vrijdag 19 december 2014

Goed nieuws.

Voor gemeenten met meer dan 50.000 inwoners komt de voordracht voor een nieuwe burgemeester op de agenda van de ministerraad. Vanmorgen was het zover. Nog voordat ik het nieuws via de officiele kanalen kon vernemen kwam deze tweet van de minister van BZK op mijn timeline voorbij. Hiermee is mijn toekomstig burgemeesterschap nu definitief en kan ik me gaan voorbereiden op de installatie eind januari.

Tot ziens.

zaterdag 13 december 2014

Over Flevoland gesproken

Nu mijn vertrek uit Flevoland toch echt dichtbij lijkt te komen was ik vandaag in de studio van Omroep Flevoland om daar terug te kijken op de periode als gedeputeerde.




Tot ziens.

dinsdag 9 december 2014

Stichtse Vecht

Vanavond heeft de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht besloten om mij voor te dragen voor het burgemeesterschap van deze gemeente. Het spreekt voor zich dat ik dit besluit ervaar als bijzonder eervol.

Ik ben dankbaar voor het vertrouwen dat de raad in mij stelt. De daadwerkelijke benoeming moet nog plaatsvinden en er volgen nog enkele stappen in de procedure. Die wacht ik verder af.

Tot ziens

zondag 30 november 2014

Van Rijn

Nog 1 maand en we gaan de provinciale jeugdzorgtaken definitief overdragen aan de gemeenten. Op dat moment komt er een einde aan pakweg 25 jaar provinciale jeugdzorg. Alhoewel ik diep in mijn hart nog wel zou willen dat deze taak uit het 'Sociaal Domein' in handen van de provincie blijft, ben ik de afgelopen jaren toch tot de conclusie gekomen dat het zo beter is. Ik zal uitleggen waarom.

Bij de provinciale jeugdzorg ging het in de afgelopen jaren niet om problemen die je met een beetje opvoedingsondersteuning kunt oplossen. Lichte vormen van jeugdzorg, dus alles wat je nog tot preventie kunt rekenen, was al jaren de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Bij de provinciale jeugdzorg ging het meestal om zware problematiek. Daarbij moet je denken aan zwaar verstoorde relaties tussen kinderen en ouders, geestelijk gehandicapte ouders die niet willen of kunnen opvoeden, mishandeling en misbruik van kinderen in het gezin, vechtscheidingen waarbij kinderen betrokken zijn en ga zo nog maar even door. Toen ik vier jaar geleden begon als gedeputeerde had ik geen idee wat er in Nederland allemaal fout gaat in de 'veilige omgeving' van het gezin. Voor al die situaties is het goed dat er een overheid is die toe ziet dat kinderen veilig op kunnen groeien.

De afgelopen jaren gaven de provincies samen ongeveer een miljard euro per jaar uit aan die zware jeugdzorg. Doordat er jaarlijks steeds meer kinderen in de provinciale jeugdzorg terecht kwamen, steeg dat budget ieder jaar met een procent of 7. Een groei dus van zo'n 70 miljoen per jaar. Dat is een probleem voor de rijksbegroting, maar wat veel erger is, elk jaar komen zo'n 7% meer kinderen in de zware problemen terecht. De belangrijkste oorzaak hiervan ligt in bezuinigingen die de gemeenten jaar na jaar doorvoerden op de preventieve jeugdzorg. Door kinderen en gezinnen niet meer in een vroeg stadium te helpen met problemen, liepen de problemen steeds vaker uit de hand. De kosten daarvoor kwamen op het bordje van de provincie, want die betaalde immers de zware zorg.

Door de overdracht van de zware jeugdzorgtaken naar de gemeenten per 1 januari a.s. gaat deze situatie helemaal veranderen. De gemeenten krijgen dan immers naast de preventieve taken ook verantwoordelijkheid voor de zwaardere zorg. Gemeenten zien nu dat het loont om meer geld aan preventie uit te geven. Voorkomen dat een kind in grote problemen komt, is immers vele malen goedkoper dan de problemen pas aanpakken als de schade is toegebracht. In de voorbereiding naar de overdracht zie ik nu dat gemeenten meer dan ooit tevoren gaan investeren in extra preventieve zorg. Tijdelijk kost ze dat extra geld, maar op lange termijn zal blijken dat de uitgaven voor zware zorg gaan afnemen. Daarmee neemt ook het aantal kinderen dat in de problemen komt flink af.

Voor mij is dat meer dan genoeg reden om staatssecretaris Martin van Rijn te blijven steunen bij deze megaoperatie. Als eerste staatssecretaris heeft hij het lef om door te zetten op een buitengewoon lastig dossier. Hij krijgt daarbij veel kritiek op zijn aanpak en dat is zeker wat betreft de jeugdzorg niet terecht. Door de decentralisatie van de jeugdzorg realiseert hij niet alleen een afgesproken bezuiniging. Belangrijker is dat hij voor vele duizenden kinderen in Nederland het verschil gaat maken. Zij worden immers geholpen voor het probleem uit de hand loopt.

Tot ziens.

donderdag 20 november 2014

Afscheid

De afgelopen 20 jaar waren de provincies verantwoordelijk voor de provinciale jeugdzorg. Per 1 januari 2015 gaat deze jeugdzorg over naar gemeenten. Samen met mijn collega gedeputeerden jeugdzorg uit de andere 11 provincies was ik vanavond in Utrecht om in gezamenlijkheid ‘afscheid’ te nemen.

In het gedeputeerdenoverleg, waarvan ik de afgelopen 4 jaar voorzitter was, hebben we menig uurtje doorgebracht. Veel spraken we over hoe we om moesten gaan met zware problematiek tussen ouders en kinderen waar we als provincies mee te maken hadden en hoe we de veiligheid van kinderen beter konden waarborgen. Dat deden we vanuit een grote betrokkenheid bij het onderwerp. Dat had zeker ook te maken met de positie van de hele kwetsbare kinderen
 
In mijn toespraak had ik de belangrijke resultaten die de provincies de afgelopen jaren hebben bereikt nog eens op een rijtje gezet. Anders dan sommige mensen denken hebben we flink wat bereikt in de Jeugdzorg in Nederland. Meer over deze cijfers is te lezen in een speciaal voor dit doel uitgegeven publicatie.  Lees hier meer over in dit artikel van het IPO.
 
Tijdens de bijeenkomst werd opnieuw duidelijk dat de provincies nog steeds achter de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten staan. De belangrijkste reden daarvoor is dat daardoor preventie én zorg straks in één hand komen. Ook kan alle benodigde zorg tegelijk en integraal aan gezinnen geboden worden, omdat niet alleen de provinciale jeugdzorg, maar ook de overige onderdelen van de jeugdzorg naar de gemeenten worden overgeheveld. Bovendien wordt daarmee de verbinding gelegd met de decentralisaties in het kader van de WMO, Werk en Inkomen en met Passend Onderwijs.

Op 1 januari komt er een einde aan deze voor de provincies belangrijke taak. Met onze bijeenkomst vanavond kwam alvast een einde aan het bestuurlijk overleg tussen de provincies. De overdracht zelf komt de komende maand zeker nog apart aan de orde.

Tot ziens.

zaterdag 11 oktober 2014

Voorlezen

Gisteren was het de Dag van de Duurzaamheid. Honderden scholen deden in het kader daarvan mee aan een voorleesactie. Zo kwam het dat ik bij de openbare basisschool Het Spectrum in Lelystad zat om in klas 5/6 voor te lezen uit Mr Finney en het raadsel in de bomen, geschreven door Laurentien van Oranje.

Na het verhaal over bomen, bos, dieren en de waarde van natuur sprak ik met de kinderen over eerlijk delen en over de waarde van de natuur, maar vooral over bomen. De meeste kinderen vonden het leuk om naar het bos te gaan en daar te spelen, ‘maar niet als het regent’. Andere kinderen vonden het bos ook wel eens saai, vooral als ze moesten wandelen.

De kinderen vonden dat er geen bomen meer gekapt moesten worden, omdat bomen nodig zijn voor zuurstof. Maar ze wisten ook dat papier nodig is om te lezen en te leren, en een houten stoeltje om in de klas op te zitten. Alle kinderen droomden van een boomhut om in te wonen. ‘Midden in de natuur, frisse lucht en altijd een mooi uitzicht’.

Eerlijk delen vonden de kinderen een moeilijker thema. Vijf snoepjes delen met vijf kinderen ging nog gemakkelijk. Maar hoe verdeel je eerlijk vier snoepjes over vijf kinderen? Toen ik een van de kinderen vroeg wat hij zou doen als ik hem een grote zak snoep zou geven, gaf hij als antwoord ‘Ik eet eerst zelf de helft op en de andere helft deel ik met de andere kinderen.’ Dit leverde in de klas een storm van protest op.

Na afloop heb ik een kleine kiwiboom achtergelaten. Daar mogen de kinderen de komende tijd hun dromen voor de natuur in ophangen. Na de herfstvakantie worden de natuurdromen verzameld en naar het provinciehuis gestuurd. Uiteraard moest ik beloven dat ik dan serieus zal kijken wat ik ermee kan doen.

De voorleesactie op de Dag van de Duurzaamheid 2014 is een initiatief van: Urgenda, DuurzaamDoor, Duurzame PABO, Missing Chapter Foundation, WNF, Natuur&Milieu, Kids Moving the World, IVN, provincie Overijssel, Trees for All en Natuurmonumenten.

Tot ziens.

vrijdag 10 oktober 2014

Oproep aan Ton Heerts

Normaal gesproken gebruik ik mijn blog voor onderwerpen uit de provinciale politiek. Vandaag wijk ik daar bij wijze van uitzondering maar eens vanaf. Wat is er aan de hand?
Bijna 30 jaar geleden werd ik lid van de FNV. Tot de dag van vandaag ben ik lid gebleven. Niet omdat ik mijn bond zo hard nodig heb om mijn belangen te behartigen, dat kan ik tegenwoordig heel goed zelf. Wel omdat ik weet dat er nog steeds grote groepen in de samenleving zijn die dat niet kunnen. Mensen die de vakbeweging keihard nodig hebben om voor hun belangen op te komen, om uitbuiting te bestrijden. Ik noem dat solidariteit. Ik ben lid van een vakbeweging omdat ik solidair ben met groepen in de samenleving die het minder goed hebben.
Om dezelfde reden ben ik lid van de Partij van de Arbeid. Ik ben trots wanneer mijn partij zich inzet voor bijvoorbeeld een kinderpardon of wanneer we strijden voor een recht op fatsoenlijk werk voor grote groepen mensen aan de onderkant van de samenleving. Ik ben trots wanneer we belachelijk hoge salarissen in de publieke sector aan banden leggen en ik ben zelfs trots wanneer mijn partij hard ingrijpt in de zorg om daarmee zeker te stellen dat we ook in de toekomst zorg kunnen blijven geven aan mensen die dat nodig hebben. Ik noem dat solidariteit.
Solidariteit is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend. Ook in de politiek zie je partijen die dit begrip niet meer lijken te kennen. Een partij als 50plus die in de kamer schaamteloos de pensioenrechten van 50 plussers wil beschermen zonder zich af te vragen wat daarvan de gevolgen zij voor de jongere generatie. Soldidariteit is voor mij dat die ouderen die dat best kunnen betalen ook gewoon een steentje bijdragen wanneer dat nodig is om een stelsel voor de toekomstige generatie zeker te stellen.
Gisteren was het congres van FNV Bondgenoten. Op de agenda stond een voorstel van het bestuur voor een fusie. Een belangrijk voorstel voor de toekomst van de vakbeweging en haar leden. Die fusie is in mijn ogen een harde noodzaak om de vakbeweging ook in de toekomst een rol van betekenis te laten spelen voor groepen in de samenleving die dat hard nodig hebben. Die fusie is hard nodig om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomt solidariteit blijft bestaan met groepen die dat hard nodig hebben. Die fusie is nodig om ook de jongere generatie aan te blijven spreken.
64,62% van de leden van mijn vakbond is het met me eens, zo bleek gisteren op het congres. Dat is veel, maar niet genoeg aangezien er voor een fusie 2/3 van de leden nodig was. En dus gaat de fusie niet door. Oorzaak is het egoïsme van, wat ik maar noem een '50plus' minderheid die niet bereid is macht in te leveren uit solidariteit met toekomstige generaties. Met hun opstelling ondermijnen ze de solidariteit binnen de vakbeweging en daarmee raken ze het hart van mijn beweging.
Ik heb respect voor het hoofdbestuur dat onder leiding van Ton Heerts plannen presenteerde om de solidariteit op lange termijn zeker te stellen. Ik heb respect voor FNV Bondgenotenvoorzitter Ellen Dekkers die het voorstel gisteren verdedigde voor het congres. Ik roep Ton en Ellen op om het besluit van gisteren naast zich neer te leggen en de fusieplannen gewoon door te zetten. Zij weten zich daarbij gesteund door een grote meerderheid van de achterban. Bovendien zal ik me dan persoonlijk inzetten om ervoor te zorgen dat zij bij het volgende congres als helden worden ingehaald.
Als hij dat niet doet en het bestuur besluit af te treden, dan zal ik dat voorbeeld volgen. Ik wil niet langer lid zijn van een vakbeweging waar het egoïsme regeert en waar de solidariteit met toekomstige generaties ver te zoeken is.
Tot ziens.

donderdag 9 oktober 2014

DE-on

Met nog een  maand of vijf voor de boeg in deze collegeperiode heb ik inmiddels flink wat van mijn bestuurlijke dossiers kunnen afronden. Met de officiële start van de Duurzame energie en Ontwikkelmaatschappij Flevoland, kortweg DE-on, kan ik opnieuw een klus van mijn 'nog te doen' lijstje schrappen.

De oprichting van DE-on heeft de afgelopen jaren flink wat voeten in aarde gehad. De oorspronkelijke ambitieuze opzet haalde het niet, mede als gevolg van de economische crisis. Dat was reden voor mij om te kiezen voor een wat meer praktische aanpak waarmee we ook daadwerkelijk snel aan de slag konden gaan. Een aanpak waarmee Provinciale Staten uiteindelijk begin dit jaar kon instemmen. En vandaag was het dus zover. In het mooie Nieuwland Erfgoedcentrum ging DE-on officieel van start met het ondertekenen van maar liefst 4 intentieovereenkomsten voor kansrijke projecten. Projecten die een mooie bijdrage kunnen gaan leveren aan onze doelstelling om in 2020 als provincie energieneutraal te zijn.

De belangrijkste taak van DE-on wordt het verbinden van verschillende partijen, het met kennis en advies versterken van goede initiatieven en het versnellen van projecten door (financiele) belemmeringen weg te nemen.  U kunt daarover alles lezen op de gloednieuwe site: www.deonflevoland.nl

Het bijzondere aan de besluitvorming rondom De-on is het feit dat deze stichting door de politiek flink op afstand is gezet. Vanaf het begin ligt de volledige verantwoordelijkheid bij de raad van toezicht en de directie van DE-on. Daardoor kunnen ondernemers lange termijn afspraken maken met DE-on en weten ze zeker dat het beleid van de stichting niet na elke verkiezing gaat veranderen. Gebleken is dat juist die zekerheid noodzakelijk is voor het goed functioneren van DE-on. Dat maakt ook dat ik vandaag het dossier echt kan afsluiten.

Ik wens de raad van toezichten en het team van DE-on onder leiding van directeur Hage de Vries (foto) heel veel succes met hun belangrijke opdracht.

Tot ziens

woensdag 27 augustus 2014

GBU Windmolenloop op Urk

Vanavond werd op Urk de GBU Windmolenloop gehouden. Omdat deze loop mee telt in de dorpencompetitie van AVNOP waren er naast de vele Urker lopers ook weer veel deelnemers uit de Noordoostpolder. Onder hen ook een aantal zeer snelle lopers.

Een en ander neemt niet weg dat de GBU Windmolen loop een hele gezellige loop blijft waar veel mensen elkaar kennen en meedoen belangrijker is dan winnen. Bijzonder aan deze laatste GBU Windmolenloop was ook dat het inschrijfgeld naar een goed doel gaat: een rolstoelschommel in het Urker Wilhelminapark. Een prima initatief van de Loopgroep Urk.

Om 19.00 uur ging de loop van start. Uiteraard liep ik zelf ook mee. Ik deed de loop van 8,5 km door bos, polder en langs het IJsselmeer dit keer in 43 minuten en 9 seconden, iets sneller dan vorig jaar. Details kunt u hier vinden. Bovendien gaf ik met veel plezier gehoor aan een verzoek van de organisatie om direct na afloop de prijzen uit te reiken.

Tot ziens.

maandag 18 augustus 2014

Gezocht: Cloudwriters en reaguurders

Veel, heel veel vergaderen met een beperkt groepje partijleden. Dat was in het verleden meestal je lot als je je vinger opstak om te helpen bij het schrijven van een nieuw verkiezingsprogramma. Alhoewel de inhoudelijke discussies daarbij altijd interessant waren ging de meeste vergadertijd toch zitten in discussies over de redactie. De PvdA commissie die zich binnen Flevoland inzet voor het nieuwe verkiezingsprogramma voor de statenverkiezingen van 2015 heeft besloten dat nu eens heel anders te gaan doen. Een prima initiatief.

De Cloud is daarbij het toverwoord. De teksten worden door de verschillende leden vanaf het begin in de Cloud geschreven. Elk hoofdstuk heeft een eerste schrijver, maar de andere leden kunnen direct meekijken en reacties geven. Als het goed is scheelt dat flink wat uren vergaderen.

Voordeel van deze manier van werken is dat veel meer mensen zouden kunnen meekijken bij dit proces en reageren naar de schrijvers. Op deze manier kunnen leden, maar ook niet niet-leden, zich in een veel vroeger stadium dan voorheen bemoeien met de totstandkoming van het nieuwe programma.

Wil je nu alvast meelezen in de concepten, vul dan nu dit formulier in. Niet-leden zijn dus ook van harte welkom!

Tot ziens.


donderdag 14 augustus 2014

Zomerstage 8: Kindervakantieland

Voor een late zomerstage was ik vandaag te gast bij de mensen van de Stichting Kindervakantieland in Almere. Een organisatie die zich al 13 jaar inzet om voor kinderen een onvergetelijke week vakantie te verzorgen. Het gaat daarbij vooral om kinderen die daar normaal om wat voor reden dan ook niet aan toekomen. De stichting werkt uitsluitend met heel veel vrijwilligers en sponsors.

Iedere zomer 6 weken lang, elke week een groep van maximaal 36 kinderen ontvangen is niet iets wat je zomaar doet. Zeker niet als dat betekent dat je als vrijwilliger een week lang, dag en nacht weg bent van huis. En dat in vakantietijd. Ik heb vandaag zelf kunnen zien hoeveel inzet dat vraagt van de vrijwilligers en hoe serieus men deze taak oppakt. Ze zijn zich goed bewust van de verantwoordelijkheid die ze tijdelijk van de ouders overgedragen gekregen hebben.

Duidelijk is dat de kinderen centraal staan bij Kindervakantieland. Het belangrijkste doel is dat de kinderen een geweldige week hebben. De meeste kinderen lieten me vandaag merken dat dit goed lukt. Om dat voor elkaar te krijgen staan er o.a. speurtochten, een natuurwandeling, kampvuur, bingo (foto) en een kennismaking met politie en ambulancepersoneel op het programma. Het hoogtepunt van de week was volgens de kinderen een dag naar de Linnaeushof in Bennebroek, de grootste speeltuin van Europa.

Naast het programma hebben de vrijwilligers een dagtaak aan het motiveren, geven van schouderklopjes en het maken van complimenten. En als het voor de kinderen even niet loopt zoals het moet, dan staat men klaar met een relativerende opmerking en een arm over de schouder om het leed te verzachten. Uit de vele gesprekjes die ik met de kinderen mocht voeren werd me duidelijk dat ze vooral een ding willen, volgend jaar terugkomen. Dat kan voor zover men de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt.

Ik mocht vandaag ook kennismaken met de oprichter van Kindervakantieland, Henk van Slooten (foto). Deze oud- marinier, jeugdwerker en indrukwekkend mens wordt binnenkort 87 jaar maar is ondanks zijn hoge leeftijd nog met enige regelmaat te vinden bij 'zijn' organisatie. Hij heeft in zijn leven heel wat kinderen gezien die geen plezier hadden en realiseerde zich op een dag dat de oorzaak daarvan meestal niet bij het kind zelf lag. Hij zag het als zijn opdracht om iets te doen voor juist die groep kinderen. De start van Kindervakantieland was voor hem het realiseren van een droom waar hij nu op gevorderde leeftijd met een goed gevoel op terug kijkt. De Stichting heeft een eigen accommodatie op het stadslandgoed De Kemphaan in Almere.

Ik ben onder de indruk van wat hier door vrijwilligers is neergezet. Het was een mooie ervaring.

Voor meer informatie kunt u terecht op de site van de stichting Kindervakantieland.

Tot ziens.

Bingo

vrijdag 25 juli 2014

Vakantie

Mijn zomerstages zijn weer achter de rug. Ook dit jaar bracht een mooi en gevarieerd programma me op allerlei plaatsen waar ik normaal niet zo snel zal komen. Ik wil iedereen die een stageplaats heeft aangeboden ook van deze plaats nog eens heel erg bedanken voor alle moeite. Helaas kon ik ook dit jaar niet alle voorstellen honoreren, daarvoor was nu eenmaal niet genoeg tijd. Voor één initiatief maak ik in de komende tijd een uitzondering, op 14 augustus draai ik mee bij de organisatie van Kindervakantieland in Almere. Zij verzorgen een onvergetelijke kindervakantie voor kinderen die anders niet aan vakantie toe komen. Mooi hé?

Tot die tijd ga ik eerst zelf genieten van een paar weken vakantie.

Tot ziens