dinsdag 29 april 2014

Op schema

'In principe zijn de drie provincies het eens met de fusieplannen en bovendien liggen we helemaal op schema', dat waren de woorden van de minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk vlak voor hij afgelopen vrijdag de ministerraad in ging. Zijn antwoord deed me denken aan de comminicatiestijl van de voormalig Iraaks minister van informatie Al-Sahaf. (Zie foto)

Aan het eerste deel van zijn uitspraak wil ik eigenlijk niet teveel woorden vuil maken. Iedereen die goed geluisterd heeft naar de persconferentie van de drie Commissarissen van de Koning, vandaag precies een week geleden, kan vaststellen dat de minister hier een onjuist beeld schetst van de werkelijke situatie

"There are no Americans here. We've everything under
control", aldus Al-Sahaf, voormalig Iraaks minister
 van informatie, tijdens de Amerikaanse bestorming van Bagdad.
Over het tweede deel van zijn reactie heb ik wat langer na moeten denken: helemaal op schema. Welk schema zou hij precies bedoelen? Ik heb mijn stukken daar nog eens op nagekeken. Daarbij vond ik een startdocument van het ministerie van september vorig jaar. Daarin stond dat de discussie over taken en bevoegdheden in november 2013 zou worden afgerond. En precies over dit onderwerp is het overleg vorige week vastgelopen. De conclusie kan niet anders zijn dat de minister minimaal 4 maanden vertraging heeft opgelopen op zijn eigen schema. Ook op dit punt sprak de minister vrijdag dus niet de waarheid.

Nu lijkt 4 maanden vertraging niet zoveel, maar in dit geval is het toch relevant. Dat heeft alles te maken met de verkiezingen voor Provinciale Staten die maart volgend jaar plaatsvinden. Het oorspronkelijke plan van de minister was om ruim voor die verkiezingen zijn plan door de Kamers te krijgen. De kans dat dit nog gaat lukken is volgens insiders in Den Haag nu wel erg klein geworden. Daardoor komt de besluitvorming in handen van de nieuwe Eerste Kamer die begin 2015 wordt gekozen door de nieuwe leden van Provinciale Staten. Daardoor zou de provinciefusie wel eens het centraal thema van die verkiezingen kunnen worden.

Reden temeer om het kabinet opnieuw te adviseren het voorstel in te trekken en nu eens eerst een gedegen visie te ontwikkelen op de toekomst van het middenbestuur in dit land.

'We liggen op schema'? Hoezo minister?

Tot ziens.


zaterdag 26 april 2014

Over Flevoland Gesproken

Vandaag op Koningsdag zat ik in de studio bij Omroep Flevoland. Met Jeroen van der Laan ging ik in gesprek over de ontwikkelingen deze week rondom het onderwerp Superprovincie.

woensdag 23 april 2014

Leiderdorp

Wat heeft de Zuid Hollandse gemeente Leiderdorp te maken met de vorming van de Superprovincie? Helemaal niets zult u zeggen, precies wat ik tot gisteravond ook dacht.

In mijn kledingkast heb ik een ruime sortering stropdassen. Veel ervan afkomstig van de diverse gemeenten waar ik werkte en de gemeenten uit dezelfde regio's. Normaal gesproken maak ik 's ochtends een willekeurige keuze. Zo ook gisteren: de keus viel op de stropdas van de gemeente Leiderdorp.

Bij de voorbereiding van de persconferentie in Nieuwspoort schoof eerst de CdK uit Noord-Holland, Johan Remkes aan. Met de das van Leiderdorp. Gekregen van een oud-gedeputeerde, tegenwoordig burgemeester in de genoemde buurgemeente van Leiden.

Even later arriveerde de commissaris van Utrecht, Willibrord van Beek, ook met dezelfde das. Dan weet je het weer: toeval bestaat niet. Ik heb ter plekke mijn stropdas in bruikleen gegeven aan onze Flevolandse commissaris Leen Verbeek.

Toen tijdens de persconferentie gisteravond een journalist van BNR Nieuwsradio vroeg of de heren achter de tafel soms afspraken hadden gemaakt over de stropdassen was het antwoord eensgezind (en naar waarheid) 'nee'.

Met dit voorval is de reeks toevalligheden niet ten einde: onze Flevolandse commissaris Leen Verbeek (niet in bezit van de betreffende gemeentedas) is geboren in Leiderdorp. En tot slot herinner ik me de gemeente onder andere van de bestuurlijk afkeer tegen een eventuele samenvoeging met de buurgemeente Leiden waar ik ooit wethouder was.

Met al die toevalligheden sluit ik niet uit dat bij de persconferentie gisteravond andere krachten aan het werk waren dan wij gewone stervelingen voor mogelijk houden. Misschien goed voor de minister om daar rekening mee te houden.

Verder was ik buitengewoon tevreden over de persconferentie van gisteren en de persverslagen die ik daarover heb gelezen.

Tot ziens

dinsdag 22 april 2014

De stilte doorbroken

U zult wel gemerkt hebben dat het de laatste tijd nogal stil was op mijn weblog. Dat was niet omdat ik niets te melden had. Er gebeurde genoeg maar soms is het beter daar even niet over te schrijven. Een goed voorbeeld daarvan is de provinciefusie.

Sinds half december was de fusie uitgebreid onderwerp van overleg tussen de drie provincies en het kabinet onder leiding van minister-president Marc Rutte. Al te veel openheid werkt meestal niet goed bij dit soort overleggen. Bovendien moeten de gesprekspartners dan ook allemaal bereid zijn de inhoud van het gesprek openbaar te maken. Dat was meestal niet het geval.

Gelukkig kan ik sinds vandaag wel openheid geven, maar eerst nog een stukje geschiedenis.

Alhoewel Provinciale Staten van Flevoland oktober vorig jaar al duidelijk had gemaakt niets te zien in de plannen van het kabinet, zijn we toch in gesprek gegaan met het kabinet over de vorming van de Superprovincie. Dat deden we in de wetenschap dat als we niet aan tafel zouden zitten er toch beslissingen zouden worden genomen die onze provincie raken. Dat maakte het voor ons belangrijk om toch samen op te blijven trekken met de collega provincies. We zijn vanaf het najaar met het kabinet in gesprek geweest. Daarbij hebben we in goed overleg met beide andere provincies een poging gedaan het kabinet te bewegen de nieuwe provincie met een zodanig pakket van taken en bevoegdheden toe te rusten dat een fusie ook voor onze inwoners meerwaarde zou krijgen.

Drie weken geleden kregen we van het kabinet een definitief voorstel voor dit takenpakket voor de Superprovincie. Uit dit voorstel werd duidelijk dat het kabinet niet bereid was ons maar een millimeter tegemoet te komen. Duidelijk werd dat het kabinet wel een grotere provincie wil, maar dat men niet bereid is die nieuwe provincie ook voldoende taken en bevoegdheden mee te geven om de toekomstige problemen echt op te lossen. Daarmee lijkt de fusie voor het kabinet een doel op zich.

Op grond van deze informatie hebben wij het kabinet vorige week al laten weten dat de drie colleges van GS dit plan van het kabinet niet verder zullen ondersteunen. Vorige week vroeg het kabinet nog bedenktijd, maar toen wij vandaag signalen kregen dat het kabinet mogelijk toch met het voorstel naar de Tweede Kamer zou gaan, hebben wij besloten ons standpunt naar buiten te brengen. Vanavond zaten de drie Commissarissen van de Koning eensgezind naast elkaar achter de tafel in het Haagse Nieuwspoort om de wereld te vertellen dat het kabinet de steun van de drie provincies kwijt is. Johan Remkes, Commissaris van de Koning in Noord-Holland gaf, mede namens zijn collega's, in niet mis te verstane bewoordingen weer waarom het kabinet hier een enorme kans had laten liggen om te komen tot een serieuze hervorming van het middenbestuur in Nederland. 

Binnenkort zal het kabinet een beslissing moeten nemen of men de wet werkelijk naar de Tweede Kamer gaat sturen. Dat lijkt een kansloze missie nu duidelijk is dat bij de provincies draagvlak ontbreekt. Voor zover ik weet is het bij gemeentelijke herindelingen niet eerder voorgekomen dat een plan zonder steun door de Kamer kwam. 

Mocht men echter toch besluiten het plan door te zetten, dan voorzie ik een maandenlange slepende discussie die heel veel inzet van de kamerleden en de provincies gaat kosten en uiteindelijk zal leiden tot het verwerpen van het voorstel. Gezien alle problemen waar we in deze tijd voor staan zou ik dat ronduit gênant vinden.

Naast de discussie in Den Haag zijn de komende tijd nu ook de leden van Provinciale Staten aan zet. Zij zullen uiteindelijk moeten beoordelen of het college van GS in dit dossier de juiste stappen heeft gezet in het belang van onze inwoners. Ik zie dat debat met veel vertrouwen tegemoet.


Tot ziens.

Oudjaar

Voor mij als portefeuillehouder financiën is het eigenlijk twee keer per jaar oudjaar. Een keer op 31 december en dan nog een keer als we de jaarrekening opgemaakt hebben, meestal ergens in april. Dat was afgelopen week het geval.

Het resultaat over 2013 is uitgekomen op 960.000 euro positief. Dat lijkt veel geld, maar het is slechts 0,4% van onze begroting. Dat we geld hebben overgehouden komt niet doordat we werk hebben laten liggen. Het jaarverslag laat zien dat de uitvoering van de beleidsvoornemens goed op koers ligt. Het financiële resultaat is dan ook vooral veroorzaakt door efficiënter werken en inkoopvoordelen. Het is voor het college de laatste keer dat wij een jaarrekening aan de huidige Staten mogen presenteren. In maart 2015 hebben we immers alweer verkiezingen. Daarom is het goed om deze keer ook even terug te kijken op de afgelopen bestuursperiode.

Na de vorige verkiezingen waren de financiën van de provincie niet op orde en was er veel op te merken over de interne beheersing. Niets voor niets hebben wij in deze collegeperiode extra energie gestoken in het verbeteren van deze situatie. Als portefeuillehouder heb ik daar samen met de betrokken ambtenaren hard aan gewerkt de afgelopen jaren. Op basis van de rapportage van onze accountant konden we vorig jaar al zien dat we al het werk niet voor niets hadden gedaan. Dit jaar ziet de accountant opnieuw verdere verbeteringen. Op basis van de rapportage die er nu ligt kan ik met tevredenheid vaststellen dat de doelen op dit punt zijn gehaald.

De financiën van de provincie zijn op orde, de interne controle voldoet aan onze eisen en de risico’s zijn goed onder controle. Zo’n mooi resultaat stemt natuurlijk tot grote tevredenheid, maar ik realiseer me ook dat het mede te danken is aan de grote inzet van onze ambtenaren. Als bestuurder doe je immers niets alleen. Provinciale Staten spreken op 14 en 28 mei over deze jaarrekening en zullen hem daarna definitief vaststellen. Ik kijk uit naar het debat. Het jaarverslag is te raadplegen op http://www.flevoland.nl/producten-en-diensten/jaarstukken-2013/index.xml.

Tot ziens.

woensdag 5 maart 2014

Transitiecommissie Stelselherziening

Vandaag presenteert de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd haar 3e rapportage. In die rapportage geven ze hun mening over de voortgang van de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten. Deze keer is men niet mild over de stand van zaken: er is te weinig voortgang geboekt bij de decentralisatie van de jeugdzorg naar gemeenten. Bovendien is de commissie van mening dat de gemeenten niet genoeg doen om de continuïteit van zorg voor de toekomst te garanderen. Daarmee bevestigt de commissie de zorgen die ook door de provincies eerder zijn geuit. Om de decentralisatie per 2015 op zorgvuldige wijze te realiseren moeten nu alle zeilen worden bijgezet. Uitstel is niet wenselijk omdat provincies inmiddels al onomkeerbare stappen hebben gezet.

In haar rapportage kijkt de commissie naar de landelijke situatie. Vanuit mijn verantwoordelijkheid als gedeputeerde jeugdzorg kijk ik natuurlijk vooral naar de situatie binnen de eigen provincie. Die ziet er gelukkig heel wat beter uit dan het sombere beeld dat de commissie schetst. Dankzij een prima samenwerking tussen de Flevolandse gemeenten, de zorgaanbieders en de provincie is de afgelopen jaren hard gewerkt om de overdracht per 1 januari a.s. zonder problemen te laten verlopen. Onlangs tekenden de gemeenten in Flevoland een overeenkomst met het Bureau Jeugdzorg Flevoland waarin afspraken werden gemaakt over de continuïteit van het zorgaanbod in 2015.

Daarmee wil ik niet zeggen dat ik zonder zorgen ben over de toekomst. Er mag dan enige zekerheid zijn voor de meeste medewerkers van het Bureau Jeugdzorg, er zijn 10 maanden voor het ingaan van de nieuwe wet nog geen inkoopcontracten gesloten met de aanbieders van jeugdzorg. Als die afspraken er niet snel komen dreigt onnodig groot verlies aan arbeidsplaatsen en verlies aan capaciteit die nodig is voor goede jeugdzorg. En komt ook de continuïteit van zorg voor kinderen die op de overgangsdatum van jeugdzorg gebruik maken in gevaar. Die zorgen worden vergroot door de komende verkiezingen. Wanneer er nieuwe colleges komen die met betrekking tot de jeugdzorg het beleid nog flink op zijn kop gaan zetten voorspel ik grote problemen. Daarvoor zijn we op dit moment te ver met de uitvoering. Ook hoor ik hier en daar nog geluiden van politieke partijen die niet bereid zijn om extra geld uit te trekken wanneer het gaat om de veiligheid van kwetsbare kinderen in onze provincie. Jeugdzorg kun je nu eenmaal niet altijd budgettair neutraal uitvoeren. Ook de provincie heeft afgelopen jaren eigen geld toegevoegd aan het jeugdzorgbudget.

Mijn inzet in de komende maanden is dat we in Flevoland de ingezette koers vooral handhaven. In die situatie kunnen de meest kwetsbare kinderen in onze provincie rekenen op een warme overdracht. Als de samenwerking met de gemeenten na de verkiezingen blijft zoals die nu is gaat dat zeker lukken.

Tot ziens.

dinsdag 18 februari 2014

Jeugdwet

De Eerste Kamer heeft vandaag de nieuwe Jeugdwet aangenomen. Een bijzonder moment, waar ik als gedeputeerde Jeugdzorg in Flevoland de afgelopen 3,5 jaar naar toe heb gewerkt. Ik heb er met enige regelmaat over geschreven op mijn weblog. En vanaf vandaag is het dan echt definitief: op 1 januari volgend jaar gaat de zorg voor de meest kwetsbare Flevolandse kinderen over in de handen van de gemeenten. 

De vaststelling van de Jeugdwet geeft me gemengde gevoelens. In de eerste plaats natuurlijk een positief gevoel. We hebben, samen met de gemeenten, de afgelopen jaren hard gewerkt om dit te bereiken. Dat deden we in de overtuiging dat de gemeenten met de nieuwe wet in de hand deze taak veel beter kunnen uitvoeren. Zij hebben nu alles wat nodig is om de kinderen echt verder te kunnen helpen. De Flevolandse gemeenten kunnen erop rekenen dat ik hen de komende tijd zoveel als ik kan zal ondersteunen met de voorbereiding. Samen gaan we ervoor zorgen dat er in Flevoland geen kinderen tussen wal en schip komen.

Maar er zit ook een minder leuke kant aan dit goede nieuws. De provincie verliest met de Jeugdzorg een belangrijk deel van haar sociale taak. Juist uit die taak wist ik de afgelopen jaren veel voldoening en motivatie te halen. Eens kijken hoe ik dat de komende tijd goed ga maken. Gelukkig hebben we nog even voor het echt 1 januari is.


Tot ziens.

vrijdag 14 februari 2014

Jeugdzorgconferentie

Als de Eerste Kamer dinsdag voor de nieuwe Jeugdwet stemt, gaat de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg vanaf volgend jaar over naar de gemeenten. Niet alleen krijgen de gemeenten er vanaf dat moment een omvangrijke en ingewikkelde taak bij, ook voor de professionals in de jeugdzorg gaat er dan veel veranderen.

Vanmorgen was het een drukte van belang in het provinciehuis. Meer dan 300 medewerkers van de jeugdzorg, gemeenten, maatschappelijke werk, jeugdzorgaanbieders, politie en het onderwijs waren naar Lelystad gekomen voor de jaarlijkse jeugdzorgconferentie.

Wethouder Winnie Prins van de gemeente Zeewolde had in haar inleiding 2 woorden benadrukt: preventie en veiligheid. De gemeenten willen meer doen aan preventie en sluiten geen compromis als het gaat om de veiligheid van kinderen. Zij beloofde dat gemeenten zoveel als mogelijk de huidige medewerkers een plek willen geven in het nieuwe stelsel. Bovendien gaan gemeenten ook niet alles veranderen, wat nu goed werkt blijft zoveel mogelijk behouden.

De deelnemers hadden veel vragen over de gemeentelijke plannen m.b.t. de nieuwe jeugdwet. Bijvoorbeeld: hoe gaan de sociale wijkteams funtioneren?  Wie neemt in die teams de regie als het moeilijk wordt? Komen er nieuwe kwaliteitskaders?  Wordt de zorg voor specifieke doelgroepen ook in de toekomst geborgd? Hoe het zit met het bewaken van de veiligheid van kinderen. Etc.

De wethouders en ambtenaren van de gemeenten gingen uitgebreid in op de vele vragen. Daarbij konden zij putten uit de kadernota's die de gemeenten in de  afgelopen periode hebben voorbereid.

De overdracht van de  jeugdzorgtaken is in Flevoland feitelijk al begonnen. In 2014 hebben de gemeenten de beschikking gekregen over 10% van het budget. De gemeenten bepalen nu al hoe de instellingen dat geld inzetten. Op de conferentie vandaag zijn de voorlopige resultaten daarvan gepresenteerd.

Het feit dat we in Flevoland al een lange traditie kennen op het gebied van samenwerking, helpt nu om de overdracht soepel te laten verlopen. Tekenend is dat er al is afgesproken volgend jaar weer een conferentie te organiseren.

Wethouder Meta Jacobs uit Lelystad zal daar dan niet meer als wethouder bij zijn. Zij liet weten na de verkiezingen niet meer terug te komen. Ik zal de duidelijke en inspirerende manier waarop zij invulling aan haar jeugdzorgportefeuille gaf, missen. Haar warme woorden over onze samenwerking bij de transitie jeugdzorg sterkt mij in de overtuiging dat we in Flevoland als provincie en gemeenten de juiste stappen hebben gezet.

Tot ziens.

vrijdag 7 februari 2014

Flevoland 2.0

De provincie Flevoland ziet zichzelf als een netwerkoverheid bij uitstek. Dat betekent voor mij dat wij ons werk niet doen vanuit alleen macht of hiërarchie, maar dat wij voortdurend op zoek zijn naar samenwerking met iedereen die onze spannende vraagstukken ziet als een uitdaging. Een dergelijke netwerkprovincie vraagt ook medewerkers die bereid zijn om over grenzen heen kijken. Die manier van werken is vooral mogelijk geworden door gebruik te maken van nieuwe technieken en sociale media.
Ambtenaar 2.0 is een landelijk netwerk van ambtenaren en burgers die mee willen denken en werken aan de netwerkoverheid van de toekomst. In het netwerk wordt kennis gedeeld over initiatieven, onderzoeken en experimenten. Dat gebeurt door te bloggen over eigen ervaringen of door in het discussieforum vragen voor te leggen aan de rest van het netwerk.

Het netwerk Ambtenaar 2.0 en de Provincie Flevoland passen dus goed bij elkaar. Daarom was ik er trots op dat de gemeente Lelystad, het waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland vandaag gastheer waren voor ongeveer 600 ambtenaren 2.0 uit het hele land voor de jaarlijkse Ambtenaar 2.0 dag. Zij waren vandaag aanwezig om elkaar te ontmoeten, workshops te volgen en inspiratie op te doen voor nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. Onder de hashtag #A20dag waren de ontwikkelingen via twitter en andere sociale media eveneens goed te volgen.

Namens het college van GS mocht ik vanmorgen de bezoekers van harte welkom heten. Daaraan vooraf ging een introductie die ik u niet wil onthouden:




Tot ziens.

zaterdag 21 december 2013

Kerstreces

Naarmate de jaarwisseling dichterbij komt, lijkt bij sommige bestuurders een niet te onderdrukken neiging ontstaan om dossiers af te sluiten. Dat is te merken aan de bestuurlijke drukte in de laatste werkweek van het jaar. Ik loop de afgelopen dagen even met u door.

Nadat de overvolle college-agenda dinsdag was afgewerkt, ging mijn aandacht naar de Eerste Kamer. Daar kwam een motie in stemming die het kabinet opriep om de voorbereidingen voor de Superprovincie te staken zolang er geen grondige visie ligt op de toekomstige positie van het middenbestuur. De motie kreeg een mooie meerderheid en was voor verschillende media aanleiding om te constateren dat daarmee het einde van het fusievoorstel in zicht komt.

De Eerste kamer had deze week over aandacht niet te klagen. Even leek het daar dinsdag uit te draaien op de Nacht van Adri Duivesteijn. Met veel steun vanuit de achterban van de PvdA deed Adri tevergeefs een moedige poging om nog iets moois te maken van het Woonakkoord van dit kabinet. 

Op hetzelfde moment speelde zich in de gemeenteraad van Lelystad een politiek drama af rondom de ontwikkeling van het project Flevokust, de veel belovende havenontwikkeling voor onze provinciehoofdstad. Ik heb van dichtbij gezien hoe hard partijgenoot wethouder Jop Fackeldey heeft gewerkt om dit plan tot uitvoering te brengen. Lelystad kan de werkgelegenheid immers heel goed gebruiken. Uiteindelijk haalde het plan het niet door toedoen van een onvoorspelbare dissidente in de eigen fractie. Zij zou nog veel van Adrie Duivesteijn kunnen leren. Binnen een coalitie gebruik je kritiek om goede plannen beter te maken en niet om ze af te schieten. Maar helaas, de uitslag van de stemming was onverbiddelijk.

Dat provinciale staten het er niet bij laten zitten, bleek woensdag toen tijdens de statenvergadering een motie werd aangenomen om de schade te beperken en de havenontwikkeling als provincie over te nemen. Wordt nog wel vervolgd dus.

In dezelfde vergadering gaf een meerderheid van Provinciale Staten haar goedkeuring aan de oprichting van stichting De-on. Een voorstel waar ik als portefeuillehouder veel werk aan heb gehad. Na een voorbereiding van vier jaar en zeven maanden gaan we eindelijk aan de gang met het Flevolandse stimuleringsfonds voor duurzame energieontwikkeling. Een mooie duurzame impuls voor de provinciale economie.

Tussen de vergaderingen van Provinciale Staten door nog even naar Den Haag geweest voor een gesprek met een deel van het kabinet over de Superprovincie. Onder voorzitterschap van de Minister President spraken we daar ruim een uur met elkaar over het feit dat vooralsnog elk draagvlak ontbreekt voor deze ontwikkeling. Duidelijk is wel dat het kabinet voorlopig nog niet van plan is het proces op te schorten. Met de aanwezigheid van Mark Rutte lijkt het kabinet de druk eerder op te voeren. Ik ben benieuwd hoe de Eerste Kamer dat gaat beoordelen gezien de motie die dinsdag werd aangenomen.

Donderdagochtend vroeg zat ik opnieuw in Den Haag. Namens de 12 provincies sprak ik daar met de staatssecretarissen Van Rijn en Teeven over de toekomst van met name de bureaus Jeugdzorg. Met het oog op eventuele ontslagen door de overdracht van de jeugdzorg taken is binnen de bureaus veel onrust ontstaan. Deze onrust zou voor de uitvoering van het werk in 2014 vervelende gevolgen kunnen hebben. Gelukkig lukte het tijdens dit overleg om een belangrijke knoop door te hakken. Als het goed is, hebben we daardoor op de valreep van het oude jaar veel problemen voor 2014 voorkomen.

Als een  soort afsluiting van mijn werk week was ik tenslotte vandaag in Dronten. Daar liep ik mee met de 25 editie van de traditionele Kerstloop. Ik liep de 10 kilometer net binnen het uur nadat ik mijn provinciale groeten had overgebracht aan burgemeester Aat de Jonge van de gemeente Dronten

Tot zover mijn verslag van de laatste werkweek dit jaar. Het bureau is leeg en de inbox is op orde. Tijd voor 2 weken kerstreces. Ik wens alle lezers van mijn blog hele fijne feestdagen.

Tot in het nieuwe jaar.

dinsdag 3 december 2013

7 handtekeningen

Afgelopen week hebben we in het college van GS het uitvoeringsprogramma Jeugdzorg voor 2014 vastgesteld. Voor mij was dat een bijzonder moment. Nadat de provincie bijna 30 jaar betrokken is geweest bij de uitvoering van jeugdzorg dragen we deze taak op 1 januari 2015 over aan de gemeenten. Om de zogeheten ‘transitie’ soepel te laten verlopen, had ik de zes Flevolandse gemeenten gevraagd het uitvoeringsprogramma voor 2014 te schrijven. Op die manier kan al in 2014 worden gewerkt op de manier zoals de gemeenten dat vanaf 2015 willen. De zeven handtekeningen onder het uitvoeringsprogramma vormen de best mogelijke voorbereiding op de overdracht.”
 
Niet alleen bij het schrijven van het plan, maar ook bij de uitvoering zelf krijgen de gemeenten al in 2014 en rol. Volgend jaar zal 10% van het jeugdzorgbudget onder opdrachtgeverschap van de gemeenten worden uitgevoerd. Zo krijgen de aanbieders van jeugdzorg en het Bureau Jeugdzorg de kans vervroegd voor hun nieuwe opdrachtgevers te werken volgens het programma van eisen van de gemeenten. Daardoor kunnen zij tijdig inspelen op een passend zorgaanbod.
 
Deze soepele overgang is in het belang van iedereen. Voor de cliënten in de jeugdzorg is vooral belangrijk dat de voortgang van zorg niet in gevaar komt, dat zorg tijdig beschikbaar is en dat hulp aan het gezin in samenhang geleverd wordt. Voor de gemeenten en provincie betekent de samenwerking dat de jeugdzorg zo naadloos mogelijk overgaat, met zo min mogelijk verlies van regionale arbeidsplaatsen en zo min mogelijk leegstand van gebouwen.
 
De provincie blijft garanderen dat alle kinderen die in 2014 zorg of bescherming nodig hebben, die zorg ook krijgen. De Flevolandse jeugdzorg kent al jaren geen wachtlijsten. Het spreekt voor zich dat ik mijn best zal doen om dat ook in 2014 zo te houden.

Tot ziens.

maandag 25 november 2013

Gezakt

Eigenlijk had ik me voorgenomen om een tijdje rustig aan te doen met de discussie over de Superprovincie. Na het indienen van de provinciale zienswijze is immers het Kabinet aan zet om met een definitief wetsontwerp naar de Tweede Kamer te komen. De verwachting is dat dit pas na de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar zal gebeuren.

Dat ik nu toch schrijf over dit onderwerp is recente brief van het Kabinet aan de Eerste Kamer. De brief was het antwoord op een motie waarin de Senaat vroeg om nu eerst eens met een degelijke onderbouwing te komen alvorens de bestuurlijke inrichting van Nederland op lokaal, regionaal en provinciaal niveau zo ingrijpend te verbouwen.

Toen ik die brief las, was mijn eerste reactie dat het kabinet het ons nu wel erg makkelijk maakt. Wanneer de onderbouwing van de plannen voor de Superprovincie niet beter wordt dan dit, dan wordt de kans op succes wel heel erg klein. Leden uit de Eerste Kamer die ik afgelopen week sprak, waren er nog niet helemaal uit hoe deze laatste brief nu precies behandeld moet gaan worden. ‘Wat doe je met een kind dat al drie keer is gezakt voor een tentamen?’ vroeg SP senator Vliegenthart zich af. Kortom, deze week nog geen diploma voor de minister. De eerste geluiden uit de Senaat klinken dus pessimistisch voor het Kabinet.

Als ik kijk naar de inhoud van de brief dan valt op dat het, net als de eerdere stukken, vol staat met doelredeneringen. Het Kabinet schrijft opnieuw uitsluitend over de voordelen, maar staat geen moment stil bij de nadelen van zo een megafusie. Ook gaat men niet in op alternatieven, waarmee met veel minder moeite hetzelfde doel bereikt kan worden.

In antwoord op de vraag voor welk probleem de fusie nu precies een oplossing is, worden er nu wel een aantal onderwerpen opgesomd. Bij bestudering daarvan valt op dat het daarbij vooral gaat om problemen in de provincie Noord-Holland, verreweg de grootste van de drie provincies. Daardoor lijkt het of het Kabinet de problemen van juist de grootste provincie wil oplossen door deze nog groter te maken. Vanuit het Flevolandse perspectief, zou de conclusie dat Noord-Holland misschien een tikje te groot is geworden, eerder voor de hand liggen. Het probleem dat het Kabinet denkt op te lossen lijkt dus vooral in Noord-Holland te liggen. Dat verklaart wellicht waarom juist de bestuurders van deze provincie zo hard liepen om de fusie voor elkaar te krijgen.

Op één onderdeel is de brief van de minister heel duidelijk. Het Kabinet heeft besloten dat de stadsregio Amsterdam binnen de Superprovincie een belangrijke positie moet krijgen. Zo belangrijk zelfs dat deze regio van het Rijk ook in de toekomst eigen financiën krijgt om taken op het gebied van Verkeer en Vervoer uit te voeren. Zo behoudt de stadsregio de regie over het openbaar vervoer. Voor de Kamerfractie van de PvdA is dat winst, mijn partij is al heel lang voor een prominente rol van de stadsregio. Voor de voorstanders van de superprovincie is dit een flinke tegenvaller. Het Kabinet wil de provincie versterken door de fusie, maar haalt tegelijk weer een belangrijke kerntaak bij die nieuwe provincie weg.

Voor mijn collega's in Noord-Holland was het punt van de vervoersregio een belangrijke voorwaarde om door te gaan met de provinciefusie. Nu het Kabinet niet aan die voorwaarde lijkt te voldoen is een succesvolle fusie verder weg dan ooit.

Begin december bespreekt de Eerste Kamer de begroting Binnenlandse Zaken. Misschien is dat wel een heel goed moment om definitief de stekker uit de Superprovincie te trekken. Het zou de weg vrijmaken voor een vruchtbare discussie over een intensieve samenwerking binnen de Noordvleugel waar ik me met heel veel energie voor zal inzetten.

De tekst van de betreffende brief kunt via deze link terugvinden: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/publicaties/2013/11/14/reactie-motie-vliegenthart.html

Tot ziens.