vluchtelingen' kunnen we onze
verantwoordelijkheid niet zomaar ontlopen. Niet voor niets wordt het logo van onze sleutelstad gedomineerd door een deur die wijd openstaat. Wanneer we niet de Besjeslaan, maar een andere locatie hadden aangewezen was de kans wel heel groot geweest dat er vanavond 400 andere mensen in de zaal hadden gezeten. Dat is natuurlijk het dilemma van dit soort beslissingen. De perfecte locatie bestaat natuurlijk helemaal niet.Voordat we, naar verwachting half september, een definitief besluit gaan nemen moet er nog veel gebeuren. Naast het formele inspraaktraject heb ik me voorgenomen de komende periode veel aandacht te gaan besteden aan de dialoog met alle betrokkenen. Ik hoop dat het een dialoog kan worden op basis van de feiten. Want als een ding me vanavond ook duidelijk is geworden, dan is het wel dat veel mensen onnodig ongerust zijn geworden door de hoeveelheid indianenverhalen die rondom het asielzoekerscentrum de wereld in zijn geholpen. Ik hoop dat we hier vanavond iets van hebben weggenomen.
Tot ziens
maandag 2 juli 2007
AZC (2)
Ik heb het na ons besluit om een locatie voor een asielzoekerscentrum aan te wijzen flink voor mijn kiezen gekregen. Veel mensen zijn boos en laten dat op allerlei manier weten. In een aantal gevallen doet men dat met inhoudelijke argumenten, maar de hoeveelheid ondiplomatieke post die sindsdien in mijn postvak is gekomen is ook heel fors. Ook op de internetsite van de wijk Roomburg zijn minder fraaie voorbeelden te vinden.
Ik heb m’n best gedaan om de vele e-mails zelf te beantwoorden, de meeste mensen stelden dat wel weer op prijs.
Als ik de berichten zo lees dan leven er veel vragen, maar zijn er ook misverstanden de wereld ingekomen. Ik hoop dat we tijdens de informatieavond van aanstaande woensdag het een en ander kunnen doen om antwoord te geven op al die vragen die leven.

De belangrijkste onduidelijkheid die blijkbaar is ontstaan heeft te maken met de formele status van het collegebesluit. Het feit dat het college heeft besloten om het AZC naar de Besjeslaan te verplaatsen, wil niet zeggen dat dit nu ook definitief gaat gebeuren. Bij zo’n besluit hoort immers een normale inspraakprocedure. Vanaf het moment dat de officiële vergunningaanvraag van het COA binnen is zullen we de start van de procedure publiceren. We verwachten dat dat half juli het geval zal zijn. Omdat dit in de vakantieperiode is zullen we de inspraaktermijn, die normaal 6 weken is, verlengen tot 8 weken. Gedurende deze periode houden we nog een formele inspraakbijeenkomst eind augustus. Als de termijn verstreken is zal het college de balans opmaken en een definitief besluit nemen over de vestiging.
Om echt alle misverstanden te voorkomen houden we vooruitlopend op deze procedure de informatieavond op 4 juli a.s. We doen dit juist zo snel na het bekend worden van dit nieuws omdat we weten dat er bij de mensen in de wijk veel vragen leven.
De komende dagen gaan we veel tijd steken in een goede voorbereiding van deze bijeenkomst.
Tot ziens.
Ik heb m’n best gedaan om de vele e-mails zelf te beantwoorden, de meeste mensen stelden dat wel weer op prijs.
Als ik de berichten zo lees dan leven er veel vragen, maar zijn er ook misverstanden de wereld ingekomen. Ik hoop dat we tijdens de informatieavond van aanstaande woensdag het een en ander kunnen doen om antwoord te geven op al die vragen die leven.

De belangrijkste onduidelijkheid die blijkbaar is ontstaan heeft te maken met de formele status van het collegebesluit. Het feit dat het college heeft besloten om het AZC naar de Besjeslaan te verplaatsen, wil niet zeggen dat dit nu ook definitief gaat gebeuren. Bij zo’n besluit hoort immers een normale inspraakprocedure. Vanaf het moment dat de officiële vergunningaanvraag van het COA binnen is zullen we de start van de procedure publiceren. We verwachten dat dat half juli het geval zal zijn. Omdat dit in de vakantieperiode is zullen we de inspraaktermijn, die normaal 6 weken is, verlengen tot 8 weken. Gedurende deze periode houden we nog een formele inspraakbijeenkomst eind augustus. Als de termijn verstreken is zal het college de balans opmaken en een definitief besluit nemen over de vestiging.
Om echt alle misverstanden te voorkomen houden we vooruitlopend op deze procedure de informatieavond op 4 juli a.s. We doen dit juist zo snel na het bekend worden van dit nieuws omdat we weten dat er bij de mensen in de wijk veel vragen leven.
De komende dagen gaan we veel tijd steken in een goede voorbereiding van deze bijeenkomst.
Tot ziens.
vrijdag 29 juni 2007
AZC
Gisteren heb ik namens het college bekend gemaakt dat wij de Besjeslaan de beste locatie vinden voor een tijdelijke opvang van asielzoekers. We waren al een tijdje op zoek naar een alternatief voor de huidige locatie aan de Rijnsburgerweg. Deze locatie hebben we eind vorig jaar na advies van de brandweer afgekeurd voor de opvang van asielzoekers.
Als bestuur moet je soms dit soort lastige beslissingen nemen. Beslissingen die voor de stad belangrijk zijn, maar waar veel mensen zich zorgen om gaan maken. Dat weet je van tevoren, maar als het zover is valt het altijd weer tegen.
Ook nu was het een hele lastige afweging. Dat kwam doordat we als stadsbestuur enerzijds vinden dat Leiden een veilige haven moet bieden voor vluchtelingen en er anderzijds in onze volle stad maar beperkt ruimte blijkt voor dergelijke opvang.
Allereerst hebben we alle mogelijke plaatsen in de stad in beeld gebracht en daar een eerste selectie van 6 locaties van gemaakt. Die hebben we grondig gewogen op een aantal punten en daar is de Besjeslaan als meest geschikt uit naar voren gekomen. Gisteren hebben we eerst de bewoners uit de omgeving een brief bezorgd en vervolgens de pers geïnformeerd over ons voornemen.
Inmiddels krijg ik reacties binnen uit de omgeving. Een aantal mensen voelt zich overvallen en soms is men zelfs boos. Ik begrijp die boosheid en teleurstelling, maar ik hoop dat de omwonenden op grond van de feiten wel begrip kunnen opbrengen voor het feit dat wij ergens in de stad een plaats moesten aanwijzen. Op woensdagavond 4 juli hebben we iedereen uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst in het hoofdkantoor van de DZB. Daar willen we laten zien waarom we denken dat deze vestiging geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de omgeving. Ook op de huidige locatie van het AZC aan de Rijnsburgerweg is dat niet het geval terwijl dat centrum 2 keer zo groot is. En tenslotte is de vestiging aan de Besjeslaan van tijdelijke aard. Maar ik hoop ook op die avond te horen wat de omgeving ervan vindt.
Tenslotte nog dit. Besluiten als deze vragen natuurlijk veel voorbereidingstijd. In dit geval zijn wij sinds maart jl. serieus op zoek geweest. Sinds enige weken weet ik dat deze locatie kansrijk is. In veel reacties die ik nu krijg nemen mensen mij kwalijk dat we hiermee nu pas naar buiten komen. Communiceren van deze boodschap is vreselijk moeilijk. Wij hebben er voor gekozen om te wachten tot het echt zeker was of we dit besluit konden nemen. Daarna hebben we het in 1 keer naar buiten gebracht. Hiermee hebben we allerlei geruchten kunnen voorkomen. Er zijn ook mensen die stellen dat we expres hebben gewacht tot alle huizen verkocht waren. Ik kan alleen maar een beroep doen op uw vertrouwen en verzekeren dat dit niet het geval is.
Tot ziens.
Als bestuur moet je soms dit soort lastige beslissingen nemen. Beslissingen die voor de stad belangrijk zijn, maar waar veel mensen zich zorgen om gaan maken. Dat weet je van tevoren, maar als het zover is valt het altijd weer tegen.
Ook nu was het een hele lastige afweging. Dat kwam doordat we als stadsbestuur enerzijds vinden dat Leiden een veilige haven moet bieden voor vluchtelingen en er anderzijds in onze volle stad maar beperkt ruimte blijkt voor dergelijke opvang.
Allereerst hebben we alle mogelijke plaatsen in de stad in beeld gebracht en daar een eerste selectie van 6 locaties van gemaakt. Die hebben we grondig gewogen op een aantal punten en daar is de Besjeslaan als meest geschikt uit naar voren gekomen. Gisteren hebben we eerst de bewoners uit de omgeving een brief bezorgd en vervolgens de pers geïnformeerd over ons voornemen.
Inmiddels krijg ik reacties binnen uit de omgeving. Een aantal mensen voelt zich overvallen en soms is men zelfs boos. Ik begrijp die boosheid en teleurstelling, maar ik hoop dat de omwonenden op grond van de feiten wel begrip kunnen opbrengen voor het feit dat wij ergens in de stad een plaats moesten aanwijzen. Op woensdagavond 4 juli hebben we iedereen uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst in het hoofdkantoor van de DZB. Daar willen we laten zien waarom we denken dat deze vestiging geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de omgeving. Ook op de huidige locatie van het AZC aan de Rijnsburgerweg is dat niet het geval terwijl dat centrum 2 keer zo groot is. En tenslotte is de vestiging aan de Besjeslaan van tijdelijke aard. Maar ik hoop ook op die avond te horen wat de omgeving ervan vindt.
Tenslotte nog dit. Besluiten als deze vragen natuurlijk veel voorbereidingstijd. In dit geval zijn wij sinds maart jl. serieus op zoek geweest. Sinds enige weken weet ik dat deze locatie kansrijk is. In veel reacties die ik nu krijg nemen mensen mij kwalijk dat we hiermee nu pas naar buiten komen. Communiceren van deze boodschap is vreselijk moeilijk. Wij hebben er voor gekozen om te wachten tot het echt zeker was of we dit besluit konden nemen. Daarna hebben we het in 1 keer naar buiten gebracht. Hiermee hebben we allerlei geruchten kunnen voorkomen. Er zijn ook mensen die stellen dat we expres hebben gewacht tot alle huizen verkocht waren. Ik kan alleen maar een beroep doen op uw vertrouwen en verzekeren dat dit niet het geval is.
Tot ziens.
Abonneren op:
Posts (Atom)
