Posts tonen met het label Handhaven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Handhaven. Alle posts tonen

donderdag 25 september 2008

Piep

Vanaf 1977 tot 1983 was ik actief in een jongerencentrum. Samen met heel veel andere vrijwilligers werkte ik aan een programmering waardoor de lokale jeugd de hele week van de straat kon blijven. Een belangrijk onderdeel daarvan was natuurlijk de muziek, bij voorkeur heel harde muziek. Als gevolg daarvan hoor ik sinds die tijd 24 uur per dag een piep die nooit meer weg gaat. Een piep die behoorlijk irritant kan zijn en die het voor mij op plaatsen waar veel geluid is soms moeilijk maakt om mensen goed te kunnen verstaan.

Op 2 en 3 october staat de muziek in de stad ook hard, heel hard. Dat geluidsniveau is de afgelopen jaren ook nog eens flink gestegen. De huidige regels kennen geen maxima en dus is daar weinig aan te doen. De afgelopen jaren is het aantal klachten uit de stad over geluidsoverlast fors toegenomen.

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van afgelopen dinsdag presenteerde de VVD een raadsbreed gesteunde motie die het college opdroeg om geen strengere regels te maken voor de geluidsproductie op 2 en 3 october. Ondanks alle klachten wil men dus geen maximum stellen aan de geluidsproductie op straat.

Ok. Handen af van 3 october. Dat heb ik inmiddels goed begrepen en ik moet zeggen, dat is ook wel een mooie gedachte. Maar waarom is dat nu niet van toepassing op partijen die het nodig vinden om het geluid elk jaar weer harder te zetten.

Op http://www.oorcheck.nl/ is een eenvoudige oortest te vinden. Deze test is o.a. ontwikkeld door ons eigen LUMC.

Tot ziens.

donderdag 11 september 2008

Monumentale marktwerking

'Als betrokken burger van deze stad en liefhebber van ons historische centrum wil ik u graag de volgende kwestie voorleggen. Het valt mij op dat de laatste tijd de verkoopborden in de binnenstad steeds groter en aanweziger worden. Met name gaat het dan om borden en doeken op de grotere monumenten van onze stad.' Zo begon een brief van een inwoner uit onze stad die ik vanmorgen onder ogen kreeg. De briefschrijver brengt hiermee een gevoel onder woorden dat mij ook wel eens bekruipt wanneer ik rondkijk in onze historische binnenstad. Veel van deze verkoopborden zijn in strijd met wettelijke bepalingen en daar kan de gemeente tegen optreden. Dat zouden we wat mij betreft ook moeten doen.

Los daarvan ben ik als wethouder van Economische Zaken vooral geinteresseerd in de vraag waarom ondernemers in onze stad in strijd met de regels toch onze historische binnenstad met deze borden ontsieren.

Op bijgaande foto, die ik van een site van een van onze bedrijfsmakelaars haalde, is een goed voorbeeld te zien. De beschrijving van het object begint als volgt: 'Het betreft hier een monumentale kantoorruimte gelegen in het centrum van Leiden. Het is een kantoorruimte met veel authentieke elementen, sfeervolle lichtinval en organische vormen. Gevel met jugendstilachtige uitstraling.'
Uit de tekst blijkt dat de makelaar de waarde van dit historische pand goed in weet te schatten. Hij weet ook dat deze historische kwaliteit voor de eigenaar een mooi bedrag aan extra huur kan opbrengen. Des te meer blijf ik me afvragen waarom de makelaar met zijn bord zoveel afbreuk doet aan al deze kwaliteit.

Ik hoop dat verhuurders en potentiele huurders het met me eens zijn. Als dat zo is dan vormen dit soort borden dus alleen maar een antireclame voor de makelaar zelf. Hoe groter de borden hoe groter de antireclame. Het zou toch mooi zijn als de marktwerking er dan verder voor zorgt dat deze borden uit het historische straatbeeld gaan verdwijnen.

En mocht de marktwerking hier zijn werk niet doen, dan roep ik op deze plaats de lokale makelaars op om op korte termijn een onderlinge afspraak te maken dit soort borden uit het historische centrum te weren. Ik weet tenslotte dat ook makelaars maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel hebben.

Tot ziens.

dinsdag 18 december 2007

Illegaal schilderij

Onlangs werden wij gewezen op de aanwezigheid van een flinke muurschildering die was aangebracht op een zijmuur van een particulier parkeerterrein ergens in het centrum van onze stad. Een aardig voorbeeld van een stukje amateurkunst dat deze grijze parkeerplaats mooi opfleurde.



Maar helaas, voor zo'n schildering is een vergunning nodig en die was door de betrokken schilder niet aangevraagd. Het betrof dus een illegaal schilderij en dat was een aantal buurtbewoners ook opgevallen. Zij keken via de achterzijde van hun woning op het parkeerterrein en vonden een grijs parkeerterrein blijkbaar mooier. Daardoor kreeg ik de vraag of de gemeente handhavend zou moeten optreden.

Omdat de schildering was aangebracht op een wand die voor monumentale huisjes stond hebben we advies ingewonnen bij de betreffende rijksdienst. Deze liet weten geen probleem te hebben met de aanwezigheid van deze schildering. Anders was het advies van onze eigen Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). In tegenstelling tot de rijksdienst adviseerde zij negatief vanwege het feit dat de muurschildering naar hun mening onvoldoende professioneel was.

Maar moet je dan, eventueel met behulp van de sterke arm, een dergelijke muurschildering op een particulier terrein gaan verwijderen. Ik stelde me de commentaren in de krant en locale sites alweer voor. Hoeveel mensen in de stad zouden van mening zijn dat het een taak van de gemeente is om dit stukje volksvlijt te verwijderen?

Vandaag heeft het college besloten dat we een vergunning afgeven en de schildering dus mag blijven zitten. Wanneer de buurtbewoners het daarmee oneens zijn, dan mogen ze tegen dit besluit bezwaar maken en zal door de bezwarencommissie, of uiteindelijk zelfs de rechter, onafhankelijk worden geoordeeld of ons college in alle redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen.

Tot ziens.

dinsdag 27 november 2007

Stadscamping

Van huis uit ben ik geen jurist, maar de jaren als wethouder hebben me veel geleerd over hoe de wetgeving in Nederland in elkaar zit. In tegenstelling tot wat veel mensen vaak denken zijn de wettelijke bevoegdheden van een gemeente ook maar betrekkelijk. Zeker wanneer het om eigendom van private partijen gaat kan een overheid daar maar heel beperkt op ingrijpen. Het duidelijkste voorbeeld is wel de bouwlocatie tegenover het station Leiden Centraal, in de volksmond ook wel het gat van Van der Putte genoemd. Hoe hard de gemeente zich ook inzet om iets moois te ontwikkelen op deze locatie, zolang de eigenaar niet meewerkt blijft dat buitengewoon moeilijk. Momenteel loopt er voor deze locatie een onteigeningsprocedure die aan die situatie een einde zou moeten maken. Ik durf me niet te wagen aan uitspraken over hoe lang dit nog gaat duren. Voorlopig blijft deze locatie het werkterrein voor veel juristen in plaats van bouwvakkers. Ondertussen noemen de meeste inwoners deze locatie als de plek in de stad die het eerst moet worden aangepakt, en gelijk hebben ze.

Inmiddels ligt de betreffende locatie er verlaten bij. Dat dachten ik tenminste totdat ik vandaag deze foto kreeg die een ander kijkje gaf op deze A1 locatie. Achter de bouwschuttingen waar dagelijk vele tienduizenden mensen van en naar het station lopen, blijkt op dit particulier terrein een heel nieuw stadsmilieu te zijn ontstaan. Daarmee hebben de juristen er weer een nieuwe uitdaging bij gekregen.

We blijven ons best doen om op deze locatie een mooie invulling te maken, deze prominente plek tegenover het 5e station van Nederland verdient veel beter. Daar wil ik me, ondanks alle tegenslagen, sterk voor blijven maken. De medewerking van de eigenaar zou daarbij wel erg helpen.

Tot ziens.

maandag 29 oktober 2007

Beperking

Als gevolg van allerlei incidenten in ons land zijn de regels op het gebied van brandveiligheid niet eenvoudiger geworden. De gemeente heeft hierbij een belangrijke controlerende taak. Panden die voldoen aan de wettelijke eisen krijgen een gebruiksvergunning. In Leiden zijn we al geruime tijd bezig met een inhaalslag om te zorgen dat alle panden die daarvoor in aanmerking komen ook zo'n vergunning hebben.

Werkt de eigenaar niet mee aan het nemen van de noodzakelijke maatregelen, dan kan de gemeente dat afdwingen. Bijvoorbeeld door het opleggen van een dwangsom. In bepaalde gevallen kunnen we het gebruik van zo'n pand beperken, totdat de juiste maatregelen zijn genomen.

Afgelopen week kreeg ik een inspectiedossier onder ogen van de brandveiligheidssituatie van bar-dancing D'oude Harmonie, een gelegenheid waar in het weekend met regelmaat circa 450 mensen binnen zijn. De aanwezige vluchtwegen zijn echter volstrekt onvoldoende om dit aantal mensen tijdig uit het gebouw te evacueren in geval van een calamiteit. Daarom stelden de ambtenaren voor om het gebruik te beperken tot 160 mensen tot er een uitbreiding van vluchtwegen had plaats gevonden. Omdat ik begrijp dat een dergelijk besluit voor deze exploitant flinke gevolgen heeft, ben ik vanmiddag zelf maar eens in het pand gaan kijken en heb ik gesproken met de eigenaar en de exploitant.

Laatstgenoemden waren allerminst gelukkig met ons besluit. Bovendien heeft de eigenaar inmiddels een bouwplan ingediend om een nieuwe vluchtweg te bouwen. Het pand is echter een rijksmonument en bovendien is bij nader onderzoek gebleken dat het huidige gebruik van het pand eigenlijk niet past in het bestemmingsplan. Daardoor krijgen we te maken met een vreselijk ingewikkelde procedure om deze nieuwe uitgang te bouwen.

Het is weer zo'n dilemma waar je als wethouder met enige regelmaat mee te maken krijgt. Als ik nu niets doe, en er breekt over twee weken een brand uit waarbij bezoekers gewond raken of erger, dan kan ik dat nooit meer verantwoorden. Zodra je als wethouder kennis draagt van een dergelijke situatie, dan kun je niet anders dan optreden. Ook wanneer de gevolgen van zo'n besluit voor de exploitant zo ingrijpend zijn. Commerciele doelen kunnen nooit belangrijker worden dan mensenlevens.

Wat ik wel kan doen is ervoor zorgen dat de procedures om het probleem op te lossen snel achter de rug zijn, zodat de beperking weer kan vervallen. Heel stil hopen dat niemand daar bezwaren tegen heeft. Het besluit waarin we de gebruiksbeperking opleggen, gaat deze week nog de deur uit.

Tot ziens.

vrijdag 17 augustus 2007

Instortingsgevaar

Vanmorgen stond in het Leidsch dagblad een artikel over de instorting van een bedrijfsgebouw aan de Rooseveltstraat in Leiden. Een ernstig voorval, waarvan ik als verantwoordelijk wethouder op het gebied van bouwregelgeving gelukkig al eerder door mijn ambtenaren was geïnformeerd.

De eigenaar van het pand had geruime tijd geleden een vergunning bij ons aangevraagd. Deze is door ons geweigerd omdat het bouwplan niet paste binnen het bestemmingsplan. Zonder overleg met de gemeente en zonder bouwvergunning is de eigenaar vervolgens toch aan de slag gegaan met de verbouwing. Kennelijk heeft hij daarbij onvoldoende aandacht gehad voor de constructieve consequenties van zijn bouwactiviteiten. Het gevolg is duidelijk en de consequenties zal hij geheel zelf moeten dragen.

Bij dit ongeval hadden echter ook gemakkelijk grote ongelukken kunnen gebeuren. De betrokken bouwvakkers of onschuldige voorbijgangers hadden eenvoudig onder het puin terecht kunnen komen. Dan was het leed niet te overzien geweest.

Met enige regelmaat worden wij als gemeente geconfronteerd met bouwwerkzaamheden die niet volgens de regels verlopen of bouwaanvragen waarin constructieve fouten zitten. In alle gevallen komen wij in aktie en kunnen we problemen zoals vandaag in de Rooseveltstraat voorkomen. Dit voorval laat maar weer eens zien dat bouwregels en vergunningen belangrijk zijn en dat naleving daarvan pure noodzaak is.
Tot ziens.

dinsdag 29 mei 2007

16 uur

Bijna 16 uur vergaderen had ik achter de rug toen ik vanavond laat de deur van het stadhuis achter me dichttrok. Een uitgebreide collegevergadering en daarna vanaf vier uur in de middag tot middernacht een vergadering met de commissie Ruimte en Bereikbaarheid.

Naast de jaarrekening en het programma voor ruimtelijke investeringen hebben we gesproken over de plannen van het college voor de panden in de Koppenhinksteeg. Eerder schreef ik hier hoe de huidige gebruikers van de kraakpanden en de buurtvereniging Pancras-West recht tegenover elkaar stonden. De afgelopen tijd hebben we een legalisatieplan gemaakt, waarbij we zoveel mogelijk rekening hebben gehouden met de belangen van alle partijen. Bij de behandeling van dit plan vanavond in de commissie bleek dat ook binnen de gemeenteraad de partijen recht tegenover elkaar stonden. Een deel van de raad was van mening dat ons plan veel te ver gaat, terwijl een ander deel van mening is dat we wel wat verder hadden mogen gaan. Je zou die uitkomst kunnen zien als het bewijs dat we een aardig plan hebben gemaakt.

Toch lijkt een kleine meerderheid bereid om de wens van een van de gebruikers, de Linkse Kerk, te honoreren en een terras aan de Hooglandse Kerkgracht toe te staan. Dat zal voor het college, maar zeker voor de wijkvereniging, wel even slikken worden. Binnenkort zal de gemeenteraad een definitief besluit nemen.

Tot ziens.

woensdag 25 april 2007

Koppenhinksteeg

Deze week hebben we na een lange tijd van voorbereiding een besluit genomen over de toekomst van de panden in de Koppenhinksteeg. De tegenstellingen tussen de verschillende partijen in de buurt zijn de afgelopen maanden eerder groter dan kleiner geworden, zodat verder overleg tussen hen zinloos was. Daarom waren alle ogen de afgelopen tijd op de gemeente gericht.

Gezien de grote tegenstelling en de lange voorgeschiedenis hebben we veel tijd nodig gehad om tot een besluit te komen. Onderdeel van deze voorbereiding waren twee bewonersavonden. Op de eerste avond heb ik een uiteenzetting gegeven van de gemeentelijke dilemma's. De tweede avond was vooral om de belanghebbende partijen in de gelegenheid te stellen hun mening te geven.

In het besluit proberen we zoveel mogelijk rekening te houden met alle partijen. Voor de gebruikers gaan we door met legaliseren van de activiteiten en zullen we de panden aan woningcorporatie Ons Doel verkopen, waardoor de renovatie nu echt van start kan gaan. Voor de omwonende zullen we paal en perk stellen aan de horeca-functie, de openingstijden en het verbieden van een terrasfunctie. Een evenwichtig besluit gezien de juridische beperkingen die wij hebben.

Vanavond hebben we de verschillende partijen over ons besluit geinformeerd. De uitkomst was redelijk voorspelbaar. Voor de gebruikers gaan de besluiten te ver, en voor de bewoners niet ver genoeg. Dat is vaak zo bij ruimtelijke vraagstukken. Ik ben van mening dat we het juiste besluit hebben genomen.

Tot ziens.