Posts tonen met het label Randstadfusie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Randstadfusie. Alle posts tonen

vrijdag 13 juni 2014

Henk Blekers erfenis

Het grote eindspel in het dossier Superprovincie lijkt deze week begonnen. Met de pet in de hand gingen de minister-president en zijn minister van Binnenlandse Zaken deze week op de koffie bij GroenLinks en D66 om steun te verwerven voor het VVD plan van de Superprovincie. Een soort wanhoopsoffensief, zo lijkt het. Ook de minister erkent inmiddels dat de kans van slagen wel heel klein wordt als er niet voor het zomerreces voldoende duidelijkheid komt. Hij heeft dus nog drie weken om dit voor hem zo belangrijke dossier tot een goed einde te brengen.

Uit de reacties na afloop van het overleg werd duidelijk dat Groenlinks en D66 er goed voor zijn gaan zitten. De prominente rol van de minister-president in dit proces verraadt immers het grote belang dat het kabinet hecht aan de provinciefusie. Als gevolg daarvan gaat de prijs van de gevraagde steun flink omhoog. D66 wil harde toezeggingen over het takenpakket van de nieuwe provincie en de vorming van de volgende landsdelen en GroenLinks wil meer natuur, veel meer natuur.

Vooral de inzet van GroenLinks is interessant. In ruil voor steun aan de Superprovincie vragen zij het kabinet om de bezuinigingen op natuur zoals die destijds door Henk Bleker zijn gerealiseerd terug te draaien. Daarbij is zelfs de aanleg van het Oostvaarderswold weer op tafel gekomen. U weet wel, het project waarover in Flevoland een college is gevallen, maar dat nog steeds het kroonjuweel in het Flevolandse PvdA verkiezingsprogramma is. Gaat dit belangrijke onderwerp nu door GroenLinks gered worden? Zo zullen mijn partijgenoten zich inmiddels afvragen. Het zou GroenLinks bij de statenverkiezingen volgend jaar zeker geen windeieren leggen. 

En dus zit de VVD nu met de vraag of ze de realisatie van hun Superprovincie belangrijker vindt dan het tegenhouden van die omvangrijke ecologische verbinding tussen Flevoland en de Veluwe. Ik kan me zo voorstellen dat de VVD in Flevoland die keuze snel gemaakt heeft. Zij hebben hun afkeer over de superprovincie alsmede hun vreugde over het feit dat het, voor coalitiepartner PvdA, zo belangrijke Oostvaarderswold met de hulp van Henk Bleker definitief de nek was omgedraaid, nooit onder stoelen of banken gestoken.

Mijn voorlopige conclusie is dat de prijs voor de Superprovincie hiermee te hoog geworden is en het wetsvoorstel voor het zomerreces de prullenbak in gaat. Aan de andere kant moet ik bekennen dat een grote Noordvleugelprovincie met een gerealiseerd Oostvaarderwold en een afgerond programma Nieuwe Natuur voor veel mensen een aanlokkelijk perspectief zou kunnen zijn. 

Inmiddels is ook duidelijk geworden dat de discussie over de Superprovincie al lang niet meer gaat over de inhoud. Vragen als welk probleem lossen we nu eigenlijk op of op welke manier maken we een provincie die ook echt is toegerust om de toekomstige opgaven van haar inwoners op te lossen, worden blijkbaar niet meer gesteld. Het doel was toch dat we het bestuur in Nederland gingen verbeteren? Dat hoofdstuk heeft het kabinet blijkbaar afgesloten. Het gaat nu alleen nog maar om het uitruilen van politieke speeltjes en dat is jammer.

Tot ziens.

maandag 25 november 2013

Gezakt

Eigenlijk had ik me voorgenomen om een tijdje rustig aan te doen met de discussie over de Superprovincie. Na het indienen van de provinciale zienswijze is immers het Kabinet aan zet om met een definitief wetsontwerp naar de Tweede Kamer te komen. De verwachting is dat dit pas na de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar zal gebeuren.

Dat ik nu toch schrijf over dit onderwerp is recente brief van het Kabinet aan de Eerste Kamer. De brief was het antwoord op een motie waarin de Senaat vroeg om nu eerst eens met een degelijke onderbouwing te komen alvorens de bestuurlijke inrichting van Nederland op lokaal, regionaal en provinciaal niveau zo ingrijpend te verbouwen.

Toen ik die brief las, was mijn eerste reactie dat het kabinet het ons nu wel erg makkelijk maakt. Wanneer de onderbouwing van de plannen voor de Superprovincie niet beter wordt dan dit, dan wordt de kans op succes wel heel erg klein. Leden uit de Eerste Kamer die ik afgelopen week sprak, waren er nog niet helemaal uit hoe deze laatste brief nu precies behandeld moet gaan worden. ‘Wat doe je met een kind dat al drie keer is gezakt voor een tentamen?’ vroeg SP senator Vliegenthart zich af. Kortom, deze week nog geen diploma voor de minister. De eerste geluiden uit de Senaat klinken dus pessimistisch voor het Kabinet.

Als ik kijk naar de inhoud van de brief dan valt op dat het, net als de eerdere stukken, vol staat met doelredeneringen. Het Kabinet schrijft opnieuw uitsluitend over de voordelen, maar staat geen moment stil bij de nadelen van zo een megafusie. Ook gaat men niet in op alternatieven, waarmee met veel minder moeite hetzelfde doel bereikt kan worden.

In antwoord op de vraag voor welk probleem de fusie nu precies een oplossing is, worden er nu wel een aantal onderwerpen opgesomd. Bij bestudering daarvan valt op dat het daarbij vooral gaat om problemen in de provincie Noord-Holland, verreweg de grootste van de drie provincies. Daardoor lijkt het of het Kabinet de problemen van juist de grootste provincie wil oplossen door deze nog groter te maken. Vanuit het Flevolandse perspectief, zou de conclusie dat Noord-Holland misschien een tikje te groot is geworden, eerder voor de hand liggen. Het probleem dat het Kabinet denkt op te lossen lijkt dus vooral in Noord-Holland te liggen. Dat verklaart wellicht waarom juist de bestuurders van deze provincie zo hard liepen om de fusie voor elkaar te krijgen.

Op één onderdeel is de brief van de minister heel duidelijk. Het Kabinet heeft besloten dat de stadsregio Amsterdam binnen de Superprovincie een belangrijke positie moet krijgen. Zo belangrijk zelfs dat deze regio van het Rijk ook in de toekomst eigen financiën krijgt om taken op het gebied van Verkeer en Vervoer uit te voeren. Zo behoudt de stadsregio de regie over het openbaar vervoer. Voor de Kamerfractie van de PvdA is dat winst, mijn partij is al heel lang voor een prominente rol van de stadsregio. Voor de voorstanders van de superprovincie is dit een flinke tegenvaller. Het Kabinet wil de provincie versterken door de fusie, maar haalt tegelijk weer een belangrijke kerntaak bij die nieuwe provincie weg.

Voor mijn collega's in Noord-Holland was het punt van de vervoersregio een belangrijke voorwaarde om door te gaan met de provinciefusie. Nu het Kabinet niet aan die voorwaarde lijkt te voldoen is een succesvolle fusie verder weg dan ooit.

Begin december bespreekt de Eerste Kamer de begroting Binnenlandse Zaken. Misschien is dat wel een heel goed moment om definitief de stekker uit de Superprovincie te trekken. Het zou de weg vrijmaken voor een vruchtbare discussie over een intensieve samenwerking binnen de Noordvleugel waar ik me met heel veel energie voor zal inzetten.

De tekst van de betreffende brief kunt via deze link terugvinden: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/publicaties/2013/11/14/reactie-motie-vliegenthart.html

Tot ziens.

maandag 18 februari 2013

EenVandaag

Veel aandacht voor de kabinetplannen voor een superprovincie in het TV programma EenVandaag. Het opiniepanel van dit programma deed onderzoek naar de mening van de Flevolanders. Interessante informatie die ik op deze plaats graag met u wil delen. Wanneer u meer wilt weten, dan kan dat via www.eenvandaag.nl 




Tot ziens.

woensdag 13 februari 2013

Tollebeek voor Flevoland


In het regeerakkoord van het kabinet Rutte 2 heeft het gebied van de Noordoostpolder en bijzondere positie gekregen. Hoewel minister Plasterk het gebied voorlopig zal indelen bij de nieuwe randstadprovincie wil hij daar nog een keer over praten voor hij het wetsvoorstel naar de kamer gaat sturen.

Het gemeentebestuur van Noordoostpolder heeft de handschoen opgepakt en voert momenteel gesprekken met haar inwoners. In een ronde langs alle dorpen luistert het bestuur naar haar inwoners.

Vanavond ben ik de Ketelbrug over gegaan om in 'De Goede Aanloop' in Tollebeek mee te luisteren bij zo'n bijeenkomst. Er was een levendige discussie waarbij duidelijk werd gemaakt dat het gesprek over veel meer onderwerpen moet gaan dan alleen minder overheid, zoals Plasterk eigenlijk wil. Het gesprek ging vooral over wat zo'n fusie zou betekenen voor de toekomst van het gebied en de toekomst van de mensen in dat gebied. De plannen van het kabinet maakt mensen onzeker over die toekomst. Dat de verandering van provinciegrenzen gevolgen heeft weten de inwoners van de Noordoostpolder als geen ander. Ooit behoorde het gebied immers tot Overijssel. De aanwezigen spraken weinig lovende woorden over die tijd.

Het was nuttig om deze avond mee te maken. Het was voor mij een bevestiging van onze stelling dat de discussie met het kabinet vooral moet gaan over de toekomst van het gebied en haar inwoners. Daar heb ik de minister tot nu toe nog niet over gehoord.

De aanwezige bewoners konden vanavond ook stemmen over stellingen. Op de stelling Flevoland moet gewoon blijven stemde bijna 80% van de Tollebekers gewoon 'eens'.

Ik kijk met veel belangstelling uit naar de conclusie die de gemeentebestuurders van de Noordoostpolder trekken als straks de rondgang langs de dorpen is afgerond.

Voor meer informatie over vanavond kunt u ook nog terecht op www.tollebeek.nl

Tot ziens



dinsdag 12 februari 2013

Den Haag Vandaag

Voor mijn werk als gedeputeerde kom ik regelmatig in Den Haag. Een groot deel van de werkzaamheden van het college heeft nu eenmaal raakvlakken met de Haagse besluitvorming. Zo ook de plannen van het kabinet om de provincie Flevoland samen te voegen met Noord-Holland en Utrecht. Uiteindelijk beslissen Tweede en Eerste Kamer over de fusie. Reden voor ons om het Flevolandse verhaal in Den Haag uit te dragen en daarmee besluitvorming rond het Binnenhof te beïnvloeden.


Voor onze contacten met politiek Den Haag ontstond binnen het college van GS het idee regelmatig een Haagse dinsdag te organiseren. Vandaag was de eerste keer dat we gezamenlijk de trein naar de Hofstad pakten. Op steenworp afstand van de hofvijver hielden we ’s ochtends onze wekelijkse GS vergadering. Daarna stond de agenda vol met allerlei afspraken en bijeenkomsten met Kamerleden en pers. Zelf was ik de hele middag aanwezig in de Eerste Kamer waar ik met een groot aantal leden heb gesproken over de plannen van het kabinet met betrekking tot de fusie. Fijn om daar te constateren dat Kamerleden net als wij een duidelijke visie missen bij dit kabinet wanneer het gaat om de toekomst van de provincie. Het was bovendien prettig om te constateren dat de leden van de Eerste Kamer van de regeringspartijen zich niet gebonden voelen aan het regeerakkoord en de ontwikkelingen kritisch volgen.

Ook Omroep Flevoland was vandaag naar Den Haag gekomen en zo kon ik voor de ingang van de eerste kamer mijn teleurstelling uitspreken over het gesprek dat het college een dag eerder had met minister Plasterk. Voor de kamerfractie van het CDA waren mijn uitlatingen weer aanleiding om dezelfde dag kamervragen te stellen over dit onderwerp.

Als college hebben we onze eerste Haagse dinsdag afgesloten in Nieuwspoort, het trefpunt voor politiek Den Haag. Ook daar weer veel gesproken over Flevoland. Het was een buitengewoon geslaagde dag en voor herhaling vatbaar.

Tot ziens.






dinsdag 5 februari 2013

Oude doos


Afgelopen weekend zocht ik wat oude foto's van vervlogen tijd bij elkaar voor mijn gloednieuwe Facebook-pagina. Het waren foto's uit de tijd dat ik als bestuurder werkzaam was in de provincie Zuid-Holland. Toen nog een provincie met 94 gemeenten en ongeveer 3,5 miljoen inwoners. Eigenlijk had ik in die tijd niet zoveel met de provincie. Ik zal u uitleggen waarom.

Toen ik in Zuid-Holland wethouder was in een kleinere gemeente kwam ik nooit in het provinciehuis. De provinciebestuurders hadden het in die tijd veel te druk om met 94 gemeenten in gesprek te gaan. De meeste van hen had ik nog nooit in de gemeente gezien, als ze al langs kwamen dan was dat om te praten over herindelingen. De provincie was ook als gebied veel te uitgestrekt om op die schaal samenwerking met andere gemeenten te zoeken. Om als kleine gemeente toch zaken te doen hadden we veel zogenaamde 'gemeenschappelijke regelingen', kleinere samenwerkingsverbanden met andere gemeenten in allerlei maten en vormen. Ze onttrokken zich meestal aan een goede democratische controle door de gemeenteraad. Als wethouder van een kleine gemeente nam dit soort overleg een groot deel van mijn tijd in beslag.

Toen ik in 2006 wethouder werd in Leiden kwam ik niet veel vaker in het provinciehuis. Ook daar waren we heel druk met allerlei samenwerkingsverbanden in de regio. Als we daarnaast zaken hadden die het niveau van de regio overschreden, dan voerden we als grote stad vaak rechtstreeks overleg met de ministeries in Den Haag. De ambtenaren daar vonden het vaak wel interessant om met de steden zaken te doen, en daar bereikten we dus meer dan bij de provincie.
Tegen deze achtergrond zult u begrijpen dat ik aarzelde toen ik in 2010 de vraag kreeg of ik gedeputeerde in Flevoland wilde worden. Toch won uiteindelijk mijn nieuwsgierigheid het van mijn cynisme over het middenbestuur.

Maar toen ik in Flevoland aan het werk ging ontdekte ik dat het ook anders kon. Een provincie met een andere stijl. 400.000 inwoners, 6 gemeenten en 1 waterschap. Wanneer je als gedeputeerde iets wilt, ga je met 6 wethouders om de tafel en kun je samen zaken doen. Andersom staat de deur voor gemeentebestuurders hier op het provinciehuis altijd open. In Flevoland kennen we geen zware gemeenteschappelijke regelingen die buiten het zicht van de volksvertegenwoordigers ingewikkelde afspraken maken. Ik kom vaak bij de Flevolandse gemeenten en ik spreek de gemeentebestuurders met grote regelmaat. Daardoor kunnen we bij onze besluiten optimaal rekening houden met de belangen van onze gemeenten. Eigenlijk is Flevoland een provincie zoals Thorbecke het bedoeld moet hebben. Het is precies de provincie 'nieuwe stijl' die de 2de kamer voor ogen had toen ze bijna 30 jaar geleden het besluit namen om Flevoland in te stellen.

U zult begrijpen dat ik even moest wennen toen ik hoorde dat het kabinet Flevoland op wil laten gaan in een provincie met 4,3 miljoen inwoners en bijna 100 gemeenten. Belangrijkste reden: men wil de bestuurlijke drukte verminderen. Ik kan me er nog niet zoveel bij voorstellen.

Tot ziens.

woensdag 30 januari 2013

Steekproef

De plannen van minister Plasterk om te komen tot een fusie van de provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland houden de gemoederen behoorlijk bezig. Als provincie blijven wij in gesprek met het rijk en de andere provincies, maar is de zelfstandigheid van onze provincie uitgangspunt van ons handelen. De minister heeft daar tot nu toe met zijn argumenten geen verandering in kunnen brengen.

Een gedeputeerde die vindt dat zijn eigen provincie moet blijven bestaan is niet altijd de meest geloofwaardige pleitbezorger voor zelfstandigheid. Daarom ben ik erg blij met iedereen die zich mengt in het openbare debat en daar een mening geeft over de plannen van het kabinet. In dat kader werd ik vorige week verrast met een publicatie van het gerespecteerde en onafhankelijke FlevoPanel naar aanleiding van een onderzoek dat zij in de periode van 3 t/m 8 januari hebben gedaan onder 755 Flevolanders.

Het ging om een representatieve steekproef op basis van leeftijd, geslacht en gemeente. Op grond van dit onderzoek trokken zij de volgende conclusie:

Ruim tweederde (69%) van de Flevolanders geeft aan dat ze een superprovincie vreselijk vinden, hou het zoals het nu is. Bijna eenderde (31%) vindt het prima als Flevoland opgaat in een superprovincie. Er zijn onderlinge verschillen tussen Flevolandse gemeenten.

In Almere geeft 59% aan een superprovincie vreselijk te vinden, terwijl dit in Lelystad 72% is en in de rest van Flevoland (gemeenten Dronten, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde) zelfs 82%.


Voor meer informatie over het Flevopanel kunt u terecht op www.flevopanel.nl

Tot ziens.



vrijdag 14 december 2012

Over Flevoland Gesproken

Vandaag nam het Kabinet een besluit om in 2015 te komen tot een samenvoeging van de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. In de studio van Omroep Flevoland sprak in met Jeroen van der Laan over de visie van Flevoland op dit besluit.


woensdag 12 december 2012

Geen meerwaarde

Vanmiddag sprak ik met de leden Provinciale Staten voor de eerste keer over de plannen van het kabinet om te komen tot een fusie van de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Bijna alle partijen vroegen zich hardop af wat de meerwaarde van een dergelijke megafusie zou moeten zijn voor Flevoland. Over het algemeen was men er niet van overtuigd dat het samenvoegen van provincies voldoende voordelen oplevert voor de inwoners en bedrijven in Flevoland. De aanwezigen riepen daarom de minister op om eerst maar eens met een goed inhoudelijk verhaal en een visie op het regionaal bestuur te komen.

Dat neemt niet weg dat ik vandaag wel de opdracht mee kreeg om met een open houding het gesprek met minister Plasterk en de twee andere provincies aan te gaan. Het belangrijkste is dat de minister de vraag gaat beantwoorden wat de winst van een fusie van de drie provincies precies is voor Flevolanders, voor Flevolandse bedrijven en voor de gemeenten in de provincie. Alleen dan kan er wellicht een begin van draagvlak voor deze plannen ontstaan. Provinciale Staten hebben mij duidelijk gemaakt dat ze dit zeer kritisch zullen volgen.

Het plan van het kabinet om de drie provincies op te schalen is volgens de staten niet ingebed in een brede visie op het openbaar bestuur. Wat wil het kabinet bijvoorbeeld gaan doen met de overige provincies en de vorming van de landsdelen, welke taken gaan over naar de provincies, wat is de toekomst voor gemeenten en waterschappen? Alleen het opschalen van de drie provincies is niet zinvol als het overige openbaar bestuur bij het oude blijft.

De leden van Provinciale Staten waren vandaag duidelijk in de koers die het college vanaf nu moet volgen. Ook maakte men duidelijk dat er nog heel veel vragen leven. Allemaal zaken die in een volgend gesprek met de minister aan de orde zullen komen. Zoals het er nu uitziet is dat al heel snel.

Tot ziens.

woensdag 5 december 2012

Opschaling

Binnen het college van Gedeputeerde Staten ben ik o.a. verantwoordelijk voor de portefeuille Bestuurlijke Zaken. Over het algemeen niet echt het meest tijdrovende onderdeel van mijn werk. Dat zou de komende tijd wel eens kunnen veranderen aangezien het kabinet in haar regeerakkoord de opdracht heeft gekregen om de provincie Flevoland te laten fuseren met Noord-Holland en Utrecht. Het is niet de eerste keer dat we met een dergelijk plan te maken krijgen. Ook het vorige kabinet had aanvankelijk zo'n voornemen maar dat plan is toen door een wat onhandige aanpak van de toenmalige minister eigenlijk nooit aan de start verschenen. Ik schreef daar in 2011 al over. Eerst onder de titel Zelfstandig en Uniek en later onder Megafusie in de Randstad.

Maar dit kabinet lijkt het onderwerp weer serieus op de agenda te hebben. Precies 1 maand na zijn installatie als minister van BZK zaten Leen Verbeek en ik vandaag al aan tafel met Ronald Plasterk. We kregen opnieuw te horen dat het toch echt een heel serieus plan is. Het is nog wat te vroeg om nu op deze plaats al in te gaan op de inhoud van dit gesprek omdat ik eerst Provinciale Staten wil bijpraten. Daarvoor krijg ik op 12 december gelegenheid. Dan spreken de Staten voor de eerste keer aan de hand van een discussienota die we als college van GS hebben opgesteld.

Dat neemt niet weg dat het onderwerp belangrijk genoeg is om op mijn weblog zo nu en dan verslag aan u te doen. Het gaat immers om het voortbestaan van de Provincie Flevoland in de huidige vorm. Opschaling is naar mijn vaste overtuiging veel meer dan alleen maar een bezuiniging doordat er minder bestuurders nodig zijn. Opschaling betekent ook een andere toekomst voor onze inwoners. Waar voor ons het belang van de Flevolanders voorop staat zijn onze inwoners voor de grote Randstadprovincie slecht 10% van het totaal. Zo'n bestuur zal dus ander om gaan met belangen. Wat mij betreft zal de discussie over opschaling dus vooral moeten gaan over voor- en nadelen voor onze inwoners en bedrijven. Wordt dus vervolgd.

Tot ziens.